Regge dartelde vroeger als speelse hond door de streek

Talrijke "meanders" zijn nu verdwenen

ELEN EN RHAAN: tweelingbuurtschap

Waar en eeuw geleden de thans als een tamme kettinghond door de lage marsen geleide Regge, nog dartel en speels kabbelde langs steile oevers, van oude essen en bouwkampen, die onder hun dikke humuslaag de resten bergen van een duizend jaren oude cultuur, daar ligt het door zijn vredigheid zo bekoorlijke boerenland van Elen en Rhaan..

Ongemeen bochtig
In zijn werk: "De Overijsselse Wateren", van 1848 schrijft de heer Staring o.m.: dat de Regge vanaf Hellendoorn tot Hancate "ongemeen bochtig is", Was de sterke meandering van dit riviertje een belemmering voor een 'n vlotte afvoer en een handicap voor de scheepsvaart, anderzijds droeg ze ook weer het hare bij tot een inniger contact met de "overwater naobers". Deze talrijke meanders (kronkelingen), die de buurdschappen als het ware in elkaar "verzwaluwstaarten" zijn door de kanalisatie van dit riviertje nu alle verdwenen. De buurdschapsgrenzen zijn er aanmerkelijk door verkort, wat het onderlinge kotact niet heeft bevorderd.

foto links de Regge ter hoogte van Schuilenburg foto: J.H.Alferink

Wie van de Schuilenburgerbrug langs de Marsdijk naar Elen gaat, ziet rechts in een prachtig landschap van populieren ,wilgen en elzen nog telkens restanten van de vroegere loop van de Regge.Als we de topografische kaart er bij pakken dan valt op dat de gemeente grens met Den Ham, uiterst grillig is, dan weer naar rechts, dan weer naar links, in afwijking van het gekanaliseerde bed van de rivier, de gemeentegrens volgt nog de oude bochten. Men moet wel zijn verbeeldingskracht te hulp roepen, om nu nog te kunnen beseffen wat hier voor schippers de "strijd om het bestaan", heeft betekend.

Over het afdammen van de rivier hoorden wij, en de laatste Reggeschipper heeft omstreeks 1955 nog verteld dat hij altijd een schop aan boord had voor dit werk en dat hij ook "menigmaal de zomp met zijn schouders over een zandbank heeft getild".Het afdammen leidde overigens tot coflicten met de oevereigenaren. Daarnaast stond dan nog de belangen-tegenstelling tussen schippers en watermolenaar. Het ploeteren van de veelal in convooi varende zompschippers bij het bouwen van een dam in 1847 ten noorden van Hellendoorn is levendig beschreven door W.C.H. Staring, de geoloog, zoon van de dichter Staring .

Uren lang heeft het bouwen van de dam geduurd en wellicht volgt nog een dag om de waterstand boven de dam voldoende op te stuwen. "Nu plotseling den dam doorgestoken ; het water schiet met kracht nederwaarts en sleurt de kleine vloot met zich mede, terwijl de schippers alle kracht inspannen om door boomen den gang der scheepjes te verhaasten. Alles gaat goed, tot een anderhalf uur verder,daar is het water aan zijnen last ontsnapt, de zo zuur gewonnen droppelen zijn verbruikt, en de vloot ligt weder op het droge. Nu weder de schop in de hand genomen........... Want dit is de eenige wijze, waarop in de zomer de Regge te bevaren is".

foto rechts de Regge ter hoogte van Elen omstreeks 1900

De Regge bij Hellendoorn, naar een omschrijving in een ambachtelijk rapport uit die tijd: De rivier vervolgt haren bogtigen loop beneden de schuilenburg, en neemt, onmiddelijk beneden de stuw, met den regter oever eene waterleiding uit Oost-Dammarke op, die van de buurdschap Piksen komt en onlangs gegraven is. Daarna valt de Molenbeek, (nog steeds zichtbaar in het landschap bij Schuilenburg, richting Marsdijk), in de linkeroever en wordt de loop der rivier zeer ongeregeld. Men heeft hier een bocht afgesneden en het verlaten bed toegedamd, maar bij hoog winterwater heeft zich eene nieuwe afsnijding gevormd, zoodat de rivier nu, over eene lengte van een paar honderd ellen, met twee armen werkt.

Bij Elen beginnen zich hooge bouwgronden, steil uit den linkeroever, en nog wat verder ook uit den regteroever, te verheffen. Daar deze hoogten echter, beurtelings dan aan dezen, dan aan genen oever liggen, vormen zij nergens eene eigenlijke vernauwing van het doorstroomingsprofiel. Later loopt de rivier weder door groengronden, met heide-en bouwland afgewisseld".

Zo was het hier, zo was het overal in Overijssel en in de Achterhoek waar rivieren en beken de enige verbindingsweg vormden.Zo kan men lezen van zompschippers die, onder een lage brug door moetende, hun met hout geladen schip met water moeten volscheppen dat, na passering van de brug, weer moet worden leeg gehoosd. Elders leggen de schippers geld bijeen om de watermolenaar te bewegen, de stuw even voor hen open te zetten: het zogenaamde "kopen van water". Hieruit blijkt wel hoe buitengewoon hard het bestaan van de zompschippers geweest moet zijn.

Foto links de Regge ter hoogte van Duivecate foto:J.H. Alferink

Wateroverlast
Wat betreft de wateroverlast, de overstromingen in de winter, het volgende citaat uit 1844 over de Regge: "Hoewel deze rivier niet zeer breed en somtijds bijna droog is, verandert zij des winters de omliggende streek in een groot meer", In de oude overlijdendregisters van Hellendoorn komen herhaaldelijk gevallen voor van dood door verdrinking. Het zijn dan situaties, waarin streekbewoners met levensgevaar de oversteek hebben moeten wagen. Hieruit blijkt wel hoe woest en grillig de Regge vroeger door het landschap ging, daar kunnen wij ons anno 1997 niets meer bij voorstellen en dat nog maar goed honderd jaar geleden.

Wat is een zomp
Een zomp is een vaartuig functioneel afgestemd op de eisen die men er aan stelde. Als er niet gezeild kon worden, moet een man de schuit kunnen slepen. Het moet gemakkelijk wendbaar zijn op de bochtige rivieren, weinig diepgang hebben, (dus voorzien zijn van een platte bodem), de constructie moet sterk zijn en de schuit moest toch een behoorlijk laadvermogen hebben,(ca. 12 ton).De zomp heeft een lengte van ca. 12 meter, de grootste breedte is ca. 2.50 meter, de diepgang ca. 40 cm, hoogte met opboeisels ca. 1.80 meter, de mast heeft een lengte van ca. 12 meter; de zomp is een platbodem waaraan de boorden verbonden zijn d.m.v. krombouten. De boeisels zijn afneembaar, verbonden d.m.v. krammen en spieen. Roerstok en helmblad zijn afneembaar. Voor de mast wordt de fok gehesen, achter de mast bevindt zich 't grootzeil (met stutter of spriet). Opmerkelijk is de vorm van de voorsteven.

De zompen werden allemaal in Enter gebouwd, op een drietal scheepswerven. Twee ervan werden beheerd door de schuitemakers, die er door de eeuwen heen duizenden gebouwd hebben. Men bouwde ongeveer drie maanden lang aan een zomp, die ongeveer evenveel kostte, als een huis.

Na de Tweede Wereldoorlog was er van die zompen niet veel meer over dan een schamel aantal restanten. De laatst schuit was voordien bevaren door Jans ten Berge. Zijn schip werd ondergebracht in het openluchtmuseum te Arnhem, waar in de oorlog een granaat het schip versplinterde. Van deze "Regt door zee" zijn de restanten thans opgeslagen in de Pelmolen te Rijssen. Sinds 26 april 1986 ligt in Rijssen een replica van de Enterse zomp, de "Regt door zee" genaamd. Het schip ligt in de haven bij de Pelmolen die dicht bij het riviertje de Regge is gelegen. Men kan daar rondvaarten mee maken tijdens de zomermaanden,vooraf afspraak maken bij de V.V.V. te Rijssen.

Foto rechts de Regge ter hoogte van Schuilenburg richting Hellendoorn
foto M.Konijnenbelt


Schijnbare onbeleefdheid
Een dezer "overwaternaobers", van Elen wist nog een aardige historische anecdote uit deze "meandertijd" van de Regge, die zijn grootvader vroeger wel eens vertelde. 't Was in de laate herst, toen enkele boeren op de es bezig waren met knollen trekken dat er een schipper voorbijvoer, die hun vroeg hoever het nog was naar Schuilenburg. "Dat kow better zeggen a'j temet weer langs komt". Toen de schipper na het incasseren van dit naar zijn mening onbeleefde antwoord, de schuit met veel moeite een goede kilometer verder tegen de stroom in voorgebaand had, zag hij tot zijn verrassing het gezelschap wat hij even te voren gepasseerd was, weer naast zich opdoemen. Nog voor hij van zijn verbazing bekomen was, trad een van hen hem nu vriendelijk tegemoet met de woorden: "Jao schipper i'j zolt zo net wal hebben edacht, wat onfatsoenluk volk, mar wi'j kunt 't ou now better oetduden as d a'j veur de eerste maol langs kwammen". Hiermee wordt wel heel duidelijk aangegeven hoe kronkelig de Regge was.


Oude hoeve
Met eenzelfde speelsheid als de Regge hier vroeger door het landschap kronkelde, liggen ook de mooie oude hoeven door dit vriendelijke boerenland de benaming: Oldenhof, Glinthuis, Joanning, ter Schuyr, Grubbink, de Brouwer, Pastink en Veldhuis. De Oldenhof nu Olthof-Schuttevaer, is zeker een van de oudste. "t Is in het jaar 1448 dat Dirk Oethof, Vicaris te Ootmarsum,(deze kwam waarschijnlijk ook van de Oldenhof), en Dirick van de Boetselaer (van Schuilenburg) met de Aardsdiaken van Twente in een proces zijn gewikkeld over een rente uit de goederen Everdinck en Roberdinck te Biesteren bij Rijssen. De 3e juli 1470 oorkont Herman Clopman richter te Hellendoorn dat," Evert ten Oldenhove" aan Johan Gerdeszoon een morgen land heeft verkocht gelegen op de Tatenem (Marle) in 1539 wordt Johan van Teykenborch door Sweder van Warmelo beleend met het goed "den Oldenhof in Elen".

Foto links de Regge bij Schuilenburg richting Overwater
foto M. Konijnenbelt


"Dienstluiden"
Als "dienstluiden", van Hellendoorn worden in 't jaar 1474 voor Elen en Roden (Rhaan) genoemd: Werner Grubte, Henric Grubbe, Evert Velthof en Willem Brouwer. Volgens een oorkonde van 19 mei 1442 ( op den Heiligen Pinxteravent), erkennen Reinolt van Coverde en zijn vrouw Belie (van huis Rhaan) verkocht te hebben aan Simon van Schuilenburg het goed Grubbynek gelegen in het kerspel Hellendoorn in de buurschap Elen, uitgezonderd vier morgen nieuw land. Een morgen land is volgens ons 600 Zallandsche Roeden= 1,23 hectare, maar wij weten dat niet zeker<, als U meent te weten dat het anders is, verzoek ik U om te reageren via ons E.mail adres, info@obd.nl

Het "roden", ontginning door rooien van bos en houtopslag, waaraan Roden (later Rhaan) zijn naam dankt, had toendertijd zijn eindstadium nog niet bereikt. Voorwat het Veldhuis betreft, (in de volksmond "Vels"), die moet in 1561 nog twaalf mud rogge opbrengen aan Johan van de Boelselaer (eigenaar van huize Schuilenburg). Uit bijdragen tot de geschiedenis van Overijssel Tijl, Zwolle 1876, wordt beschreven op bladzij 245 dat 1 morgen = 1/2 mud roggeland (Gelderland), dan komt 12 mud m.i. neer op 24 morgen, (dat lijkt mij wel wat veel), maar weet het beter dan graag een reactie op eerder genoemde adres.

Als bezienswaardigheid in Elen, komt zeker in aanmerking het kleine met lemen wanden en rieten dak echt sprookjesachtig aandoend boerderijtje, gelegen aan de Olthofweg. Enige jaren geleden is het ingericht tot vakantieverblijf voor medewerkers van staatsbosbeheer en is een Rijksmonument . De naam "Old Vels", doet vermoeden dat het eens dienst deed als "lyftuchtshoes", voor de oude boer van het Veldhuis nadat hij zich uit het bedrijf terug getrokken had.


"t Hallo of Hel-lo ?
Rond en Eleres komen we interesante namen tegen. De naam "ganzebrei", duidt er op, dat men hier vroeger evenals in Enter ganzen hield. "n'kluppel " of "Pasinkskluppel" Doet vermoeden dat dit erve vroeger belast was met het "bod doen", (bericht doen), in de marke. De naam 't Blik duidt op een open plek in het (vroegere) bos. Het ligt tussen 't erve de Klumper (klompenmaker?) en de Rhaneres. "'t Jufferstukke" was misschien eens eigendom van een adelijke juffer. Voor de naam "'t Haanmennigien" is er zo geen verklaring voor handen.

Zo'n mysterieuse veldnaam is ook "'t Hallo", 't Is een dalkom in het noord-oostelijk deel van de Eleres, met in "t midden een met houtgewas omkraste vijver, vermoedelijk een oude leemkuil. Dit gat houdt ook in de droogste zomers nog water en werd vroeger algemeen gebruikt als reutkuil voor het vlas. Waarschijnlijk was de oorspronkelijke naam "Hel-loo", van laagte.

foto rechts is op de zelfde plaats genomen als de foto links bovenaan maar dan in de winter
foto:J.H.Alferink.

De dam die er aan de oostzijde doorheen geworpen is diende toendertijd als overweg naar het bouwland op de es. Men had deze "nieuwe weg", laten aanleggen omdat de oude langs de steile Reggeoever wegens voortdurend afbrokkelen te gevaarlijk werd. De kosten van dit "kunstwerk", bedroegen toen een fles jenever. Voor hedendaagse uitvoerders om van te watertanden.


Interesante vondst
Er zijn in het oude Elen nog meer mysterieuze dingen. Bij het speuren in de wand van het vrijwel verticaal afgestoken bodemprofiel van het esgedeelte tussen de Oldenhof en Schuurs, is een interesante ontdekking gedaan door wijlen Dhr G.J. Eshuis. In de onderste cultuurlaag vond hij scherfjes van zeer vroeg dunwandig aardewerk (3e tot5e eeuw?). Daarboven weer een bodemgedeelte van een 12e eeuwse kan en in de laag die vermoedelijk om de 13e eeuw gedateerd moet worden vond hij twee stukken ijzerslak. In het kleinste stuk was de houtskool die men gebruikt had voor de smeltkroes nog duidelijk zichtbaar.

Deze ijzerslak-vondst, doet vermoeden, dat er in Elen omstreeks de late middeleeuwen of nog daarvoor een smeedijzerindustrie heeft bestaan. Gelegen in de onmiddelijke nabijheid van de hier ter plaatse nogal brede en drassige Reggevallei, heeft men als grondstof waarschijnlijk moerasijzer verwerkt. De ijzerwinning geschiedde in een oven door middel van uitgloeien met houtskool. De ijzerslakken vloeiden dan als afval uit de oven weg, waarna het metalisch ijzer overbleef, wat na uithameren het smeedijzer leverde.

Op plaatsen waar men dit bedrijf heeft uitgeoefend, vind men veelal ook aardewerk en gereedschappen. Ook bij de zandafgravingen aan de rand van de Eleres, zouden op ongeveer 30 meter afstand van de plaats waar hij zijn naspeuringen deed enige urnen of ander aardewek voor de dag zijn gekomen. Helaas kon niemand hem hierover nadere inlichtingen verstrekken. Mogelijk had men toen ook belangrijke gegevens kunnen verzamelen over de door hem hier vermoede ijzerindustrie. We moeten nu maar geduldig wachten op een volgende gelegenheid. Dat er in Elen nog wel wat valt te ontdekken is echter buiten twijfel.

Bewerkt uit: Hellendoorn de Regge de Schuttevaarders door: Prof. Mr. H. Schuttevaer, Dhr: G.J. Eshuis Dagblad van het Oosten 25 maart 1959.