Landgoed Eelerberg

Na de opheffing van de Marken en de verdeling van de gronden werd in 1847 door de heer Jolle Gabe Veening op een veiling een stuk grond gekocht,in naam van en voor de heren Jan Willem van den Berg, openbaar notaris te's-Gravenhage en de heer Hendrik Meinesz, ontvanger der Directe Belastingen, wonende te Amsterdam. Er volgden nog meerdere aankopen in de jaren erna. Hendrik Meinesz was getrouwd met zijn nicht Sjoerdje Veening. De toevoeging Vening vond plaats bij de geboorte van zijn zoon Sjoerd Anne (1833), die dus Sjoerd Anne Vening Meinesz heette. Hendrik Meinesz overleed in 1864 en toen werd Sjoerd Anne Vening Meinesz de eigenaar van het landgoed. Op dat moment werd de dubbele naam Vening Meinesz aan het landgoed verbonden (men had 1 e uit de naam Veening weggelaten en er Vening van gemaakt).

foto rechts de villa Eelerberg
foto J.H. Alferink

Sjoerd Anne studeerde in Amsterdam. Van 1860 tot 1866 was hij hoofdredacteur van het Algemeen Handelsblad, later was hij wethouder en lid van de Eerste en daarna de Tweede Kamer. Van 1881 tot 1891 was hij burgemeester van Rotterdam en van 1891 tot 1901 was hij burgemeester van Amsterdam. Hij was gehuwd met jonkvrouw Cornelia Anna Clasina den Tex. Zij hadden vier kinderen Sjoerd Hendrik (1874-1941), Cornelia Jacoba (1879-1965), Cornelis Anne (1883-1928) en Filix Andries (1887-1966). Sjoerd Anne Vening Meinesz overleed in 1909. Hii kocht in 1882 uit een publieke veiling landerijen van Schuilenburg erbij. Door aankopen van grond en boerderijen heeft hij de Eelerberg en Schuilenburg uitgebreid.

Na de aankoop liet Hendrik Meinesz een eenvoudige boerderij bouwen op plaats waar nu de vila staat. Deze boerderij maakte deel uit van het landbouwbedrijf dat Hendrik Meinesz voor ogen had. Daarvoor had hij o.a. mest nodig. In 1863 werd begonnen met de aanleg van de Boksloot. In 1864 werd de sloot aangesloten op het Overijssels kanaal. De sloot is genoemd naar een soort platboom vaartuig, waarmee men op de boksloot kon varen:bokken genaamd. Om te draaien werd aan het einde een zwaaikom aangelegd nu nog zichtbaar. Mest, stratendrek en gier werden met mestboten via de overijsselse kanalen uit Zwolle en Amsterdam aangevoerd en overgeladen op de bokken. De bokken werden getrokken door paarden. Via de boksloot werd de mest en later ook de kunstmest naar de Eelerberg vervoerd. Landbouwprodukten, veldkeien en later ook hout werden naar het Overijssels Kanaal gevoerd. De Boksloot is allang niet meer in gebruik, wel is het nu een mooi stukje natuur met bijzondere planten en vogels.

foto links de boksloot maar niet meer in gebruik als vaarwater

Rond 1860 kwamen dagloners lopend uit Wierden om voor een dubbeltje per dag en een bord pap de grond te spitten. De grond was uiteindelijk te arm om lonend te zijn voor landbouw. Daarom ging men over op bosbouw.

Hendrik Meinesz wilde van zijn landgoed iets aantrekkelijks maken. De aanleg van de vijver (1865) en een aantal lanen zijn voorbeelden van de manier waarop hij dat deed. Ook de aanleg van de tuin in landschapsstijl en een aboretum zijn daarvan voorbeelden. Dit laatste gebeurde door Sjoerd Anne. Het landgoedkarakter van de Eelerberg werd ook weer gegeven door een hertenkamp (naast de rentmeesterwoning) en de belvedere. In het hertenkamp liepen damherten rond. Deze beesten werden vaak gevoerd door patienten van het Sanatorium. Een belvedere is een uitzichtpunt of een uitzichttoren. Deze stond op het hoogste punt van het landgoed. Toen de bomen nog niet te hoog waren had men daar een prachtig uitzicht over de omgeving. In 1928 is de eerste belvedere afgebroken.

foto rechts het voormalige hertenkamp bij het Rentmeestershuis

De beheerder van het landgoed was Gerrit Jan Marinus Enserink, afkomstig uit Almen. Na zijn dood (ongeveer 1920) werd hij opgevolgd door zijn zoon rentmeester Albert Enserink (1892-1956).

Sjoerd Anne Vening Meinesz gaf in 1865 opdracht voor de bouw van de villa Eelerberg, vastgebouwd aan een bestaande boerderij. De boerderij is later afgebroken. Van de bouw en de vele verbouwing zijn nog bezonder veel tekeningen, foto's e.d. aanwezig in het archief van de 'luu veur oald niejs sprokkeln' in Hellendoorn.

De goederen blijven tot 195l in gemeenschappelijk bezit van de drie erfgenamen. Op 6 augustus werd het landgoed (geschatte waarde toen fl.5l5.183,87) verdeeld. Ieder kreeg een derde deel. Tegelijk werd ook een deel aan de staat der Nederlanden verkocht. Prof. F.A. Vening Meinesz heeft er bij zijn mede-erfgenamen voor gepleit de Eelerberg als geheel te behouden en te verkopen aan de Staat der Nederlanden. Hij heeft zijn toebedeelde aandeel, de bossen op Eeleberg geheel aan de Staat voor f5O1.061,19,- maar schonk f4Ol.O6l,-. De andere twee erfgenamen schonken delen aan de staat. In het koopkontract staan een aantal bepalingen over het beheer van het complex als landgoed. Maar ook dat de drie erfgenamen en hun kinderen kosteloos gebruik mogen blijven maken van de villa. Op dit moment is dat niet meer van toepassing en heeft Staatsbosbeheer de villa verkocht aan een particulier waarbij de ondergrond in eigendom bleef van Staatsbosbeheer.

De man die de meeste invloed heeft gehad op de Eelerberg is Prof.dr.ir.Felix Andries Vening Meinesz. Hij werd internationaal beroemd door zijn reizen met een onderzeeboot om de zwaartekracht van de aarde te onderzoeken (in de jaren 30 met de K13 en de K18). In 1927 werd hij hoogleraar geodesie en cartografie in Utrecht. In 1938 dezelfde positie aan de Technische Hogeschool in Delft. Van 1945 tot 1951 was hij hoofddirecteur van de KNMI in Delft. Op 10 augustus 1966 is hij overleden. Hij was niet gehuwd.

In het eerste decennium van deze eeuw kwam het echtpaar Vening Meinesz-den Tex met hun kinderen in een 'karavaan' van rijtuigen met kisten met huisraad uit Leusden naar de Eelerberg om er de gehele zomer te verblijven. Na het overladen van het echtpaar kwam de familie per trein aan in Nijverdal,vanwaar zij verder met koetsen naar het landgoed werden gereden. Daar werden ze door de kinderen van de pachters feestelijk ingehaal met vlaggetjes. Later kwamen alleen de professor en zijn zuster naar het landgoed. Bij het huis was een bomenverzameling (aboretum).De bordjes met wetenschappelijke namen werden door de Wageningse hoogleraar Houtzagers gecontroleerd op hun juistheid.

foto links het Rentmeestershuis aan de Eelerbergweg

Pachtboeren en arbeiders, soms vijftig tot zestig man, uit de omgeving, werkten 's-winters voor de professor in het bosonderhoud. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd veel mijnhout verkocht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest hout geleverd worden aan de bezetters. Toen de professor het landgoed beheerde werd het gerangschikt onder de Natuurschoonwet 1928'.

In 1902 is het Volkssanatorium geopend door koningin-moeder Emma. De grond waar het sanatorium op staat werd voor een deel gekocht van boeren uit Kathuizen en voor een deel van S.A. Vening Meinesz. Ook maakte hij de toegang tot het sanatorium vanaf de ommerweg, over zijn landgoed mogelijk. Voor de moestuin van het sanatorium stond hij ook grond af.

De Eelerberg is in de Tweede Wereldoorlog lanceerplaats van de V2 geweest. Zij werden ten zuidwesten van de rentmeesterswoning (nabij het sanatorium, in de buurt van het hoogste punt) gelanceerd.

Literatuur: J.N. van Laar:'De Eelerberg', bosontwikkeling en bos beheer van een landgoed op de Sallandse Heuvelrug (1993). Voor prentbriefkaarten e.d. van het gebied: zie collectie van Johan Alferink te Nijverdal.

3