DE VUURTOREN BIJ DE UITKIJK BIJ HELLENDOORN (1930-1936)

Toen in vroegere tijd de mens in staat was schepen te bouwen die zeewaardig waren, b.v. voor de koopvaardij en de visserij, kreeg men direct te maken met navigatieproblemen. Vooral in duistere nachten, als men dicht onder de kust voer, was het niet denkbeeldig dat men strande op de kust, of dat het schip op de rotsen te pletter sloeg.

Maar de mens is een intelligent wezen en moeilijkheden zijn er om te overwinnen. Langs de kust werden er vuurtorens gebouwd, bestaande uit een hoge toren met platform, waarop in de nachtelijke uren een vuur brandde, bedoeld als lichtbaken ter orientatie, maar ook als waarschuwing voor de schepelingen dat zij zich dicht onder de kust bevonden. De primitieve torens met vuur zijn in de loop der eeuwen vervangen door vuurtorens, die soms een verrassende bouwstijl vertoonden. De meest bekende vuurtoren in de oudheid was de lichttoren op het eiland Pharos, bij de stad Alexanderie, (Egypte), die 120 meter hoog was en een van de zeven wereldwonderen werd genoemd.

Toen de uitvinding van elektriciteit met de gloeilamp als lichtbron haar intrede deed, werd zij ook toegepast in de vuurtorens, die daardoor steeds belangrijker werden voor de scheepsvaart. Ook Nedeland kende een flink aantal vuurtorens langs de kust als lichtbaken voor de scheepsvaart. Zeer bekend is de Brandaris op Terschelling. En wie ooit in Westkapelle op Wacheren is geweest, kent de majestueuze toren van de in 1831 afgebrande kerk, die later dienst deed als vuurtoren.

Om wat dichter bij huis te blijven, kennen we toch allemaal de witte vuurtoren op het voormalige eiland Urk, die de schepen op de zuiderzee waarschuwde voor de kleiklomp, die nog steeds Urk wordt genoemd. Vuurtorens hebben dus te maken met zee, woeste golven en gevaarlijke stranden.

Waarvoor diende dan die eenzame vuurtoren op het hoogste punt van de Hellendoornse berg achter hotel-restaurant De Uitkijk? Wat heeft de Sallandse heuvelrug te maken met scheepsvaart? Schipper van Egmond met zijn motorboot op de Regge had geen navigatielicht nodig. Hij bereikte zonder kunstlicht moeiteloos de thuishaven. Het antwoord op deze vragen is te vinden in het archief van de gemeente Hellendoorn, dit zich bevindt in de gewelven onder het Raadhuis te Nijverdal. Bij de opkomst van de luchtvaart in het begin van deze eeuw, waren de navigatieproblemen even groot als in het begin van de scheepsvaart. Radioverbinding moest nog worden uitgevonden. Men was aangewezen op visuele waarneming.

Overdag moest de piloot zich orienteren op zichbare doelen onder hem, bij duisternis was dat niet mogelijk. Het economische belang eiste echter dat ook 's nachts gebruik werd gemaakt van het luchtruim. De luchtvaart autoriteiten gingen in de leer bij de scheepsvaart.Het idee van de vuurtoren werd overgenomen, maar de toren werd aangeduid als: routelicht.

De vuurtoren bij Hellendoorn was dus een routelicht. Oudere mensen kunnen zich de stalen constructie nog goed herinderen. In het nachtelijke duister straalde de draaiende lamp lange lichtbundels uit over de bossen en op grote afstand was het felle licht waarneembaar.

's Nachts vlogen de piloten de route, die de lichtbakens aangaven. De toren te Hellendoorn was een onderdeel van de route Amsterdam/Schiphol - Hannover (Duitsland) en heeft dienst gedaan van 1930 tot1936. Aan de hand van enkele berichten in het Twensch Volksblad van die jaren, een kort overzicht betreffende deze vuurtoren. "April 1930: Vanwege de Rijksgebouwendienst is bij onderhandse aanbesteding het betonwerk voor de te bouwen lichttoren in de berg, opgedragen aan de aannemer B.J. van de Berg te Hellendoorn, voor de som van f1072,--".

Zaterdag 3 mei 1930 werd de toren in gebruik genomen. De toren had een hoogte van 15 meter en de lichtsterkte bedroeg 2 miljoen kaarsen. "Met ingang van 1 augustus 1930 zullen de routelichten, Muiderberg, Oldebroek, Hellendoorn en Denekamp, op de luchtroute voor het verkeer bij duisternis, van Amsterdam/Schiphol naar de Nederlands-Duitse grens bij Denekamp, branden van twintig minuten na zonsondergang, tot een uur voor zonsopgang". Aldus Twentsch Volksblad van zaterdag 2 augustus 1930. Het ging blijkbaar niet zo goed met de luchtvaart het was ook crisistijd. Na een jaar werden de branduren van de vuurtorens drastisch ingekrompen. Het Twensch Volkblad van zaterdag 6 juni 1931 weet te melden: "Op de luchtlijn Amsterdam - Hannover is de nachtdienst ingesteld. In verband hiermee brandt de lichttoren in de Hellendoornse berg van half elf 's avonds tot twee uur 's nachts".
Enkele jaren later was het afgelopen met de vuurtoren. Juli 1936 werd de toren gedemonteerd en over gebracht naar Eindhoven. Vier jaar later werd nog eenmaal de vuurtoren vermeld in de kolommen van de krant: "Dinsdag 2 april 1940 is het betonnen voetstuk van de vroegere lichttoren voor de burgelijke luchtvaart, waarvan de installatie destijds is overgeplaatst naar eindhoven, do or midel van springstoffen, verbrijzeld. Het stuk dat meer dan 30 kubieke meter beton bevatte, werd nadat talrijke ladingen waren aangebracht, opgeblazen. De brokstukken zijn uit de berg met een tiental vrachtauto's weggebracht".Aldus Twensch Volkblad van zaterdag 6 april 1940.

Een speurtocht in de bossen van de Hellendoornse berg in de hoop het betonnen fundament te lokaliseren, waarop de vuurtoren heeft gestaan, zoals schrijver dezes ooit heeft ondernomen, is dus vergeefse moeite.
Ons rest alleen de Herinnering.

Geschreven door H. ten Brinke te Nijverdal.