De Nacht- of Klapwaker

In het dorp Hellendoorn

Van oudsher bestond in het dorp Hellendoorn de functie van nacht of klapwaker, totdat met de pensionering van wijlen de heer G.D. Nijen Twilhaar op januari 1907 de Gemeenteraad van Hellendoorn deze functie ophief. Op 30 december 1906 's avonds om elf uur slikte Klepper-Derk, zoals hij in de volksmond genoemd werd, wat weg. Voor de laatste maal trok hij er met klep en stok op uit. Nog eenmaal zou hij de grote klok luiden. Nog een nacht zal hij de tijd aankondigen, op de voor hem aangegeven plaatsen. Klepper-Derk, een kleine stoere man, voor niemand bang, was de laatste in een reeks klapwakers.OP de foto links ziet u de gebroeders G.D. en W. Nijen Twilhaar G.D. (links), was jaren lang als "klepper-Derk", nachtwaker van het dorp Hellendoorn

In 1811 reeds werd de nacht- of klapwaker uitgeoefend door een lid van de familie Bolhoeve. In dat jaar kreeg hij hiervoor een beloning van f 80,-, Klepper-Derk verdiende al veel meer, hij ontving f 125,- per jaar. Maar daarvoor leverde de tweelingbroer van Berend Nijen Twilhaar een opmerkelijke prestatie. In de vergadering van de Raad van 12 december 1844 maakt de Voorzitter de leden opmerkzaam op het noodzakelijke, dat er bestaat om een instructie vast te stellen, waaraan gemelde functionaris zich binnen de gemeente zal hebben te houden en te gedragen, daar tot op die dag daarin niet was voorzien.

De instructie werd vastgesteld en deze hield o.m. het volgende in: De klapwaker moet gedurende de maanden october, november,december,januari,februari en maart van 's avonds elf tot 's morgens vier uur en de overige maanden van het jaar van 's avonds elf uur tot 's morgens drie uur op de wacht zijn. Behalve met de klep, zal hij gewapend zijn met een goede stok, om daarmee zo nodig tegen onbetrouwbare elementen op te treden.

Hij zal iedere avond om 11 uur, te rekenen naar het Dorpsuurwerk,(het uurwerk in de toren van de kerk), of bij gebreke daarvan, naar de ware tijd de grote klok ten minste 5 minuten goed hoorbaar moeten luiden, alsook in de morgenstond na het doen van de laatste ronde, dus in de zomer maanden om drie uur 's morgens en in de winter maanden om vier uur 's morgens. Verder moet hij de de klep slaan en het uur aankondigen bij de huizen van den Wed Janssen, Tromp, H. van den Berg, A.J. Ninaber, op de hoek bij H.Flim,Erven wolterink, op de hoek bij Kamperman, Arend Jan ter Hoek, Harmen Kremer, J.L.Veening, G.H. Tijhuis, G.Olthof, H.D.van Corbach, Ds.Coning Liefsting, J Valk, H.Harbers en W.A.te Wechel.

. Te beginnen 's avonds om elf uur en zo elk uur van de nacht de ronde doen, waarbij hij telkens met alle nauwkeurigheid moet letten op diefstal, vreemde of vagebonderende personen en hij moest in de gaten houden of er soms handelingen werden verricht die strijdig waren met het bestaande reglement omtrent de handeling van vuur en licht Vooral asgaten en kuilen alsmede brandende lantaarns waren zijn doelwit. Bij het ontdekken van brand moet hij dadelijk de alarmklok luiden, onophoudelijk de klep roeren, brand roepen, brandmeesters alsook de leden van de Raad der gemeente en de veldwachter in het dorp wekken en alle ten dienste staande middelen aanwenden om 't onheil ruchtbaar te maken. Op de foto rechts ziet u het brandspuithuisje waarin de nachtwaker tussen twee ronden in 's nachts uitrustte.

Hij zal voorts alle voormelde vreemde- of vagebonderende personen aanhouden en opbrengenbij de veldwachter, terwijl hij alle overtredingen, betrekking hebbende op de behandeling van vuur en licht, onmiddelijk voor de volgende middag 12 uur aan de Burgemeester schriftelijk zal moeten melden. Deed de waker niet wat er van hem werd verwacht dan stond hem tijdelijke dienstontzegging te wachten en bij herhaling zelfs afzetting als nachtwaker. Burgemeester en Wethouders zouden nauwkeurig de handelingen van de nacht- of klepwaker gadeslaan.

Deze voorschriften laten wel raden dat een vervuller van deze weinig begerenswaardige functie een ijzeren gestel moest hebben. Of Klepper-Derk veel vreemde avonturen heeft beleeft zal wel nooit achterhaald worden. Niemand is nog in leven om uit de eerste of tweede hand herinneringen op te kunnen halen. Of inderdaad burgemeeste en wethouders nauwkeurig het oog gericht hielden op de door de nacht sloffende nachtwaker valt eveneens te betwijfelen. Feit is wel dat G.D. Nijen Twilhaar zich in de eerste dagen van 1907 een heel ongewoon mens gevoeld moet hebben. Zeker 's nachts moet hij zich gevoeld hebben als een uil op een zonnestrand. Op de foto links ziet u de oude kerk van het dorp Hellendoorn.

Dat de afschaffing van het schilderachtige beroep niet door alle burgers werd gewaardeerd bewees een zekere Nieks Hendrieks. Burgemeester Joncheere stond in die dagen eens te praten met deze Hendrieks in een schuur van postbode Johan Rattink aan de Smidstraat. Onder het oog van de burgervader wierp Nieks na het aansteken van zijn pijp achteloos de brandende lucifer in het stro. Onmiddelijk verandere de vriendelijke burgemeester in een vermaner: "Weet u wel dat dit brand kan veroorzaken?", sprak hij streng . Waarop Nieks Hendrieks laconiek antwoorde: "dan had u de nachtwaker maar niet op de keien moeten zetten".

De heer Nijen Twilhaar was jaren omroeper en de laatste der klapwakers. Hij heeft nog vijftien jaar van ongestoorde nachtrusten kunnen genieten. Hij overleed op 31 januari 1922 op 82-jarige leeftijd.

Bewerkt na het Twents volkblad van 4 april 1952.