Van roofridders tot goede daden

Over Havezathe Schuilenburg





Boven ziet u wapens van drie familie's die op Schuilenburg hebben gewoond:
Links het wapen van de van den Boetselaers
In het midden het wapen van de Van Rechterens
Rechts staat het wapen van de Van Raesfelts

Kostbare plek
Het is een kostbaar plekje grond, daar waar eens het kasteel Schuilenburg heeft gestaan. Kostbaar niet alleen door wat er zich in vervlogen tijden heeft afgespeeld,maar ook omdat de huidige eigenaar van het landgoed het in landschappelijk opzicht zoveel mogelijk intact heeft gelaten.
Het is alleen jammer dat de laatste particuliere eigenaar van het kasteelterrein deze historische plaats heeft laten diepploegen waardoor veel verloren is gegaan.
Gelukkig dat het terrein nu in eigendom is van de gemeente Hellendoorn, waarmee het voorlopig voor de toekomst gewaarborgd is.
De buitengracht langs wat vroeger de oude Twentsche weg heette, bestaat nog.
De plaats waar de watermolen in 1847 nog stond is ook bekend.
Het verloop van de molenbeek is nog duidelijk te volgen evenals dat van de door monumentale bomen omlijste oprijlaan naar het latere kasteel.
Vele hectaren van het eens zo beruchte roofriddergoed ademen nog de sfeer van romantiek, een romantiek die wij steeds vaker met een lampje moeten zoeken.

foto links een afbeelding van de
Havezathe Schuilenburg

Terug in de tijd
Wij gaan terug naar Zweder van Sculenborgh en zijn echtgenote Hadewyck van Almelo van Hulsen die hun trotse bezit Ter Molen in 1381 hebben verloren zien gaan.
Waar zijn ze gebleven? Woonden ze op 't Hof te Hulsen (=boerderij holsener aan de schuilenburgerweg), dat immers ook eigendom van Hadewyck's familie was?
Zeker is dat het kasteel Ter Molen weer werd opgebouwd.
In 1417 wordt het bewoond door de zoon van Zweder, Symon van den Sculenborgh.
Er is dan ook al sprake van een water-en een oliemolen.
Deze Symon die het bracht tot maarschalk en kapelaan van de bisschop, kocht er in 1418 ook het huis Katenhorst bij, een waarschijnlijk kasteeltje aan de overkant van de Regge ongeveer schuin tegenover Ter Molen.
De lotgevallen van Katenhorst zullen eeuwen lang verbonden blijven met die van Ter Molen.
Een zoon van deze Symon, Dirck, kocht er weer o.a. de hof te Marle bij, zodat de familie - om het maar eens plastisch te zeggen - goed in de slappe was zat.
Een zoon van deze Dirck weer Symon geheten, toog op een dag ter bedevaart naar Jeruzalem.
Ridder Symon van den Sculenborgh kwam echter niet terug. Hij stierf op de terug weg in 1487.

In het archief Rechteren is de vermelding te vinden dat Dirck namens zijn zoon Symon vensters in het koor van de kerk van Hellendoorn liet aanbrengen.
Symon had de wens hiertoe voor zijn vertrek te kennen gegeven.
De vensters zijn verloren gegaan. Dit nieuwe koor werd na 1485 gebouwt.
Wanneer deze "glazen" verloren zijn gegaan is niet bekend.
't Kan zijn, dat ze bij de invoering van de hervorming zijn verwijderd, omdat er uiteraard afbeeldingen op voorkwamen, die in strijd waren met de "nye lere". Waarschijnlijker is dat zij bij de storm van 1747 zijn vernield, want in 1641 nog spreekt de schout Lexcate in een stuk van "de wapens van iedere (d.w.z. de drie adellijke geslachten) in die glaze staende".
Bij de restauratie zijn in 't zand onder de vloer scherfjes van gebrandschilderd glas gevonden.

foto rechts de theeschenkerij Schuilenburg
foto J.H. Alferink

Inkeer
Een zuster van deze Symon, Hadewyck gedoopt, trouwt met de ridder Sweder van den Boetselaer, waardoor Schuilenburg enkele generatie's lag in handen valt van dit geslacht.
De roofridders van weleer blijken echter enigzins tot inkeer te zijn gekomen door het christendom.
Een bastaardzoon (dat wel) van Sweder van den Boetselaer, Mathijs maakt in de annalen van Hellendoorn naam als vicaris van de vicarie van de H. Maagd Maria.
Deze vicarie was door Schuilenburg gesticht als een goede daad.
Toch verrichten ook de heren uit die tijd waarschijnlijk nooit goede daden zonder er iets voor terug te eisen.
In ruil voor het geven van geld of goed uit de opbrengst waarvan de vicarie in stand gehouden werd, kregen de heren het collatierecht: het recht om de predikant, de koster en de schoolmeester te benoemen.
De heren van Schuilenburg waren niet alleen collator; ook die van de Havezathen Rhaan, Egede en Den Dam spraken een woordje mee.
Mathijs was ook de stichter van het Gasthuis van Hellendoorn.
In 1546 schonk hij de diaconie van Hellendoorn een huis met een voorraadschuur en land voor de armen.
Het Gasthuis heeft een lang leven gehad.
Het wordt nog in 1751 vermeld.

foto links het rentmeestershuis
van Schuilenburg
foto collectie J.H. Alferink

Skeletten
Schuilenburg heeft inmiddels, ondanks de goede daden, veel te verwerken gehad.
Het was in de grijze tijden de gewoonte dat kasteelbezitters hun huis open hielden voor grotere heren.
Zo kon het dan gebeuren dat Schuilenburg in 1528 door Karel van Gelder overgegeven moest worden aan Karel V.
Ook in de tachtigjarige oorlog deed Schuilenburg geducht van zich spreken, of liever schrijven.
Tussen 1580 en 1600 heerste op Schuilenburg een heer Pruist (het kasteel was toen eigendom van de familie van Ketteler waarin het vererfd was via Mathijs van den Boetselaer's halfbroer Dirck).
Deze Pruist stond aan de kant van de Staten en maakte de omtrek nogal onveilig.
Vermoed wordt dat uit deze tijd en de daaropvolgende Spaanse, de talrijke menselijke skeletten afkomstig zijn die in de omgeving van Schuilenburg zijn gevonden.
In 1585 is Schuilenburg in handen van de Spanjaarden.
Dat bleef het verscheidene jaren.
In die tijd terroriseerden de bezitters de omgeving en was Schuilenburg een waar roofnest.
Een telg uit het geslacht Van Ketteler, verkoopt in 1644 Ter Molen -zoals het kasteel tot dat jaar nog steeds heet- aan Johan van Raesfelt, Heer van Twickel.
Van dat jaar af heet het kasteel definitief Schuilenburg of, als U wilt, Schulenborgh.

foto rechts een wandelpad op Landgoed Schuilenburg
foto J.H.Alferink

Corbach
Van 1648-1677 was Wennemer van Raesfelt Heer van Schuilenburg.
Of deze heer zich altijd ophield in het kasteel, is niet waarschijnlijk, maar vaststaat dat hij een rentmeester had, met de naam Jeremias van Corbach, later genoemd Van Corbach.
Hij was van Duitse afkomst.
Zijn naam komt herhaaldelijk voor in de marke en kerkeboeken.
Deze Jeremias van Corbach woonde "op den eigendommelijke grond van de heer Van Raesfelt, den Gestencamp genoemd, tegen het verlaat off de stalbrugge te Schoulenburgh".
Later in 1747 was er sprake van een herberg waar de rentmeester W.G. van Beest woonde.
Weer later, stond er bij de molenbeek een herberg "De Schuilburg", van Hellendoorn af gezien links voor de brug.
De laatste kastelein was ook een Van Beest en wel B.D.van Beest.
De herberg is in 1890 afgebroken.
Jeremias wordt de stamvader van een bekend kosters-en schoolmeestersgeslacht, zijn zoon Evert wordt het eerst benoemd tot koster van de kerk van Hellendoorn.

Het eind
Via de Van Raesfelt's komt het goed door huwelijk aan de Van Rechterens van het kasteel bij Dalfsen, die zich van die tijd af, ook heer van Schuilenburg gaat noemen.
In het midden van de achtiende eeuw zelfs "Heer van Den Dam en Schuileburg", nadat een van Rechteren in 1754 voor 30,000 gulden het kasteel Den Dam had gekocht.
De Van Rechterens bleven heren van Schuilenburg tot in 1854, toen het landgoed verkocht werd aan de heer Thomas Wilton J.W. Zn, die het in 1883 verkocht aan Sjoerd Anne Vening Meinesz.
Van de lotgevallen van het kasteel is van 1747 af niet veel bekend.
In dat jaar was het kasteel niet bewoond blijkens een verslag over een storm.
Evenmin in 1748 toen er een volkstelling werd gehouden.
In 1803 was er van het kasteel niets meer over.
De fundamenten werden in 1840 gebruikt voor het verharden van de weg Zwolle- Ommen.
Wij houden het er op dat het kasteel na 1747 in het geheel niet meer bewoond is geweest.

Ongekende macht
Schuilenburg en zijn bewoners hebben tezamen met die van de kastelen Rhaan,Egede en Den Dam (ook allemaal verdwenen), vele eeuwen lang grote invloed uitgeoefend op het wel en wee van Hellendoorn en omgeving.
Vooral op het wee.
Om te beginnen is de mogelijkheid niet uitgesloten dat de oorspronkelijke kerk een stichting is geweest van het huis Ter Molen of Den Dam.
Al van de vroege middeleeuwen af hebben heren van Schuilenburg in elk geval mede de baas gespeeld in en over de kerk, waarin zij een eigen afdeling hadden en een eigen grafkelder

kaartje links de ligging van Schuilenburg
t.o.v. de Oude Twentscheweg en de rivier de Regge

Zij hadden de vinger in de pap bij de benoeming van predikanten, kosters en schoolmeesters.
Zij waren mede heer en meester in het kerspelbestuur en in het bestuur van de marke.
De bewoners van de ongeving konden niet zo maar vissen in de Regge, omdat de heer van Schuilenburg het recht van "Visscherije" bezat, alsmede 't recht van zwanendrift.

Dat laatste was misschien nog niet zo erg, wel het feit dat Schuilenburg bovendien het recht van wind bezat.
Dat betekende, dat alle dorpelingen en mensen uit de omgeving, voor het malen van hun graan gebonden waren aan de molen van Schuilenburg.
Er waren maar weinig boeren die een eigen erf hadden: die waren practisch alle in het bezit van een Heer.
Er zouden nog veel verhalen te vertellen zijn over het goede leven van de Heren en het minder goede leven van de "gewone" mensen.
Over het goede leven gesproken, wist u dat de Heren, als zij door koop, huwelijk of vererving, weer in het bezit waren gekomen van het een of ander erve, zij het markebestuur op een anker wijn moesten tracteren?
Dat dronken de markerichter en de :gesworenen" dan samen op, uit de zogenaamde Hensebeker.

Nieuw leven
Momenteel is het terrein zoals eerder genoemd in eigendom bij de Gemeente Hellendoorn.
Er zijn orienterende onderzoeken gaande om in kaart te krijgen hoe het vroeger moet zijn geweest.
Aan de hand van de uitkomst, wordt er gekeken of er van het terrein weer iets van oude glorie terug te brengen is.
De eigenaar van het Bouwhuis heeft in zijn schuur al een Theeschenkerij ingericht en als alles door mag gaan zullen er de voorwerpen, die gevonden zijn op het kasteelterrein tentoongesteld worden.
Zo kan deze plek mits er zorgvuldig mee wordt omgegaan, uitgroeien tot een van de mooiste plaatsen binnen de Gemeente Hellendoorn.

Bewerkt naar een onbekend kranten artikel.