OVER DEN NAAM NIJVERDAL EN DE BEVOLKING

Jaren lang duurde het voor men algemeen van Nijverdal sprak,

heel nederland leverde inwoners aan Nijverdal.

De naam Nijverdal
De naam Nijverdal heeft voor iederen Twentenaar een vertrouwde klank.
En weinigen weten dan ook dat het nauwelijks een halve eeuw geleden is, dat deze naam geenzinds een vertrouwden klank had en slechts bij uitzondering gebruikt werd, zo schrijft de krant in 1933.
Volgens de overlevering is de naam Nijverdal voor het eerst gebruikt door Robert Campbell, eerste agent der Nederlandsche Handel Maatschappij ter behartiging van haar belangen in Twente,later burgemeester van Hellendoorn.
Toen Campbell kort na de overplaatsing van de weefschool van Ainsworth uit Goor naar Eversberg deze plaats bezocht, moet hij gesproken hebben van "Nijverdal" en er toe gevoegd hebben, dat het na de woeste venen richting Wierden aandeed als een oase in de woestijn.

foto links "naatje" zoals dit standbeeld in de volksmond heet,
is begin deze eeuw uit dankbaarheid, door de bevolking,
aangeboden aan de heren Salomonson,(hoek Grotestraat/Hoge Dijkje
foto A.Twilhaar

In een ander artikel over de geschiedenis van deze gemeente kunt u lezen dat niet Campbell maar Ainsworth het initiatief nam, om deze plaats een naam te geven, dat met de bewijzen er bij.
Hoe dan ook Nijverdal is Nijverdal. Het artikel gaat verder met: voor die tijd had men gesproken van Eversberg of wel van Koeveen, Noetsele of Notter.
Hoe het zij, de bevolking van Twente nam den naam niet onmiddellijk over.
In 1836 komt de naam voor het eerst in officiele stukken voor, o.m. in het doopboek van Hellendoorn, en op de door Boelens in 1838 uitgegeven kaart van Overijssel wordt eveneens de naam Nijverdal gevonden.
De bevolking stoorde zich echter noch aan het Doopboek, nog aan de kaart van Boelens en ging rustig door met het gebruiken van namen, die haar gemakkelijker in den mond lagen.
Dat waren dus Eversberg, Noetsele of Notter, terwijl men in plaats van Everberg ook wel-Neversberg zeide.

Nijverdal niet populair
Jaren lang bleef dit zoo voortgaan.
De naam Nijverdal werd bij de bevolking niet populair.
En hij zou wellicht nimmer algemeen gebruikelijk zijn geworden, indien niet de techniek ook in ander opzicht dan wat de textiel aangaat, in Twente voortgang had gemaakt.
De spoorwegen waren op weg het vervoermiddel te worden.
Trekschuit en paard en wagen, of rijtuigen zagen de eerste teekenen van hun naderende ondergang en ook Twente, waar de industrie van steeds grotere beteekenis werd, zag de eerste ijzeren banen door zijn bruine heide, zijn beboschte heuvels en zijn groene weiden trekken.
Nijverdal, snel in opkomst in die periode, kwam in aanmerking voor een verbinding en dus verrees er een station.
En dit station kreeg den naam, die tot nu toe een Zondagsche naam was geweest, den naam Nijverdal.
Dit geschiedde in de jaren 1880-81.
Wie zelf naar die plaats wilde, of goederen er heen moest verzenden, was genoodzaakt den naam Nijverdal te gebruiken.
En dat leidde er toe, dat na verloop van korten tijd deze naam een even vertrouwden klank had gekregen als de overige, hierboven opgesomde namen.
Tegenwoordig zou menigeen vreemd opkijken, als men van Eversberg sprak, daarbij Nijverdal bedoelende.
En toch is laatst genoemde naam eerst nauwelijks een halve eeuw geleden algemeen in gebruik gekomen.

foto rechts de plaqette ter nagedachtenis, van de stichter van Nijverdal, Thomas Ainsworth (hoek Grotestraat/Hoge Dijkje
foto A.Twilhaar

De samenstelling van de bevolking
Niet alleen over den naam van Nijverdal, ook over de bevolking van deze plaats vallen wetenswaardigheden te vertellen.
In het jaar 1830 bestond Nijverdal nog niet en het had dus afgezien van de boeren, die in de nabij gelegen gehuchten woonden, ook geen bevolking.
Hellendoorn bestond wel, maar het had geen industrie van beteekenis.
Er werden schoenen gefabriceerd en men beoefende er het huisweven en toen Nijverdal in opkomst was, bleven de Hellendoorners in hun eigen dorp.
Waar moest men de arbeidskrachten voor die industrie vandaan halen?
Natuurlijk van elders.

Voor een deel kwamen de arbeidskrachten uit de kolonie Frederiksoord.
Deze kolonie was een stichting van de Maatschappij van weldadigheid, een vereeniging die in 1818 was opgericht met het doel om, door het aanleggen van kolonies in nog niet ontgonnen streken van ons land, behoeftigen te ondersteunen.
Stichtingen van deze maatschappij zijn de kolonies Veenhuizen, Ommerschans en Frederiksoord, die in 1855 door den staat werden overgenomen.
Frederiksoord ligt in de Drentsche gemeente Vledder en werd in 1818 door Graaf van den Bosch gesticht.
De bevolking bestond uit personen die op aanvraag bij de Maatschappij aldaar geplaatst waren.
Men vond er arbeiders-kolonisten en pachters of vrijboeren, die grond en hoeve van de maatschappij huurden en zich in een afzonderlijke wijk vestigden.
Deze kolonie nu leverde een deel van de bevolking van Nijverdal.

foto links het kantoor van Ten Cate aan het Hoge Dijkje, een van de markantste panden in Nijverdal
foto A.Twilhaar

Maar het ligt voor de hand, dat ook uit andere deelen van ons land arbeiders kwamen en wel voornamelijk uit die deelen, waar men reeds met het weven bekend was.
Uit vrijwel alle provincies kwamen nieuwe inwoners toestroomen, maar uit Zuid-holland en Zeeland kwamen toch wel de meesten.
Speciaal degenen die uit Zeeland kwamen, verdienen hier vermelding.
En zulks niet, omdat zij zich van de andere bewoners onderscheidden, door bijzondere eigenschappen, doch voornamelijk omdat bij de vestiging van dit bevolkingsdeel de voor Nijverdal zoo belangrijke familie Salomonson uit Almelo een rol speelde.
De heeren Salomonson bezaten namelijk handweverijen op Walcheren en te Zierikzee en ook daar was dus het handweven bekend.
Volgens sommigen schijnen de heeren Salomonson aanvankelijk de bedoeling te hebben gehad, hun bedrijven in Zeeland uit te breiden.
Het feit, dat de industrie in Twente zoo snel opbloeide, zou hen tenslotte hun keuze op ons gewest en in dit gewest op Nijverdal hebben doen vallen.
In de periode, waarin Nijverdal snel tot bloei kwam, trokken in opdracht van de fabrikanten personen het land door, die de speciale taak hadden, geschikte arbeidskrachten aan te werven.
Ook het Zuiderzee-eilandje Schokland heeft inwoners aan Nijverdal geleverd.
Jaren lang had Schokland weerstand weten te bieden aan de felle stormen, die het eilandje belaagde.
Langzamerhand echter wonnen wind en water op de zich verwerende bewoners en in 1859 was de toestand zoo kritiek geworden, dat de regeering besloot het eilandje, dat geslonken was tot een smalle dam in de wijde binnenzee, te laten ontruimen.
De bewoners vestigden zich toen in Kampen, sommigen gingen naar het hierboven reeds vermelde Frederiksoord, anderen naar Nijverdal

foto rechts de eerste steen gelegd door de Commissaris des Konings van Overijssel 1852
Steen zit in de muur tegenover de Stationstraat in Nijverdal
foto A.Twilhaar

Waarom naar Nijverdal
De reden moet vermoedelijk gezocht worden in het feit, dat ook op Schokland zich de textielnijverheid een plaats had weten te veroveren.
In 1837 was er namelijk een weverij met ruim 50 getouwen ingericht, die stof leverde aan de heeren Salomonson.
Men meende er dus handige arbeiders vandaan te kunnen halen en inderdaad vestigden zich verscheidene gezinnen in de nieuwe plaats.
Een rol van beteekenis heeft ongetwijfeld ook gespeeld het feit, dat de pastoor van Schokland, de Z.E. Heer J.ter Schouw, naar Hellendoorn werd overgeplaatst en dat verscheidene parochianen hem naar deze gemeente volgden.
Ook Engelschen en Duitschers kwamen, tijdelijk of voor goed, naar Nijverdal, omdat hier gelegenheid bestond het weven te leeren.
En ten slotte hebben natuurlijk ook de Twentsche gemeenten inwoners aan Nijverdal geleverd.
Het feit, dat de bevolking van Nijverdal uit zoo verschillende deelen is samengesteld, heeft niet nagelaten zijn invloed te doen gelden.

Menschen, die uit verschillende deelen van het land zich vestigen op een bepaalde plaats, zijn ver van vrienden en verwanten verwijderd. Zij staan in den beginne alleen.
Vandaar dat zij toenadering zoeken tot anderen en waar zouden zij gemakkelijker geestverwanten vinden, dan in de kerken, waar zij samen komen met lieden, die denzelfden godsdienst aanhangen?
En hoe vinden zij gemakkelijker ontspanning en gezelligheid, dan door deel te nemen aan het vereenigingsleven?
Het is een eigenaardigheid van vele plaatsen met een groot bevolkingspercentage, dat het godsdienstig leven, zoowel als het vereenigingsleven er zich buitengewoon krachtig ontwikkelt.
Ook in Nijverdal is dit het geval.
En ook hier zal die gemengde samenstelling van de bevolking aan deze in iedere plaats zoo gunstig werkende omstandigheid niet vreemd zijn.

Bewerkt naar een artikel uit
Twentsch Dagblad Tubantia 11 november 1933