Houvenburg of Nijverdal

Hoe moest de nederzetting heeten ?

In veertien dagen zes namen.

Plaatsnamen hebben hun eigen geschiedenis
Meestal is deze niet meer geheel na te gaan ,omdat de oorsprong zich verliest in de duistere hoeken der historie.
Vaak kent men van een naam niet eens de beteekenis, welke zich toch ongetwijfeld in het grijs verleden moet gehad hebben. Anders is het met Nijverdal, waarvan de stichting betrekkelijk nog zoo kort achter ons ligt, dat de historie er ons volledig over inlicht, terwijl de beteekenis van den naam voor een ieder spreekt.
In de archieven der Nederlandsche Handelmaatschappij is deze merkwaardige geschiedenis van den aanvang af te volgen.
Toen men al bezig was met het leggen der fundamenten voor de eerste gebouwen, begon men pas te spreken over den naam, die de nieuwe nedezetting zou moeten hebben.
In een korte spanne tijds is daarover geschikt en het was nog maar enkele dagen voor den eigenlijken stichtingsdag, dat werd vastgelegd, dat de plaats Nijverdal zou heeten.

Houvenburg
In een brief van 27 april 1836 schrijft Ainsworth o.m. aan den president der Handelmaatschappij, de heer H.C. van der Houven het volgende:
"Het is UweEdGestr. Bewust dat al die verschillende gebouwen, de huizen daaronder begrepen, op eenen woesten grond gebouwd worden, die aangekocht is van de Markgerechtigden
(bedoeld is hier: de boeren die deel hadden in de gemeenschappelijke markegronden, red), der buurschap Noetsele, welker woningen ongeveer 3/4 uur gaans van voornoemde etablissementen verwijderd zijn;

foto rechts borstbeeld van Koning Willem III
in een nis tegenover de Stationstraat te Nijverdal

zoodat het deze, tot nogtoe, aan eenen naam ontbreekt;-en deshalve ik UweEdGestr toestemming verzoek, om de plaats onzer etablissementen te mogen benoemen met dien van "Houvenburg".
De agent der Ned Handelmaatschappij op den Eversberg, de heer J.P. Freyss, kwam hier twee dagen later nog op terug. Hij verwarde blijkbaar "burg" met "berg", en schreef o.m. in een particulieren brief aan den president:
"De heer Ainsworth verzocht den waarden en hooggeachten president den naam van den nieuwe grond te geven en stelde die van Nouvenberg voor.
Deze grond echter geen berg maar een laagte zijnde tusschen den Hellendoornschen en Eversberg, zoude wellicht Houvendaal nog passender zijn".

foto links de eerste steen gelegd in 1852 door de Commisaris
der Koning in de provincie Overijssel
Jhr, Mr C. Backer

Nijverheidsoord
Maar de heer van der Houven wilde daar niet aan. Op 30 april ging van de directie een schrijven uit aan den heer Ainsworth, waarvan het volgende in dit verband van belang is:
"Wat voorts betreft het tweede aanbod door UEd. Aan den Heer President gedaan, om namelijk de plaats Uwer etablissementen naar ZijnEdG. naam te noemen, zoo verzoekt ZijnEdG.
Onder erkentelijke dankbetuiging voor het vereerde van dit aanbod, aan dat voornemen geen gevolg te geven.
Ten einde echter te voldoen aan UEd . verzoek om aan de bedoelde plaats eene benaming te willen geven, zoo zouden wij UEd , na overleg met onzen President , in overweging geven, om de nu nog onbebouwde plaats, waar UEd . zich voorstelt eene inrigting daar te stellen, die voor de nationale Nijverheid zulke belangrijke gevolgen zal kunnen opleveren, den aan het doel hare diensten herinnerenden naam te geven van Nijverheidsoord".
Deze nieuwe naam heeft zelfs nog een geschiedenis, welke wijst op de moeilijkheden, die aan de naamgeving waren verbonden.
In de minuut van den brief, welke in het archief der Handelmaatschappij wordt bewaard, is namelijk eerst geschreven Nijverheidstede.
Een andere hand heeft de uitgang "stede" doorgehaald en daarboven "soord" geschreven.
In deze vorm is deze brief verzonden.

foto rechts de voormalige machinekamer van de KSW
toonaangevend voor zijn tijd
staat op de nominatie Rijksmonument te worden

Nijverzorg
Niettemin kon deze naam den heeren op den Eversberg ook niet bekoren.
In een brief van Ainsworth, per procuratie door Freyss geteekend en dagteekenend van 7 mei 1836, lezen we namelijk:
"Tevens heb ik opgemerkt, dat UEG. den naam welke aan de plaats, die nu bebouwd wordt, zoude gegeven worden, in overweging hebt gelieven te nemen;- zoo ik die van Nijverheids-oord ook alle eer zoude wenschen aan te doen, ben ik zoo vrij UEG .in bedenking te geven deselfs uitgang van oord, om reden dit voor de kolonien in Drenthe reeds meermalen gebezigd is, liever in zorg te veranderen en dus Nijverzorg te schrijven".
De directie te Amsterdam scheen wel iets voor het bezwaar te voelen, doch kon zich met den voorgestelden naam niet geheel vereenigen.
Op 10 mei antwoorde ze aan Ainsworth over deze aangelegenheid het volgende:

foto links de onlangs door vrijwilligers gerestaureerde kelder,
van de voormalige Havezathe Eversberg,
waar de stichters van Nijverdal kantoor hebben gehouden,
De kelder doet nu dienst als vleermuizenkelder.

Nijverdal
"Uit aanmerking van de door UEd. in het midden gebragte bedenkingen tegen den door ons voorgestelden naam van de plaats welke thans bebouwd wordt, geven wij UEd. in overweging of het niet doelmatig zoude zijn, om die naam te bepalen op "Nijverdal".
En hierbij is het gebleven. Op 16 mei had Thomas Ainsworth te Amsterdam een bespreking met de directie der maatschappij over zijn nieuwe onderneming.
Vermoedelijk is daarbij ook deze kwestie ter sprake gekomen en zijn de heeren het over de naam eens geworden.
Nadere briefwisseling is hierover voor zoover was na te gaan niet gevoerd en in de notulen der directie-vergaderingen wordt er niets over vermeld.
Dat de naam Nijverdal op den dag der stichting 14 mei 1836 nog niet definitief gekozen was, mag, behalve uit het feit, dat op 10 mei nog een nader voorstel uit Amsterdam gedaan werd, ook wel worden afgeleid uit de omstandigheid, dat noch notaris Kluvers, noch de agent Freyss in hun redevoeringen bij de eerste steenlegging dien naam noemden waartoe alleszinds aanleiding zou zijn geweest, wanneer, na zoo velerlei onderhandelingen, op dien dag de naam reeds was vastgesteld.

Prov, Overijssels en Zwolsche courant 5 mei 1936