RONDOM LANDGOED DUIVECATE

Tussen Nijverdal en Hellendoorn ligt halverwege het bosrijke landgoed Duivecate, waar in vroegere tijd een landhuis heeft gestaan van de in Deventer wonende familie Van Duren en Hagendoorn.
De schitterende omgeving maakt Duivecate tot een van de mooiste punten binnen de Gemeente Hellendoorn.
Waar tussen de bossen de toegang ligt naar het oude huis, dat afbrande en weer door een andere vervangen is, komt elke bezoeker onder de indruk van deze bosrijke omgeving, dat van de andere kant nog bekoorlijker wordt door de heerlijke oude lanen dicht bij waar het oude huis heeft gestaan.
Wat is het toch mooi om daar in een lommerijke omgeving te wandelen,aan de boorden van de Regge.
Als de straalende herfstzon het beuken loover beschijnt als blinkend koper, tegen het loofgroen langs de wegen, waar de hoge bomen hun takken breed laten hangen, komt steeds weer de verrassing met een mooi bosgezicht.
De kronkelende paden die de hoogte op en afslingeren maken deze innig vredige omgeving wel tot een gewild wandeloord en tot een van de mooiste plekjes van Hellendoorn.

foto links huis Duivecate gezien vanaf de rivier de Regge
foto J.H. Alferink

Daar spiegelt en blinkert het "Gagelmans Vennegien" voor u op, en ter zijde gluren rode pannendaken tussen de bomen door.
Vriendelijk ligt het panorama van Nijverdal's huizenblokken en de geur van het bos dat alles in passende omlijsting.
Maar.....lezer, waarom langer verteld over iets dat bij u allang bekend moet zijn....de omgeving van Duivecate?
Menig stad en dorp dat zich voor een park of plantsoen financiele inspanningen moet getroosten, zal u dit rijk bosbezit benijden, dat zich over de Sallanse heuvelrug voortzet langs de Hellendoornse berg en Eelerberg naar de zeer oude Twentseweg en de grenzen met Luttenberg.
Daar lag Duivecate, geen adelijk goed omringd door grachten, geen versterkte burcht met tinnen of torens, maar wel een mooi landelijk buitenhuis, eenmaal gegroeid uit het eeuwenoude "duvelscotte", zoals het al wordt genoemd in 1339 waar het als erf voorkomt ,in de bekende oorkonde uit het archief Rechteren bij de verkoop van het huis "ter Molen" (Schuilenburg), aan de heer van Almelo.

foto rechts de laan op landgoed Duivecate
foto J.H. Alferink

Nee, een havezathe is Duivecate nooit geweest, zodat ook geen adelijk wapen van dit huis bekend is.
In de jaren 1357-1365 zien wij Goswinus de Duven als leenman van Johan van der Eze, heer van Almelo en Ter Molen optreden.
Vermoedelijk is dit de eerste naam van een bewoner die wij met "Duvecate" in verband kunnen brengen.
Meestal droegen in vroeger tijden de bewoners de zelfde naam als het huis of boerenerf dat zij bewoonden. In het jaar 1618 gewaagt het Markeboek van Hellendoorn voor 't eerst "van dat goet Duivelskatte", waarvan de eigenaars "schijn en bescheidt" moeten doen, dat zij altijd aandeel in de marke gehad hebben, anders zullen zij van het recht "om te heyden en te weyden" geen gebruik mogen maken.
Sindsdien horen wij geregeld over Duivecate.
In 1634 komt het erf in andere handen en de kopers moeten een anker wijn schenken aan de erfgenamen van de marke "tot een willekomste", dus ter verwelkoming op de markevergadering.

foto links het Gagelmans Veentje
foto J.H. Alferink

Het huis "Duivecate" was daarmee in het bezit gekomen van het beroemde Burgemeestersgeslacht van Duren uit Deventer, waarvan als eerste eigenaar te Hellendoorn genoemd wordt in 1634 Eylert Jocus van Duren, vervolgens Daems van Duren, Wessel van Duren, enz.
Meerdere leden van deze familie zijn, als magistraat van Deventer, vereeuwigd door het penseel van de beroemde kunstschilder Gerard ter Bosch.
Men beweert, dat Duivecate als "buiten" of landhuis werd gesticht in 1636, toen vele families uit de steden zich buiten vestigden vanwege de heersende pest of besmetteijke ziekten.
Vooral in Deventer heerste de pest in 1636 met grote hevigheid.
Heel begrijpelijk zult u het vinden dat in de 18e eeuw het goed dan ook "Van Durenspijker" naar de eigenaar genoemd wordt.
Een dochter van Adriaan van Duren en Geerttruid Engelen, genaamd Margaretha Sophia, trouwde op 27 september 1706 met Joost Hagendoorn, die in 1744 nog als de bewoner van Duivcate voorkomt.

De laatste eigenaar, Joan Damiaan Van Duren, overleed op Duivecate ruim 89 jaar oud op 15 januari 1838.
Een dochter van hem is te Hellendoorn getrouwd met G.L. van Wijck, de andere dochter bleef stilletjes op Duivecate wonen.
Dat was Sophia van Duren, meer bekend als "Doeskotter Fije", die als laatste uit het geslacht in het jaar 1863 werd vermoord onder zonderlinge omstandigheden, welke "n romantisch verhaal vormen, dat vroegen al eens is beschreven.
Een uitvoerig dossier, met onderzoek materiaal over deze moord op de laatste roemruchtige bewoonster van 't oude landhuis ligt in het gemeente archief van Hellendoorn te Nijverdal.

Sedert 1863 woonde hier de bekende Dr te Wechel, uit wiens nalatenschap het overging in eigendom aan de familie Moquette.
Het afgebrande Duivecate was herhaaldelijk verbouwd, en waarschijnlijk met oude stenen van de Huizen Rhaan en Schuilenburg afkomstig.

foto rechts het oude huis Duivecate

De schilderachtig ligging is bewaard gebleven.
Wij zouden verder nog kunnen spreken over al die dingen, die we al wandelend over de Reggeoevers vroeger zouden naderen en welke van oude tijden af met Duivecate verbonden waren, nl.de Duivecate's ronde landen, het Elsbroekje aan het Noetzeler Koeveen en 't Gagelmansveentje.
Want Gagelmans erve, (waar sportpark Gagelman na genoemd ligt), de Kostee en verderaf de bossen van de Blencke, (nu Bejaardenhuis De Blencke), zo schilderachtig gelegen aan de boorden van de Regge.
Wij zien het op meerdere plaatsen van het Markeboek, waar eeuweoude pachtehoeven van Duivecate, waarbij ook de Nijencamp, liggend tussen Duivecate en Gagelmans land, in oostelijke richting van de Regge, mag gerekend worden.
Aanwezig is nog steeds 't trouwcontract tussen Gerrit Hendrik en Aaltje Lambert Gagelman ten overstaan van de Dorpsschout Johan Bouwmeester in 1711, verschillende transportbrieven en koopbrieven op het erve Gagelman betrekking hebbende.

Bewerkt naar een artikel uit het Twentsch Volksblad 31 maart 1934.