een website voor allen en voor niemand


dedicated to
my beautiful demon

10 oktober 2003


Ik heb zeker iets van een cynicus en een misantroop in mij, al probeer ik dat niet teveel te laten merken. Met ironie kom ik heel ver. De ergste cynici en misantropen zijn zij die gespeend zijn van elk gevoel van zelfkennis. Het zijn zeer onaangename mensen, rijp voor een baan als manager.
Amobrose Bierce (1842-1914?) had gelukkig wel gevoel voor humor. Zijn zwartgallige 'definities' in Het duivels woordenboek zijn sarcastisch, maar uitermate goed verteerbaar. Die Bierce heeft het begrepen. Mijn verbazing was wel groot toen ik erachter kwam dat het geen nieuw boek was (voordat ik het boek leende uit de bibliotheek had ik nog nooit van die man gehoord). De teksten werden tussen 1881 en 1906 voor het eerst gepubliceerd in The Examiner. Het is vooral een bladerboek en één van de eerste lemma's die ik aantrof was:

PESSIMISME - filosofie waarin de waarnemer gestijfd wordt door de invloed van de optimist met zijn vogelverschrikkersblijmoedigheid en zijn afzichtelijke glimlach.

Nu was ik nieuwsgierig wat er dan wel bij optimist zou staan.

OPTIMIST - een aanhanger van de leer dat zwart wit is.

OPTIMISME - de leer of overtuiging dat alles mooi is, wat lelijk is incluis, dat alles goed is, speciaal wat slecht is, en dat alles juist is wat verkeerd is. Dit geloof wordt met de grootste overtuiging aangehangen door degenen die het meest gewend zijn aan tegenspoed en wordt bij voorkeur beleden met de grijns die een glimlach moet voorstellen. Aangezien het een blind geloof is, is het niet ontvankelijk voor het licht der bekering - een ziekte van het verstand, die door geen enkel medicijn behalve de dood te genezen is. De ziekte is erfelijk, maar gelukkig niet besmettelijk.

Het boek krijgt vreemd genoeg wel iets aandoenlijks. Waarom weet ik niet. Lees het! e-mail


8 oktober 2003


Eén van de charmes van jarig zijn is natuurlijk het krijgen van cadeautjes en dan gaat het nog niet eens om de inhoud. Nee, het idee dat iemand moeite heeft gedaan om je verrassen met een cadeau, dat blijf ik buitengewoon waarderen. Gelukkig is het in mijn omgeving nog niet zo materialistisch geworden. Er wordt - zover ik kan nagaan - niet meteen gekeken hoe duur het cadeau was enz. Het gaat gelukkig nog steeds om het gebaar. Mijn zoontje (6) is dol op Garfield en ik vond het dan ook geweldig om gisteren voor mijn verjaardag twee Garfieldboekjes te krijgen. Gescheiden ingepakt natuurlijk, want het is altijd feestelijker om twee cadeautjes uit te pakken dan één. Onlangs had ik me laten ontvallen dat ik zo dol ben op Engelse drop dat ik er bijkans verslaafd aan ben geweest. Dus kreeg ik ook een zak Engelse drop. Altijd welkom in een tijd dat ik aan afkicken ben van roken (gaat overigens erg goed). Van mijn vrouw kreeg ik Stories from the city, stories from the sea van PJ Harvey, wat mij betreft haar beste cd en het stond daarom al lang op mijn verlanglijstje. Via de post kreeg ik nog een cd-bon. De komende tijd wordt het dus genieten van het idee alleen al dat ik een cd zou kunnen uitzoeken! Van mijn beste vriend kreeg ik de Essays van Montaigne, een prachtig cadeau! Daar zal ik de komende tijd vast nog wel op terugkomen alhier. Van mijn collega's kreeg ik Vrije vormen van Joke van Leeuwen, een roman waar ik zeer nieuwsgierig naar ben.
Ik ben verwend. Mijn dank allemaal! En nu ben ik er even niet meer: ik ga lezen, muziek opzetten en Engelse drop naar binnen slaan... e-mail


7 oktober 2003


Laat ik het maar niet ontkennen: ik heb iets met 7 oktober en ik was vanochtend dan ook ietwat verontrust dat de zon scheen. Zo hoort het niet: op 7 oktober hoort het te stormen en te regenen. Ik stel me zo voor dat het 36 jaar geleden in de vroege ochtend van 7 oktober onweerde. Het bliksemde en donderde en wellicht net als bij Ronja de Roversdochter vlogen de vogelheksen over het dorpje Hardegarijp. Het leek me toen een uitstekend moment om maar eens een kijkje te nemen op deze planeet en aldus werd ik geboren. Zolang ik mij kan herinneren was het altijd slecht weer op mijn verjaardag. En zolang ik mij kan herinneren heb ik altijd gevonden dat ik toch een week te vroeg geboren was. Immers een week later is het altijd Herfstvakantie en was ik altijd vrij geweest op mijn verjaardag. Gelukkig doet het weer zijn best om mij een verjaardag in stijl te bezorgen. De zon sodemietert zo nu en dan op om plaats te maken voor het echte werk. Er is zelfs al onweer geweest! Ik voel me echt jarig vandaag!!! e-mail


6 oktober 2003


Het Dierenbevrijdingsfront afschilderen als een terroristische organisatie gaat veel te ver. Er lijkt me nog een groot verschil tussen een terroristische organisatie als de Israëlische regering en het Dierenbevrijdingsfront, laten we eerlijk zijn. Stel dat er mensen in dezelfde benarde omstandigheden zouden worden gefokt. Of dat er medische proeven op dergelijke wijze op mensen zouden worden gedaan. Zouden we dan geen sympathie hebben voor zo'n organisatie en zouden we dan niet meer begrip hebben voor het geweld dat ze toepassen. De inval in Irak had uiteindelijk minder edele motieven.
Je begeeft je hier in de discussie of dieren dezelfde rechten als mensen hebben. Nu is dat een oneerlijke discussie. We weten weinig van het bewustzijn van dieren (laat staan van mensen, een nog niet gedetermineerd diersoort), maar we weten wel dat dieren geen rechten hebben uitgevonden. Het idee van recht is door mensen uitgevonden en toont zich in praktijk zinvol in samenlevingen waar gepoogd wordt om iedereen hetzelfde te behandelen. In die samenlevingen worden vaak rechten aan dieren toegekend. Eigenaren van dieren (op zich al eigenaardig: eigenaren van mensen zouden we al weerzinwekkend vinden) die hun dieren slecht behandelen kunnen we tegenwoordig met de wet in de hand aanpakken. Maar zodra het om handel gaat (en daarbij gaat het om proefdieren vaak ook) zijn we algauw een stuk harder.
Laat ik eerlijk zijn, ik lust ook graag een stukje vlees. Mocht ik ooit ernstig ziek worden dan zou ik ook graag dat de dokter er iets aan kan doen. Mijn begrip voor het Dierenbevrijdingsfront is dan ook hypocriet.
Het Dierenbevrijdingsfront is ook hypocriet. Vechten voor de rechten van dieren en die van mensen even vergeten. Het is een veel te lange weg, maar wel de enige: vechten voor de rechten van dieren hoort via discussie, binnen de wet en via de rechter. Als ik beelden zie van acties van het Dierenbevrijdingsfront snap ik soms de typering terrorisme wel, maar het is te kleinschalig om het op die manier aan te pakken. Er is een wezenlijk verschil tussen een vliegtuig in een flat laten vliegen en het in brand steken van een vrachtwagen. Maar met geweldloosheid zal het Dierenbevrijdingsfront meer sympathie creeëren voor hun zaak. e-mail


3 oktober 2003


Het moet één van de eerste verjaardagen in mijn studietijd geweest zijn. Ik kreeg toen een boek cadeau van een schrijver waar ik nog nooit van gehoord had. Het was nog een Zuidafrikaans schrijver ook. Het boek heette Wachten op de barbaren en de schrijver J.M. Coetzee. Het boek maakte grote indruk op me en alhoewel ik me had voorgenomen om meer van werk van hem te lezen is het er tot op heden nooit van gekomen. Ondertussen kwam ik zijn naam steeds vaker tegen, het bleek geen klein schrijver. De uitzending in Van de schoonheid en de troost met Coetzee vond ik dan indrukwekkend, ook al was het interview problematisch: Coetzee wilde eigenlijk niet spreken. Nu heeft hij dan de Nobelprijs voor literatuur gewonnen. Ik ben maar zelden onder de indruk van prijzenfestivals (Oscars, Emmy's, Gouden Kalven, AKO enz. enz. - ze kunnen me allemaal gestolen worden), toch wil ik Coetzee feliciteren. Zelden heeft iemand een prijs zo verdiend!

Ik kwam vandaag een aardige website tegen: over Menno Wigman. e-mail


2 oktober 2003


Een ieder die mij een beetje kent weet het: JWL is verslaafd aan lezen. Met roken kan hij stoppen, maar met lezen ...
Ik lees alles doorelkaar. Soms ben ik meerdere boeken tegelijk bezig met daarnaast ook nog allerlei kranten en tijdschriften. Sinds ik een baan heb, getrouwd ben en een kind heb weet ik dat dit niet meer vol te houden is. Er moeten keuzes gemaakt worden in de onderwerpen die ik interessant vind. Eén van de eerste onderwerpen die het veld moest ruimen was beeldende kunst: ik heb daar geen talent voor. Film was weliswaar één van mijn passies, maar om nu steeds alleen maar te lezen over film en er nooit aan toe te komen om de films te gaan kijken werkt ook niet stimulerend. Politiek. Lidmaatschap opgezegd van Vrij Nederland, De Groene Amsterdammer en de krant. Toch heb ik nooit helemaal afstand kunnen nemen. Er is weer een krant in huis (Trouw) en De Groene is te goed om echt afscheid van te nemen: ik krijg hem te leen van een goede vriend. Muziek. Moet men naar luisteren en niet teveel over lullen. Sinds mijn studie Muziekwetenschappen heb ik geen enkele behoefte meer om erover te lezen. Soms koop ik het muziekblad Oor om wat ideetjes op te doen, maar dat is het dan ook. Religie. Ik acht het bestaan van een god niet aannemelijk en ben aldus niet meer kerkelijk. Toch heb ik nog steeds belangstelling voor religieuze levensopvattingen. Taoïsme en Zenboeddhisme blijven aan mijn knagen al zal men mij niet snel in meditatiehouding aantreffen. Zo nu en dan moet erover gelezen worden.
Blijft zo ongeveer over filosofie, literatuur en schaken.
Wat filosofie betreft: ik ben geen academicus en ben volstrekt autodidact op dit gebied (met alle gevolgen van dien). Mijn grote filosofische liefde is Nietzsche en de geschiedenis van filosofie in het algemeen. Ooit ben ik begonnen met een project om de geschiedenis van de filosofie van het begin af aan te gaan lezen. Eerst lezen over een bepaalde periode en dan de filosofen zelf lezen. Daarmee ben ik gekomen tot aan de sofisten en toen stokte het. Het project Nietzsche is van een andere orde. Zijn werk moet ook van begin af aan gelezen worden en dat lukt ook aardig. Ik neem er de tijd voor. Wat de literatuur betreft had ik mij willen beperken tot de Nederlandstalige. Ook hierin kan ik maar niet consequent zijn. Ik heb een voorkeur voor de Vlaamse schrijvers, maar lees ook nog buitenlandse auteurs (Houellebecq). Wat de literatuur lees ik dus eigenlijk wat me op de weg komt. En dan is er nog die eigenaardige hobby schaken waar bibliotheken aan boeken over verschijnt. Soms denk ik wel eens dat ik zo dol ben op schaken ómdat er zoveel boeken over verschijnt. Over een gemiddeld schaakboek doe ik ongeveer een jaar, dus ik denk dat ik tot aan mijn dood wel genoeg aan schaakliteratuur te lezen heb.
Hoe nu orde in deze chaos te brengen? Ik weet het niet. Onlangs heb ik besloten om al die boeken uit te lezen waar ik al enige tijd mee bezig ben voordat ik weer iets nieuws begin. Als dat gelukt is zal ik weer met een frisse kijk naar mijn boekenkast kijken. e-mail


1 oktober 2003


Het moet al weer meer dan 10 jaar geleden zijn dat ik deze foto bij een boekbespreking in Vrij Nederland zag staan. Het boek ging over de gefotografeerde vrouw: Tina Modotti (1896-1942). De foto fascineerde me enorm, al kan ik tot op de dag van vandaag niet precies uitleggen waarom. Het is meer dan alleen maar: ik vind het een mooie vrouw. Om welk boek het artikel ging weet ik niet meer. Ik knipte de foto uit en deed 'm in een lijstje. Het heeft jaren in mijn studentenkamer gehangen. Sommige bezoekers hadden moeite met die foto: ze kijkt je zo aan. Misschien was dat het juist wat mij zo intrigeerde: die blik! Het is zeker geen Mona Lisa, maar toch...
Natuurlijk ging ik op zoek naar informatie over deze vrouw. Ik heb een biografie over haar gelezen, maar eerlijk gezegd herinner ik me erg weinig van behalve dat het een bijzonder enerverend leven geweest moet zijn. Ze bleek Italiaanse te zijn. Vertrok op een gegeven moment naar de Verenigde Staten en kwam daar in Hollywood terecht. Ze schijnt nog in een enkele film te hebben gespeelt. Ook ontmoette ze de fotograaf Edward Weston en met hem vertrok ze naar Mexico. Weston leerde haar fotograferen. In Mexico kwam ze terecht in het radicale linkse milieu en moet daarin een positie veroverd hebben. Ook haar fotografisch werk laten veel linkse symbolen zien. Het zijn mooie foto's: eenvoudig, verstild, sober. De foto's zijn niet per se mooi, maar wel heel direct. Op http://utenti.lycos.it/atisauro/ vindt u veel foto's van haar en ook veel foto's die onder andere Edward Weston van haar gemaakt heeft.
Wat Mexico met haar gedaan heeft weet ik niet. Ze ontmoette er Frida Kahlo en Diego Rivera, werd op de laatste verliefd. Ik meen dat ze zelfs verdacht werd van moord op hem. Hoe dan ook, ze moest Mexico verlaten. Diep geworteld in het communisme kwam ze eerst terecht in Berlijn alwaar een enorme spanning heerste tussen fascisten en communisten. Toen dat de verkeerde kant op ging, ging ze naar de Sovjet Unie. Fotograferen deed ze ondertussen niet meer. In 1936 duikt ze op in de Spaanse Burgeroorlog alwaar ze voornamelijk als verpleegster werkte. Daar moet ze snel uit oud geworden zijn. Mede door de gevolgen van deze oorlog overlijdt ze in 1942.
Ik heb altijd wat met radicaal links gehad, zonder het zelf te zijn overig. Vooral het anarchisme boeit me. Tina Modotti leefde in het wereldje van communisten en anarchisten. Wat me opviel was dat haar ideologische keuze vooral voortkwam uit bewogenheid, bewogenheid met de minder bedeelden. Ze fotografeerde hen, gaf hen een gezicht en vocht voor ze. Ze was solidair, leefde eenvoudig en was bijna als een communistische non. Politiek was daarbij een middel en geen doel.
Dit soort mensen vind je alleen nog maar in de geschiedenis vrees ik. e-mail


30 september 2003


Wat bezielt iemand om een weblog aan de buitenwacht te tonen. Ik ben daar zelf nog niet uit. Ik hou van schrijven, maar ik vind niet dat ik talent heb om een roman te schrijven. Bovendien mis ik daarvoor het heilig vuur. Misschien is een weblog iets van een surrogaat. Je schrijft toch anders als je iets publiceert op internet dan als je alleen voor jezelf schrijft. Ik heb gemerkt dat het mijn houding ook verandert als ik bijvoorbeeld de krant lees. Je gaat al sneller denken: zou er een log in zitten. Soms stoort het me ook. Zo heb ik Houellebecq bewust niet te analytisch gelezen met in mijn achterhoofd wat ik er later op mijn weblog over zou moeten schrijven. Nee de weblog is geen doel maar een middel. Een middel voor mij om dingen niet alleen in mijn hoofd te houden, maar om te proberen het op te schrijven. Zo wordt het concreter. En een website is een stuk minder opdringeriger dan een boek willen verkopen. Als bezoekers mijn weblog niks vinden dan komen ze niet terug. Bij blogger kreeg ik de indruk dat er een harde kern was die steeds terugkwam. Ik hoop dat ze hun weg ook vinden naar mijn homesite. e-mail


29 september 2003


Tot vorige week onderhield ik een weblog bij blogger. Ik ben ermee gestopt: de irritatie over de reclamebanner boven 'mijn' website werd steeds groter. De stekker is eruit, maar de pagina's zijn nog steeds te lezen. Een deel van de teksten zal later op deze website terug te vinden zijn.
Soms ben ik wel eens wat jaloers op al die bloggers die zelf hun website hebben gemaakt. Ook ik zou graag al die functies willen inbouwen die tegenwoordig een weblog maken tot een echte weblog: de reactiemogelijkheden, de archieffucnties, het invoeren en uploaden van teksten via ftp enz. Daartoe ontbreekt het mij (nog) aan kennis.
Minder gecharmeerd ben ik vaak van de inhoudelijke kant van veel weblogs: ze lijden teveel aan 'kijk mee nou eens leuk zijn'. Dergelijke weblogs zijn alleen maar 'interessant' voor vrienden en bekenden. Daar is op zich natuurlijk niets mis mee, maar mijn aandacht krijgt het niet.
Ik houd van weblogs met kleine observaties uit het dagelijkse leven, interessante gedachten, subtiele humor. Het moet iets zeggen over de schrijver, het moet enigszins authentiek zijn, de orginaliteit volgt dan vanzelf. Of ik aan mijn eigen eisen voldoe kan ik niet beoordelen.
Eerlijk gezegd ben ik ook niet geschikt voor het bijhouden van een weblog. Het opmaken van een website vind ik vele malen boeiender dan de inhoudelijke kant. Voor mij is de opmaak een zoektocht naar eenvoud. Een gemiddelde website ziet er tegenwoordig uit als een barokkerk in Zuid-Duitsland of Oostenrijk: elke vierkante millimeter moet benut worden. Het liefst met allerlei animaties, kleuren, plaatjes, noem maar op. Wanneer je zo'n website opent weet je niet waar je moet kijken, laat staan waar je je informatie vandaan moet halen. Ik surf dan maar snel door. Eén van de mooiste websites vind ik nog altijd: Photek, maar die maakt gebruik van Flash. Ik hoop dat mijn website net zo'n oase mag zijn. e-mail


25 september 2003


Sindsdien is er echter een prominente klasse opgekomen, materieel goed af, erg rijk zelfs, die in plaats van de minderbedeelden te helpen een hele infrastructuur heeft ontwikkeld - politiek en intellectueel - om ze te marginaliseren en zelfs te domineren. Aspecten hiervan zijn belastingverlagingen voor de rijken en kortingen op uitkeringen van armen, kleine 'beheersbare oorlogen' om de samenbindende kracht van de gemeenschappelijke vijand te handhaven, het idee van 'absolute laisser faire als de belichaming van vrijheid' en de wens om de overheid zo veel mogelijk terug te dringen. Het belangrijkste collectieve resultaat van dit alles is volgens Galbraith blindheid en doofheid onder de 'tevredenen' voor de groeiende problemen in de maatschappij. Terwijl ze tevreden zijn dat in hun naam miljarden dollars zijn uitgegeven om relatief kleine vijanden te verslaan (Kaddafi, Noriega, Milosovic), zijn ze volstrekt niet bereid om geld uit te trekken voor de laagste sociale klasse thuis.

uit: Peter Watson. Wrede Schoonheid. Mensen en ideeën die het moderne denken gevormd hebben. Utrecht 2001. Het Spectrum. pag. 674-675.

Herkenbaar? e-mail


24 september 2003


Het was even schrikken toen ik onlangs in Trouw een recensie las over het proefschrift van Jaap Hagen. Meneer Hagen had de relatie tussen Nietzsche en de nazi's onderzocht en kwam tot de conclusie dat Nietzsche een voorloper van de nazi's was. Alle liefhebbers van Nietzsche die dat niet konden zien zouden bij zichzelf te rade moeten gaan. 'Liefde maakt blind' stond er in de recensie. Gelukkig ben ik ondertussen recensies tegengekomen die Hagens conclusie niet kritiekloos deelden en ik ben nu wel van de schrik bekomen.
Ik heb het proefschrift niet gelezen en moet me dus baseren op de indruk die de recensies bij mij hebben achtergelaten.
Nietzsche een nazi avant la lettre? Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk. Ik ben geen academisch geschoold filosoof, maar ik lees al jaren met plezier de teksten van Nietzsche. Soms kom ik inderdaad passages tegen die mijn tenen doen krommen, maar een link naar de SS en Auschwitz maken is nooit in mij opgekomen. Stalin had iets met Marx, maar om nu Marx de Goelag in de maag te splitsen ... Ok, wat niet telt voor deze laatste twee zou natuurlijk wel voor Nietzsche en Hitler kunnen gelden.
Toch is het niet de eerste keer dat er op verwantschap gewezen is. Het is ook niet de eerste keer dat het op fel verzet stuit.
Een verschil tussen Nietzsche en Heidegger is dat Nietzsche al gestorven was toen het Derde Rijk zich vormde. Nietzsche heeft nooit voor of tegen het Derde Rijk kunnen zijn. Of Nietzsche het Derde Rijk gewild zou hebben, komen we nooit direct te weten en zou dus uit zijn teksten gedestilleerd moeten worden. Jaap Hagen meent dat hij daarvoor goede aanwijzingen heeft. Echt beoordelen of Hagen er naast zit of niet kan ik niet, maar ik heb wel redenen om heel erg te twijfelen. Niet omdat ik Nietzsche voor mijzelf heilig wil houden, ik heb zeker oog voor zijn minder sympathieke kanten als het om zijn filosofie gaat. (Dat Wagner een onuitstaanbaar antisemitisch ventje was, weerhoudt mij niet om zijn muziek geweldig te vinden). Nietzsche was zeker geen democraat en had weinig oog voor sociaal zwakkeren, iets wat ik zeer betreur. Nietzsche was hierin jammergenoeg niet bijzonder
Nietzsche keerde zich tegen het christelijke gebod van de naastenliefde die tot medelijden leidt. Het consequent vereren van de zwakke kant van de mens baarde hem zorgen, het zou in ieder geval niet tot een levenshouding uitgeroepen moeten worden. Dus stelt Nietzsche provocatief een ander mensbeeld daartegenover: de mens moet hard zijn en strijd leveren. Nietzsche gaat erg ver in die provocatie. Maar wat bedoelt hij met hard zijn en strijd leveren. Dat we ons moeten verzetten tegen decadente gevoelens van naastenliefde en medelijden? Dat we geestelijk (!) sterk moeten zijn om de dakloze geen geld te geven omdat we vinden dat het zijn problemen niet oplost? Eerlijk gezegd weet ik niet zeker of Nietzsche dit bedoeld. In Nietzsches biografie kan ik geen voorbeelden vinden dat hij deze gedachte in praktijk gebracht heeft. Nietzsche stond zelfs tegen de heersende tijdgeest in uiterst sympathiek tegenover joden. Hij verafschuwde de denkbeelden van zijn zuster die met een notoir antisemiet trouwde en hem volgde naar Zuid-Amerika om daar een kolonie te stichten met raszuivere ariërs. Nietzsche vond dit volkomen flauwekul.
Nietzsche was geen systeembouwer. Hij experimenteert in zijn boeken, speelt rollen, zet maskers op, zet lezers op het verkeerde been enz. enz. Nietzsche is een literair filosoof. Een gesloten filosofie is het zeker niet en het staat vol tegenstellingen. Probleem daarbij is dat iedereen wel iets in zijn teksten vindt dat in zijn kraam te pas komt. Dat is Hitler ook gelukt. Bovendien werd de tijd van Hitler nog geplaagd door de posthume uitgave van Der Wille zur Macht. Aan dit boek zou Nietzsche zijn laatste heldere jaren gewerkt hebben voordat hij ineenstorte. Zijn antisemitische zus heeft allerlei teksten bijelkaar gevoegd en alsnog dat boek samengesteld. Onderzoek heeft aangetoond dat dit boek absoluut geen grondslag vindt in Nietzsches nalatenschap. Bovendien heeft zuslief geschrapt en bewerkt, het boek antisemitisch gemaakt. Pas na de oorlog is er een kritische Gesamtausgabe tot stand gekomen. Nietzsches filosofie is toen losgekomen van de nazi's en in een objectiever perspectief geplaatst.
Ik zal het boek van Jaap Hagen zeker doorlezen, maar ik ben op mijn hoede. Liever lees ik Nietzsche. e-mail


23 september 2003


Toen een aantal jaren geleden mijn naamgenoot Lubbers werd voorgedragen als secretaris-generaal van de NAVO moest ik heel erg lachen. Die man zou natuurlijk voor vrede op aarde kunnen zorgen. Immers, voordat iedereen zijn zinnen had geanalyseerd en begrepen had dat hij niets had gezegd, zouden we alweer een paar jaar gewonnen hebben. Ik was indertijd ook stomverbaasd dat zelfs GroenLinks vragen aan de kamer stelde over het mislukken van zijn kandidatuur. Als linkse, voorheen pacifistische partij moest je juist blij zijn dat een Nederlander het niet geworden was.
Nu dan Jaap de Hoop Scheffer. Die man heeft in mijn ogen nog nooit iets bijzonders gedaan of gezegd. Werd hij in Nederland bij het publiek nauwelijks serieus genomen, de politici vallen over elkaar heen om te roepen hoe geschikt hij is. Ik had al medelijden met de internationale pers die nu steeds in de permanente verbaasde oogbollen zou moeten kijken. Het is dat het nieuws van zijn benoeming tegelijk kwam met het overlijden van Johan Stekelenburg anders had ik weer krom gelegen van het lachen.
Gisteravond in het journaal mocht Japie even vanuit New York wat blijdschap tonen. Waar waren die ogen? En wat leek Japie ineens op George Bush (let maar op, binnenkort zien we het verschil niet meer). Ze zeggen wel eens dat baasjes op hun huisdiieren gaan lijken; hier lijkt eerder sprake van het omgekeerde. Ik ben benieuwd hoe lang een misdadige organisatie als de NAVO Jaap de Hoep Schever tolereert.

Zo, dat was weer eens lekker ad hominem tekeer gaan. Sinds de Troonrede heb ik daar steeds meer zin in. Nederland wordt weer geregeerd door een stelletje volbloed kapitalisten. Nederland stinkt weer. Geen wonder dat niemand het meer over milieubeleid heeft, het kabinet zelf zou als eerste naar de afvalverwerking vervoerd moeten worden. e-mail


19 september 2003


In mijn zomervakantie las ik Elementaire Deeltjes van Michel Houellebecq. Ik had mijn reserves over dit boek (zie elders in deze blog). Een vriend adviseerde om zijn eersteling te lezen De wereld als markt en strijd. Wat een verademing. Ik heb het boek nog niet uit en dus schort ik mijn oordeel nog even op, maar hier alvast een aantal fragmenten.

De bladzijden die hier volgen vormen een roman, waarmee ik bedoel: een opeenvolging van anekdoten waarvan ik de held ben. Die autobiografische keuze is niet werkelijk een keuze; in ieder geval heb ik geen andere mogelijkheid. Als ik niet opschrijf wat ik heb meegemaakt, lijd ik er evenzeer onder - en misschien nog wel wat meer. Een beetje maar, dat wil ik benadrukken. Schrijven geeft nauwelijks verlichting. Het legt vast, het bakent af. Het brengt een vleugje coherentie, een schijn van realisme. Je beweegt je nog altijd op de tast door een bloedrode mist, maar er zijn een paar herkenningstekens. De chaos begint pas een paar meter verderop. Een nogal mager succes, om eerlijk te zijn.
  Wat een contrast met de totale, wonderbaarlijke macht van het lezen! Met een heel leven lang lezen zou ik volkomen tevreden zijn geweest; dat wist ik al op mijn zevende. In zijn huidige vorm is de wereld pijnlijk en ontoereikend; ik geloof niet dat hij kan worden veranderd. Echt, ik denk dat een heel leven lang lezen me beter zou zijn bevallen.
  Zo'n leven is me niet gegeven.

De laatste twee alinea's zijn me uit het hart gegrepen!!!

Het is niet mijn bedoeling je te verleiden met subtiele psychologische notities. Ik ben er niet opuit je handen op elkaar te krijgen met mijn humor en scherpzinnigheid. Er zijn schrijvers die hun talent gebruiken om minutieus allerlei geestestoestanden, karaktertrekken enzovoort te beschrijven. Daar wil ik niet toe worden gerekend. Die eindeloze opsomming van realistische details om duidelijk geprofileerde personages neer te zetten heb ik altijd - het spijt me dat ik het moet zeggen - enorme flauwekul gevonden. (...)
  Het doel dat ik me stel is veel filosofischer, en om het te bereiken zal ik juist moeten snoeien. Vereenvoudigen. Een hele hoop details een voor een vernietigen. Daarbij zal ik overigens worden geholpen door de onverbiddelijke voortgang van de geschiedenis. Onder onze ogen wordt de wereld almaar eenvormiger; de telecommunicatiemiddelen zijn steeds geavanceerder; de woningen worden vanbinnen van allerlei nieuwe snufjes voorzien. Menselijke relaties worden steeds onmogelijker, met als gevolg een evenredige afname van het aantal anekdoten waaruit een leven bestaat. En beetje bij beetje doemt het gezicht van de dood op, in volle luister. Dat belooft veel goeds voor het derde millenium.

  e-mail


18 september 2003


Leni Riefenstahl is overleden. De discussie over haar en haar betekenis kan opnieuw losbarsten. Het is het eeuwige probleem van het kunstwerk en zijn maker. Als de kunstenaar abjecte sympathieën heeft, diskwalificeert dat dan ook meteen zijn of haar kunstwerken? En wat als het kunstwerk ook nog een beeld schetst van het abjecte onderwerp. De houding van de kunstenaar lijkt in ieder geval een grote rol te spelen. Iemand kan prachtige foto's maken van Israeliërs die de Palestijnen terroriseren. De maker van deze foto's zal echter zelden verantwoordelijk gehouden worden voor de politiek van de Israelische regering. Leni Riefenstahl heeft zich erop beroepen dat ze alleen maar registreerde en niet sympathiseerde. Het lijkt moeilijk houdbaar, voor de films die zij gemaakt heeft heeft ze ongetwijfeld met Hitler en de zijnen moeten samenwerken en zich daarmee behoorlijk gecompromiteerd. Auschwitz kun je haar waarschijnlijk niet aanrekenen, maar ze heeft wel meegeholpen aan de propagandamachine van de nazi's en was een schakel in de machtsopbouw van deze nazi's. Dat zij na de oorlog geschrokken afstand neemt en van de prins geen kwaad weet doet daar niets aan af.
Het probleem staat niet op zichzelf. Richard Wagner was al overleden, maar zijn muziek is voor sommigen nog steeds onverteerbaar omdat Hitler een fan was van deze componist. In Israel geldt nog steeds een uitvoeringsverbod. De nazaten van Wagner hadden geen bezwaar tegen Hitler en hoewel ze geprobeerd hebben Joodse musici te redden, hebben ze zich toch kritiekloos gevoegd en de vruchten geplukt. Ook filosoof Nietzsche was al dood, maar ook hij werd door de nazi's binnengehaald als zuiver. Ook richting Nietzsche worden nog steeds pogingen ondernomen dat hij eigenlijk fout was. Maar goed, Wagner en Nietzsche waren al dood.
De filosoof Heidegger niet en ook hij heeft zich behoorlijk schuldig gemaakt aan nazi-sympahtieën. En ook Heidegger heeft net als Riefenstahl zijn rol tijdens het derde rijk gebagatelliseerd. Toch wordt zijn filosofie nog steeds door velen serieus genomen, zijn werk heeft zijn maker overleefd, al woedt de discussie nog steeds of zijn filosofie wel zuiver is. Iemand die heulde met de nazi's kan geen zuivere filosofie bedrijven.
Riefenstahl schreef geen tekst maar maakte beelden. En op die beelden staan beruchte mensen. We kunnen haar bewonderen om de wijze waarop ze die beelden heeft vormgegeven en toch onze grote reserves hebben voor de boodschap die die beelden uitdraagt. Riefenstahl en haar werk zullen nooit losgekoppeld kunnen worden van het nazi-verleden en dat is goed. Toch zal haar werk ook beoordeeld moeten worden zonder de uitzonderlijke omstandigheden daarin te betrekken. Dat zal makkelijker zijn voor haar werk na het derde rijk, omdat ze daar neutralere onderwerpen heeft gekozen. Maar Triumph des Willens zal een plek in de geschiedenisboeken van de documentaire vinden of die Leni nu goed of fout was. e-mail


3 september 2003


Ik heb een zwak voor de Nocturnes van Frederic Chopin.
Chopin, één van de meest geliefde romantische componisten en één van de meest onderschatte componisten. Misschien zit daar een verband. Wie beschikt over kennis van muziekanalyse weet dat zijn stukken bedrieglijk simpel klinken, maar ondertussen geniaal in elkaar steken. Dat ze bedrieglijk simpel klinken komt ook door onze 21e eeuwse oren: we zijn wel wat gewend. Voor een 19e eeuwer zal het soms heel wat vreemder geklonken hebben.
Ik speel ze graag die Nocturnes. Althans, het lukt me om een paar nog enigszins redelijk uit de piano te krijgen. Ze zijn veel te moeilijk voor een amateur als ik, maar het gaat voor mij goed genoeg om er plezier aan te beleven.
Vroeger in het tijdperk van de langspeelplaat luisterde ik graag naar de uitvoeringen van Ingrid Häbler. Ik vond haar spel schitterend. Ze speelde die stukken zeer elegant, verfijnd en uiterst beheerst. Helaas beschik ik niet meer over een werkende pick-up en heb ik de lp's weggedaan. Een cd-opname van Ingrid Häbler heb ik nog steeds niet kunnen vinden.
Een aantal jaren geleden leende ik van de bibliotheek een cd met de uitvoering van Maria João Pires. Aanvankelijk kon ik er niet van genieten, maar toen ik er een keer echt voor ging zitten drong het tot mij door: dit is geweldig. Het grote verschil met Häbler was dat je de uitvoeringen van Pires niet zomaar op de achtergrond kon zetten. Wordt Häbler een zacht kabbelend behang, Pires klinkt dwars en wil aandacht. Pires vertelt in haar vertolkingen namelijk een verhaal en je moet luisteren anders is er niets aan. Haar spel is zo subtiel, zo geraffineerd in het détail en zo helder van structuur, dat je wel moet luisteren om niet de grote lijn kwijt te raken. Elke Nocturne wordt zo tot een vertelling met een klein drama. Als je even niet luistert kun je het verhaal niet meer volgen. Zoals je een kind een spannend sprookje verteld, zo speelt Pires Chopin. Ik ben verliefd op haar spel. e-mail


2 september 2003


Het seizoen Zomergasten is weer voorbij en ik kan alleen maar met gemengde gevoelens terugkijken. Voor een deel heb ik weinig recht van spreken. Zomergasten Paul de Leeuw en Hafid Bouazza heb ik niet uitgekeken (beide waren niet boeiend en zeer chaotisch) en de aflevering met Van Agt heb ik niet eens gezien (deze aflevering slingert ergens rond op een videoband, maar ik denk niet dat ik het nog zal bekijken). De aflevering met Britta Böhler heeft me geboeid en zij had ook een keuze gemaakt die op z'n minst coherent en interessant was.
Henriette Maassen van den Brink was uitstekend, al kon haar keuze me minder boeien. Is het toeval dat de uitzendingen met de vrouwen de beste waren? Was Zwagerman daar wat meer timide? Mevrouw Maassen van den Brink had wat te vertellen. Ze was erudiet, wist te nuanceren en kon goed en rustig formuleren. Geen geouwehoer (zoals bij De Leeuw) en geen gezoek naar woorden (Bouazza). Aan het einde van de uitzending had ik het gevoel anders naar het vak economie te kijken en dat is voor een economie-hater als ik al heel wat.
Alhoewel Zwagerman nooit de perfecte interviewer zal worden voor mij, vond ik dat hij het redelijk goed deed deze avond. Hij vond de juiste afstand, stimuleerde waar nodig, liet mevrouw Maassen van den Brink uitpraten en was een enkele keer terecht kritisch. Misschien hielp het vousvoyeren, misschien was Zwagerman geïmponeerd door de uitstraling van Maassen van den Brink of misschien had Zwagerman respect voor de autoriteit. Hoe dan ook Maassen van den Brink kreeg alle ruimte om te vertellen wat ze te vertellen had en dat resulteerde in een redelijke Zomergast. e-mail


Mijn favoriete dichteres is Miriam Van hee (Gent, 1952). Haar melancholieke, romantische werk spreekt mij zeer aan. Het alledaagse, de winter en het reizen zijn steeds terugkerende elementen in haar gedichten. Haar gedichten roepen verstilling op.
Miriam Van hee is slaviste en vertaalster. Ze heeft onder andere Achmatova en Mandelsjtam vertaald. In 1977 kreeg ze de Oostvlaamse poëzieprijs voor het beste debuut voor haar bundel Het karige maal. Haar oeuvre bestaat ondertussen uit: Ingesneeuwd, Winterhard, Reisgeld (1992), Achter de bergen en de bramenpluk (2002). Enkele bundels zijn samengebracht in Het verband tussen de dagen: gedichten 1978-1996.

op de snelweg
uit: de bramenpluk

altijd komt het moment
uit: Winterhard

Edgar Allan Poe
The fall of the house of Usher

Franz Kafka
Vor dem Gesetz

In de Middeleeuwen was het lied van de Sibila één van de populairste profetieën van de komst van Jezus. De tekst is in de Middeleeuwen vaak op muziek gezet. Het origineel was waarschijnlijk een vroeg-Christelijk pamflet en Augustinus nam het in een vertaling op in zijn Civitas Dei. Vanaf de 8e eeuw komt het in de Kerstliturgie voor en het veroverde langzaam maar zeker heel Europa. De oudste muzikale zetting is uit de 10e eeuw. De vorm is in ieder geval sinds die tijd opvallend stabiel gebleven, al onderscheid men tegenwoordig 2 vormen: een liturgische (Kerst) en als een liturgisch drama. Op Majorca schijnt het nog steeds onderdeel van de Kerstviering te zijn.

De dirigent, musicus, musicoloog Jordi Savall heeft met het ensemble La Capella Reial de Catalunya een aantal van deze Canto de la Sibilla opgenomen. De tekst van de Sibila wordt hier steeds gezongen door de prachtige stem Montserrat Figueras (overigens - ik kan er niet omheen - een prachtige vrouw). Het resultaat is prachtig. Ik waan me terug in de Middeleeuwen (al zijn sommige muzikale bronnen van latere datum) in een Gotische kerk. Wellicht heeft deze muziek nog steeds het effect dat het ook op een Middeleeuwer zou moeten hebben. De blik is op de hemel en hiernamaals gericht en niet op het dagelijkse harde leven. Inderdaad geschikt voor een vlucht uit de harde realiteit. Kan muziek de tijd stilzetten? Heeft muziek een eigen snelheid? Bestaat er onthaaste muziek? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat deze muziek van enorme eenvoud een geweldig effect op mij heeft. Eén stem, een enkel instrument en een klein koor, dat is alles wat er nodig is voor deze effectvolle klanken. Het is muziek die een functie had in de eredienst en nog wel bij één van de belangrijkste dagen in het kerklijk jaar. Deze muziek is met liefde en creativiteit gemaakt.

Schaakclub Oud Zuylen


De Oud Zuylen Tamtam
seizoen 2003-2004

International Email Chess Club


M-4584 IECC. Mijn eerste e-mailpartijen bij IECC, gespeeld tegen David Coyne uit London.
M-4791 IECC. in progress. Deze partijen worden gespeeld tegen Majnu Michaud uit Utrecht (schaakclub De Rode Loper) en tegen Luis Flores uit Caracas, Venezuela.

Caspar David Friedrich (1774-1840).
Monastery Graveyard in the Snow 1817-1819.

Winslow Homer (1836-1910).
The New Novel detail 1877.

Charles Perugini (1839-1918).
In the orangery c. 1878.

Pierre-Auguste Renoir (1841-1919).
By the Seashore 1883.

Salvador Dali (1904-1989).
La Tentation de Saint Anthoine.

Man Ray (1890-1976).
Nush Eluard et Sonia Mosse. 1935

Weblogs


Aukje
Art is Artis
Dagboek(je)
Dominiek
Isabel Vertelt
Kruimels
Leeskamer
Leez!
Merel Roze
Nathan
Politiekblog
Polskaya
Terrebel
Twweet
Waar was ik
Webkim

On my mind
Andrew Sullivan

Loglijst

Nietzsche


The Nietzsche Channel
Friedrich Nietzsche - Spuren
Nietzsche.nl
Nietzsche.com

Filosofie


The Internet Encyclopedia of Philosophy
Filosofie Magazine
Filosofie Oost-West

William James
Wittgenstein - handprint.com

Taal en literatuur


Onze Taal
Van Dale Taalweb
Nonsensicon
Crime.nl
Project Gutenberg
Uitgeverij Asoka

Joke van Leeuwen

Beeldende Kunst


Artcyclopedia
ArtMagick
Web Gallery of Art
WebMuseum, Paris

Film


Cinema.nl
De Filmkrant
FilmLadder
Filmmuseum
't Hoogt
Nostalghia.com - An Andrei Tarkovsky Information Site

30 augustus 2003


Begrijpt de mens zichzelf wel? Kan de mens zichzelf wel begrijpen?
Van de Westeuropese Middeleeuwse mens wordt beweerd dat deze zich naast het basale overleven zich richtte op het hiernamaals. De blik was naar boven gericht. Hoe zal er over 1000 jaar over ons gedacht worden? Zal er dan hoofdschuddend beweerd worden dat de Moderne en Post-Moderne mens zijn blik naar binnen had gericht? Dat die hele psychologie een grote vergissing was? En welke vergissing maken ze over 1000 jaar? e-mail


27 augustus 2003


In de Middeleeuwen was het lied van de Sibila één van de populairste profetieën van de komst van Jezus. De tekst is in de Middeleeuwen vaak op muziek gezet. Het origineel was waarschijnlijk een vroeg-Christelijk pamflet en Augustinus nam het in een vertaling op in zijn Civitas Dei. Vanaf de 8e eeuw komt het in de Kerstliturgie voor en het veroverde langzaam maar zeker heel Europa. De oudste muzikale zetting is uit de 10e eeuw. De vorm is in ieder geval sinds die tijd opvallend stabiel gebleven, al onderscheid men tegenwoordig 2 vormen: een liturgische (Kerst) en als een liturgisch drama. Op Majorca schijnt het nog steeds onderdeel van de Kerstviering te zijn.

De dirigent, musicus, musicoloog Jordi Savall heeft met het ensemble La Capella Reial de Catalunya een aantal van deze Canto de la Sibilla opgenomen. De tekst van de Sibila wordt hier steeds gezongen door de prachtige stem Montserrat Figueras (overigens - ik kan er niet omheen - een prachtige vrouw). Het resultaat is prachtig. Ik waan me terug in de Middeleeuwen (al zijn sommige muzikale bronnen van latere datum) in een Gotische kerk. Wellicht heeft deze muziek nog steeds het effect dat het ook op een Middeleeuwer zou moeten hebben. De blik is op de hemel en hiernamaals gericht en niet op het dagelijkse harde leven. Inderdaad geschikt voor een vlucht uit de harde realiteit. Kan muziek de tijd stilzetten? Heeft muziek een eigen snelheid? Bestaat er onthaaste muziek? Ik weet het niet, maar ik weet wel dat deze muziek van enorme eenvoud een geweldig effect op mij heeft. Eén stem, een enkel instrument en een klein koor, dat is alles wat er nodig is voor deze effectvolle klanken. Het is muziek die een functie had in de eredienst en nog wel bij één van de belangrijkste dagen in het kerklijk jaar. Deze muziek is met liefde en creativiteit gemaakt. e-mail


25 augustus 2003


Als muziekliefhebber schrijf ik weinig over muziek. 't Is ook moeilijk om daar iets zinnigs over te zeggen. Muziek is muziek en dat is dat. Wat daar nog aan toe te voegen? Een ieder die over een werkend gehoor beschikt maakt of luistert naar muziek en een ieder heeft zo zijn smaak en over smaak ...
Wat me opvalt is dat veel mensen hun smaak laten samenvallen met een bepaald genre muziek. Daarbuiten kan men dan niets bijzonders beleven. De horizon van veel mensen reikt niet verder dan de popmuziek en met name op de radio resulteert dat wel eens in belachelijke opmerkingen. De Beatles zijn dan al oude muziek, ouder lijkt niet denkbaar.
Het is met muziek en smaak al net zo als met kleding en smaak. In het rijke Nederland heeft kleding niet meer louter de functie van bescherming tegen de elementen. Kleding kiest men ook uit om in meer of mindere mate een statement te maken of om te laten zien met welke lifestyle men geassioceerd wil worden. De regel dat men anderen niet op hun uiterlijk mag beoordelen gaat allang niet meer volledig op. Integendeel, men wil juist op het uiterlijk beoordeeld worden, al was het maar om duidelijk ergens níet bij te horen. Begrijp me goed, ik veroordeel dit niet, het is juist boeiend en ik doe in zekere zin mee aan deze pathetische onzin.

Met muziek is het al net zo: men vindt muziek niet goed om de muziek zelve, maar om de associaties met een bepaalde wijze van leven die het moet oproepen. Men kiest muziek zoals men kleding kiest en zoals bepaalde kledingwinkels dan dus uitgesloten zijn, zo zijn bepaalde genres muziek uit den boze behalve één.
Mijn muzikale smaak kent geen genre-grenzen. Of het nu Middeleeuws is of recent, uit Japan of uit Nederland, PJ Harvey of Ali Akbar Khan - het maakt me niet uit. Muziek moet mooi en/of interesant zijn en dat zijn subjectieve oordelen. Alhoewel het interessante nog te beredeneren valt: La Mer van Debussy is interessant door zijn bijzondere instrumentatie, Wagners Parsifal is interessant door zijn zwevende tonaliteit enz. Het subjectieve zit 'm in de constatering: waarom is het daarom interessant?
Ik laat het bij de vraag, want ik hou me liever bezig met de vraag of ik bepaalde muziek mooi vind en dat kan eventueel oninteressante muziek zijn. De vraag van het interessante komt bij mij pas op als ik muziek niet mooi vind, maar toch geboeid ben. Weet ik waarom het me boeit dan vind ik het misschien toch wel mooi.
Smaak is wel degelijk discutabel, want smaak kan flexibel zijn als de bezitter ervan er voor open staat. Daarom valt over smaak heerlijk te twisten, maar dan wel zonder waardeoordelen.

De komende logs zal ik zo nu en dan mijn muzikale smaak proberen toe te lichten. Wellicht kom ik er dan achter wat mijn smaak nu eigenlijk is.e-mail


22 augustus 2003


Soms begrijp ik er niets meer van. Wat is er toch aan de hand? Was het vroeger allemaal beter? Ik weet ook niet waarom we er zijn. Aangezien er geen wetten buiten ons bestaan kunnen we eigenlijk gewoon doen waar we zin in hebben. Als het anderen niet bevalt dan grijpen ze wel in (dat zal bij de apen wel net zo gaan). Zelf vind ik het prettig om het leven voor mezelf en anderen een beetje aangenaam te houden. Daar heb ik geen godsdienst of een politiek ideaal voor nodig, laat staan een beloning in de toekomst in de hemel of in een ideale samenleving. Ik probeer mijn steentje bij te dragen op de wereld en ik probeer verder vriendelijk te zijn tegen mijn medemensen. Ik ben economisch niet rijk, maar zeker ook niet arm.
Ooit heeft de mens ontdekt hoe hij vliegtuigen kon maken. Uiteindelijk werden er ook luchthavens gebouwd. Nederland heeft er ook een paar, Schiphol is de grootste. Nu wonen er in Nederland veel mensen dicht bij elkaar. Vliegtuigen maken veel lawaai en veel mensen hebben er last van. Nederland is een rijk en welvarend land, zelfs als het economisch slecht gaat. We raken al bezorgd als er slechts een dreiging bestaat dat er geen stroom uit de muur komt. Maar we willen meer en Schiphol ook. Het is niet genoeg, er moeten meer vliegtuigen kunnen landen en opstijgen. Dat levert geld op, dat maakt dat we belangrijk blijven. Dat maakt dat er meer mensen geluidsoverlast voor lief zullen moeten nemen. En dat begrijp ik niet. Waarom moeten we meer geld verdienen? Waarom moet Schiphol zonodig groot, groter, grootst zijn? Hoe haalt een directeur van een luchthaven het in zijn botte kop om over het welzijn van anderen heen toch te proberen - liefst stiekem - om nog rijker te worden. Nog een taxibaan, nog meer verdienen, wat maakt het uit dat er mensen zijn die er last van hebben.
Onderzoek heeft uitgewezen dat als er een mondiale vrije markt komt Nederland miljarden euro's extra gaat verdienen. Nou en? Ten koste van wat? Hoe kan ik er naar verlangen dat mijn land nog rijker wordt terwijl er nog zo veel landen op de wereld zijn waar mensen geen eten, geen drinken, geen dak boven hun hoofd, geen medicijnen hebben. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een mondiale vrije markt die mensen zal helpen. Laten we nu eens niet streven naar economisch gewin, maar naar toename van menselijke waardigheid. Laten we nu gewoon eens aardig voor elkaar zijn. Dat klinkt misschien soft, maar dat is het niet. Probeert u maar eens dag in dag uit alleen maar vriendelijk te zijn voor uw medemens, ook in gedachten. U zult zien: we hebben geen tien geboden nodig, één is al moeilijk genoeg. e-mail


18 augustus 2003


Komt het nog goed met Zomergasten? Bij Paul de Leeuw ben ik halverwege afgehaakt. Bekijk het maar Paultje, míj weet je niet te overtuigen. Ik verwachtte er veel van, want vooraf stond in de kranten dat hij al jarenlang een lijstje aan het aanleggen was met favoriete programma's en fragmenten. Hoe zal dat gegaan zijn? Hij ziet iets aardigs en noteert dat in zijn agenda. Wat blijkt: het overstijgt het niveau niet van de mensen die iets leuks gezien hebben en dat jou ook zo nodig moeten tonen. Tot halverwege heb ik geen één fragment gezien waarvan ik van mijn stoel viel. En wat hij ondertussen allemaal vertelde oversteeg het niveau van barpraat wat mij betreft ook niet. Ronduit choquerend was hoe hij zich en passent ook nog probeerde te verdedigen dat hij nooit gedacht had dat zijn eigen programma's negatieve gevolgen konden hebben. Hij moet het effect van zijn programma's danig onderschat hebben of hij is gewoon dom (en laten we het daar maar op houden). Paul de Leeuw toonde geen enkel gevoel voor esthetiek en er kwam geen fatsoenlijke zin uit zijn mond. Dodelijk vermoeiend waren hij en Joost Zwagerman, geen zin werd afgemaakt, ze onderbraken elkaar voortdurend.
Dit euvel speelde ook de uitzending met Hafid Bouazza parten. Na ongeveer een uur heb ik die televisie uitgezet. Joost Zwagerman laat zijn gast niet uitpraten en Bouazza weet niets boeiends te vertellen. Doodmoe werd ik daarvan. Misschien heb ik wat gemist, maar ik had geen zin meer om er op te wachten. Jammer, jammer, jammer! Zomergasten is altijd één van mijn favoriete programma's geweest, maar dit seizoen lijkt op een grote teleurstelling uit te lopen. Of het aan de gasten of Zwagerman ligt: ik weet het niet. Voorgaande jaren hadden de uitzendingen altijd een atmosfeer van rust en diepte (ok, ook niet altijd). Ik mag hopen dat dat dit seizoen nog terugkomt. Verdomd: ik verlang nog terug naar Adriaan van Dis.e-mail


14 augustus 2003


Vanavond het eerste stukje op video gezien met Paul de Leeuw bij Zomergasten. Ik schort mijn oordeel voorlopig nog even op, maar het belooft niet veel goeds.
Afgelopen dagen werd ik geteisterd door het blastvirus op mijn computer. Wat de computer betreft biijft me dit jaar weinig bespaard lijkt het wel. Na de reinigingsdienst over de harde schijf gehaald te hebben en de benodigde patch van Microsoft geinstalleerd te hebben lijkt alles nu weer normaal te functioneren. Ik mag het afkloppen.
Op mijn werk volg ik deze week een cursus Finale 2003. Dat is een opmaakprogramma voor muziek dat vooral ook bij muziekuitgeverijen gebruikt wordt. Een prachtig programma. Wellicht ga ik nu ook mijn eigen composities op de computer opmaken (het ligt al jarenlang in de kast met potloodnotatie). Onlangs heb ik die oude stukken eens bekeken, ze zijn van ongeveer 13 jaar geleden. Ik weet dat ik het geschreven heb, maar ik zou het nu niet meer uit mijn potlood kunnen krijgen. Waarschijnlijk was ik ooit begonnen met het herzien van de stukken, want hier en daar had ik wat doorgekrast en ik moet zeggen: een hele verbetering.
Zou ik mijn roeping gemist hebben? Nee, niet het componeren, maar het opmaken. Ooit heb ik een tijdje een clubblaadje voor mijn schaakvereniging in elkaar geflanst. Ik merkt dat ik ontzettend veel plezier had in het opmaken en eigenlijk was ik nooit tevreden. Voortdurend zat ik in Word nieuwe dingen uit te proberen. Later had ik datzelfde enthousiasme voor websites. Nu dus met Finale 2003. Had gaat me niet om de inhoud, maar het is heerlijk om lekker te knutselen om alles zo perfect mogelijk in beeld te krijgen. Had ik dit 17 jaar eerder geweten ... wie weet had ik wel geprobeerd om er een vak van te maken. e-mail


10 augustus 2003


Een voorschrift voor de komende eeuw zou kunnen zijn, niet in naam van het goede het kwaad te bestrijden, maar de zelfverzekerdheid van degenen die beweren altijd te weten waar goed en kwaad zijn: niet de duivel, maar wat hem mogelijk heeft gemaakt.

Tzvetan Todorov. De onvoltooide tuin

Die kan de liberaal fundamentalist George Bush jr. in zijn zak steken. e-mail


9 augustus 2003


Ik lees de laatste tijd De onvoltooide tuin. Het humanistische denken in Frankrijk van Tzvetan Todorov. Voor mij een weerbarstig boek. Misschien wel omdat het over Frankrijk gaat en ik pas perfect in de typische Nederlandse vooroordelen over dat land: mooi land, jammer dat er Fransen wonen. Alhoewel. Ze kunnen aardig films maken en ook er zijn goede schrijvers en denkers in dat land. Gelukkig kun je die buiten Frankrijk consumeren.
De uitdrukking De onvoltooide tuin komt - als ik me niet vergis - van Montaigne, een schrijver die al jaren op mijn lijstje staat. (Misschien is Montaigne wel een blogger avant la lettre.) Een prachtige metafoor voor de mens. Onkruid wieden, rozenstruikje daar, appelboom in de hoek, wat zonnebloemen, hoezeer je je eigen geest ook probeert te onderhouden, er is altijd wel een hoek waar nog gewerkt moet worden. Moet worden? Is juist het onvoltooide niet het mooie aan de mens? Zijn juist de zwakheden soms ook niet de sterkste kanten van een persoon. Ik moet er niet aan denken: een strak geometrische persoonlijkheid. Dan nog liever de mens als Zen-tuin.
Hoe dan ook mijn tuintje is een beetje aan het verdorren en gaat nu snel zichzelf water geven. e-mail


8 augustus 2003


Volgend jaar huur ik een ijsschots op de Noordpool. Als de Noordpool dan inmiddels niet gesmolten is. Op televisie werd al gememoreerd aan de hittegolf in 1975. Ik was toen 7 jaar, ik moest nog 8 worden dat jaar. Als ik me niet vergis was ik toen met mijn vader en moeder op vakantie op Ameland in een veel te kleine gehuurde caravan. Ik ben die zomer erg verbrand geweest (toen: rood haar, blanke huid). Wellicht mede door die ervaring heb ik nog altijd moeite met de zomer en de zon in het bijzonder. Liggen in de zon zoals veel mensen dat in de zomer doen aan het strand is voor mij hel. Onbegrijpelijk dat mensen vrijwillig zichzelf tergen. Uren liggen om een bruin velletje te krijgen, ik kan er niet bij. Get a life! Geef mij maar herfst en winter. Tegen kou kun je je tenminste nog kleden. Bij de huidige temperaturen krijg ik geen fatsoenlijke log uit mijn toetsenbord. Welterusten. e-mail


5 augustus 2003


Ook naar Zomergasten gekeken met Joost Zwagerman en Britta Böhler? Ik wel, al heb ik het begin gemist.
Het was de eerste keer dat Zwagerman dit programma presenteerde. Hij schijnt de nodige presentatie-ervaring opgedaan te hebben bij de radio, dus helemaal onervaren is hij niet. Toch kreeg ik de indruk dat het behoorlijk zoeken naar de juiste vorm was voor Zwagerman. Dat is ook niet gek: camera's in de studio en de lengte van het programma zijn wat anders dan een radioprogramma maken.
Ik miste een rode draad in het gesprek met Böhler, terwijl haar keus daartoe wel aanleiding gaf. Böhler - ondermeer advocaat van Öcalan, Volkert van der Graaf en nu ook van prinses Margarita - maakte een keus die enerzijds gericht was op haar vaderland Duitsland en anderzijds op het thema rechtvaardigheid. Deze twee elementen kwamen geregeld samen, bijvoorbeeld in het fragment over de begravenis van de RAF-leden. Hebben de RAF-leden niet ook het recht op een fatsoenlijke begrafenis en hebben hun nabestaanden geen recht op een menswaardige behandeling? Hebben sowieso veroordeelde mensen geen recht op een menswaardige behandeling, ook als zij moorden gepleegd hebben? Natuurlijk zou je zeggen, maar Böhler kon slechts aanstippen dat dat ook in Nederland niet altijd zo vanzelfsprekend is (neem nou die arrestatie van Krekar). Je zou daarover graag flink door willen praten, maar daar had Zwagerman geen tijd voor, want het volgende fragment moest ook getoond worden.
Daar lag het probleem van deze uitzending: interessante gast, aardige interviewer, mooie fragmenten, maar geen gelegenheid om thema's uit de diepen. Of heeft Zwagerman nog niet de ervaring om met de zendtijd die hij heeft dat wel te doen? Het is de taak van de interviewer om erachter te komen of er al of niet bewust een verband is tussen de fragmenten en of dat verband iets zegt over de geinterviewde.
Ik weet (nog) niet wat ik met die Zwagerman aan moet. Vergeleken met zijn voorgangers (Van Dis, Schippers, De Jonge enz.) voelt hij aan als een generatiegenoot en een generatiegenoot zie je niet zo snel als een autoriteit. Ik heb me nooit aangetrokken gevoeld tot zijn boeken en ik heb er ook nooit één gelezen. Zijn onderwerpen (Amerika en de populaire cultuur) die hij vaak behandelde in recensies in Vrij Nederland en andere periodieken interesseerden mij niet; ik sloeg ze over of gaf het op na één alinea. Bij Zwagerman heb ik altijd twijfel: is hij nou slim en intelligent of is het theater. Is hij wel in staat tot eigen analyses en ideeën? Wat betreft zijn boeken heb ik het opgegeven, als interviewer geef ik hem voorlopig het voordeel van de twijfel. Komende zondag heeft hij één van neerlands grootste narcisten in de studio: Paul de Leeuw. Lijk me een testcase.

Maar wat zeur ik. De avond werd gered door het fragment met Noam Chomsky en Michel Foucault. Dat was pas televisie. Als het nou niks wordt met die Zwagerman dan mogen ze van mij dat hele debat tussen die twee uitzenden. e-mail


3 augustus 2003


Had ik je al eens geschreven dat ik dol ben op de poezie van Miriam Van hee. Nee, het is goed gespeld, zo komt haar naam op haar bundels voor. Zoals je weet heb ik geen talent voor poezie: niet voor het maken en niet voor het lezen. Ik ben altijd stomverbaasd wat een ander uit een gedicht haalt. Verborgen symbolieken, klankovereenkomsten ... voordat je het weet heeft men een structuur naar boven gehaald die ik nooit vermoed had. Nee, een gedicht moet mij vrijwel direct aanspreken anders wordt het niks tussen mij en het gedicht. Soms helpt de bemiddeling van een ander, maar over het algemeen ben ik rampzalig moeilijk met gedichten. Ik probeer daar wel verandering in te brengen door bijvoorbeeld boeken over poezie te lezen. Zo lees ik altijd de artikelen van Guus Middag in het NRC. Middag weet op een aanstekelijke manier over poezie te schrijven. Hij weet ook onverwachte verbanden te leggen tussen verschillende dichters en schuwt daarbij niet de grenzen van zogenaamde officiele poezie en officieuze poezie te negeren. Een popsong komt net zo makkelijk aan bod als een gedicht van Vondel. Ik vind dat erg goed, want ik heb een gloeiende hekel aan genregrenzen.
Maar wat heeft Miriam Van hee dat ik meteen geboeid ben. Misschien is het wel gewoon toegankelijke poezie, dat durf ik meteen toe te geven. Of zou het de weemoed en de verstilling van haar gedichten zijn waar ik zo van houd? Ze heeft ook een oog voor het kleine, het schijnbaar terloopse, de eenvoud en je weet: ik ben daar dol op. In haar nieuwste bundel de bramenpluk lijkt ze in het eerste gedicht meteen een soort van werkwijze te presenteren:


op de snelweg

wij zagen een hond op een terras
het was ochtend en koud, toch
was de deur achter hem
half geopend, naast het huis
stonden dennen en
aan de sneeuw op hun takken
kon je nog zien hoe
de wind had gewaaid

het was zondag, een ochtend
uit zijn en ons leven
hij stond er zo stil
als een paard in de wei
voorbij te gaan

wij hebben een uur
of nog langer gezwegen
toen nam ik papier en ik schreef
er stond een hond op een terras
het was ochtend en koud
en wij snelden voorbij
op de wegen

Winter en onderweg-zijn zijn ook kenmerken van haar poezie.
Ik was niet verbaasd van mijn goede vriend G. te vernemen dat Miriam Van hee in de hoek van Eriek Verpale en Luuk Gruwez thuis hoort, twee schrijvers/dichters die ik ook zeer bewonder. Ook hun boeken behoeven bij mij geen introductie, ze pakken me meteen. Verpale vooral om zijn mide karakter, ik zou willen dat ik dat had. e-mail


1 augustus 2003


altijd komt het moment
waarop iemand het zoeken
staakt, zoals een schip het anker
licht en de richting
opnieuw bepaalt

daarnet nog op een meer van ijs
en nu vermoeid
het kind de oever opgetild
en zich bewust van een verloop
van een verleden tijd
en enigszins gerustgesteld
als ook dat niet langer
ongeschreven is

Mirjam Van hee
uit: Winterhard e-mail


31 juli 2003


Peter Singer
Eén wereld. Ethiek in een tijd van globalisering
Vertaling Bab Westerveld
Rotterdam 2003, Lemniscaat

[Eerder schreef ik:]
Boeiend, maar iets te veel een studie. De denkbeelden van Singer zijn hoopvol en prettig genuanceerd. Voor wie geïnteresseerd is in het globaliseringsproces een must. Soms mis ik wat zelfkritiek en zijn de argumenten voor Singers visie wel wat eenzijdig.

Waarschijnlijk was ik te negatief over dit boek omdat ik in dezelfde tijd ook Strohonden van John Gray las. Dat boek is ondertussen al enige tijd uit en ik merk dat ik Peter Singer nu iets milder kan lezen. Eigenlijk is het een geweldig boek. Als je het uit hebt laat het je met een gevoel achter dat "er nog hoop is". Niet dat de wereld beter zal worden, maar Singer geeft mogelijkheden aan voor een wereld die wellicht wat schoner, rechtvaardiger en eerlijker is.
Tijdens het schrijven merk ik dat ik mijn enthousiasme wat aan het temperen ben, want ik realiseer me ook dat de wereld anders ingericht zou kunnen worden, maar dat het niet beter zal worden. Desalniettemin is het boek van Singer een boek om in je achterhoofd te houden als je de krant leest. Zijn analyses zijn actueel en je hebt gelezen hoe het anders zou kunnen. Het vergt echter wel een groot vertrouwen in de mensheid om ervan uit te gaan dat het goed zal komen. Toch denk ik dat Singer gelijk heeft als hij stelt dat de wereld op ecologisch, economisch en bestuurlijk niveau afstevent op de vorming van één gemeenschap. Niet dat de wereld één natie zal worden bestuurd door één regering. Wel dat die regeringen steeds meer met elkaar te maken zullen krijgen en we ons steeds meer verantwoordelijk zullen voelen voor de mensen in een ander werelddeel.
John Gray mag in mijn beleving meer begrepen hebben van het dier mens (schreef Nietzsche niet ergens dat de mens een nog niet nader vastgesteld dier is?), Singer gaat daaraan voorbij en analyseert hoe dit dier mens toch manhaftig probeert om er maar het beste van te maken.

Ik was verrast door de slotpagina's van Singers boek, waarin toch onverwacht een heus j'accuse tevoorschijn komt:


  Er is één groot obstakel voor een verdere vooruitgang in die richting. Het dient in rustige maar heldere bewoordingen te worden gezegd dat in de laatste jaren de internationale pogingen om een mondiale gemeenschap te bouwen, worden gehinderd door de herhaalde weigering van de Verenigde Staten om hun rol op zich te nemen. Zij zijn de grootste vervuilers van 's werelds atmosfeer en per hoofd van de bevolking de grootste verkwisters onder de grote landen, maar toch hebben de Verenigde Staten geweigerd zich aan te sluiten bij de 178 landen die het Protocol van Kyoto hebben aanvaard. Samen met China en Libië stemden de Verenigde Staten tegen de oprichting van een Internationaal Strafhof dat mensen moet berechten die worden beschuldigd van genocide of misdaden tegen de menselijkheid. Nu dit Hof inderdaad tot stand komt, heeft de regering van de VS gezegd dat ze niet van plan is eraan mee te werken. De Verenigde Staten hebben consequent geweigerd de bijdrage te betalen die ze aan de Verenigde Naties verschuldigd zijn, en nadat ze in november 2001, in de nasleep van de aanvallen op 11 september, een deel van hun schuld hadden afbetaald, waren ze die organisatie nog altijd 1,7 miljard dollar schuldig. Hoewel ze, met de sterkste economie van de wereld, tot de welvarendste landen van de wereld behoren, geven de Verenigde Staten in verhouding tot het bruto binnenlands product aanzienlijk minder buitenlandse hulp dan enig ander industrieland. Als het machtigste land van de wereld zich hult in wat het - tot 11 september 2001 - aanzag voor de zekerheid van zijn militaire macht, en arrogant weigert iets van zijn eigen rechten en privileges op te geven ten gunste van het algemeen welzijn - zelfs als andere landen hun rechten en privileges opgeven -, dan vervagen de vooruitzichten voor het vinden van oplossingen voor mondiale problemen. We kunnen slechts hopen dat als de rest van de wereld voortgaat op het rechte pad, zoals men nu doet met de oprichting van het Internationale Strafhof, de Verenigde Staten zich uiteindelijk beschaamd zullen aansluiten. Als ze dat niet doen, lopen ze gevaar in een situatie te belanden waarin ze wereldwijd door iedereen, behalve door hun eigen zelfgenoegzame burgers, als de 'superschurkenstaat' beschouwd zullen worden. Ook uit een oogpunt van puur eigenbelang, als ze de medewerking van andere landen nodig hebben in zaken die vooral hun eigen belang dienen - zoals het karwei om het terrorisme uit te bannen -, kunnen de Verenigde Staten het zich niet permitteren zo gezien te worden.

Bush zal er niet wakker van liggen. Balkende en Zalm zullen er niet om veranderen. Wie wel? e-mail


30 juli 2003


Hoogtevrees
Er is weer een werkbare computer thuis. Kan ik eindelijk ook weer thuis bloggen.
Vandaag een vrije dag, vrouw is met vrienden naar Six Flags. Zij liever dan ik. Hoogtevrees. De laatste keer dat ik in zo'n achtbaan heb gezeten is jaren geleden in De Efteling. Het is niet het over-de-kop-gaan, maar de hoogte. Hoe het komt weet ik niet, maar langzaam maar zeker komt er een enorme angst naar boven voor die hoogte. Sommige mensen met hoogtevrees schijnen dan naar beneden te willen springen. Ik heb dat maar in zeer lichte mate, zo licht dat ik geen problemen heb om me te beheersen.
Nee, geen vertier in Six Flags voor mij. Samen met mijn zoon een spelletje doen, even de was in de machine, blogje schrijven, naar de winkel, e-mailschaak bijwerken en beantwoorden ... Genoeg te doen zo vlakbij de grond! e-mail


25 juli 2003


Houellebecq. Elementaire deeltjes.
Het was alweer enige tijd geleden dat iemand mij deze schrijver tipte. Houellebecq zou wel iets voor mij zijn. Ik vroeg me af waarom. Wat heeft een boek wanneer iemand denkt dat het wel iets voor JWL zou zijn. Houellebecq was geen onbekende naam voor mij en de recensies van zijn boeken had ik gelezen, ook al was het fictie uit het buitenland. Wellicht kwam het omdat er ook belangstelling uit filosofische hoek voor deze schrijver was (hij werd indertijd in verband gebracht met Sferen van Sloterdijk). Of wellicht omdat de opschudding rond Houellebecq in Frankrijk in Nederland op de literaire pagina's voor pakkende koppen zorgde. Hoe dan ook, ik had nooit de stap gemaakt om deze auteur te gaan lezen, maar na deze tip moest het er toch maar van komen. Dat viel nog niet mee. Niet wetend wat ik ervan zou vinden wilde ik het boek niet kopen en ging ik het dus lenen in de bibliotheek. De boeken van Houellebecq waren voortdurend uitgeleend. Reservering bleek noodzakelijk en vlak voor mijn vakantie kreeg ik bericht dat ik het boek kon afhalen. Prima timing, het boek ging mee op vakantie.

Elementaire deeltjes is een cynisch boek. Het gaat over twee halfbroers Bruno en Michel. Bruno een verwoed erotomaan en Michel een moluculair bioloog. Deze twee broers worden in het decors van de ontwikkelingen in de 2e helft van 20e eeuw geplaatst. Aan de hand van deze twee personages worden twee ontwikkelingen in deze tijd geïllustreerd. Bruno drijft mee op de stroomversnelling van de sexuele revolutie, Michel op de nieuwe wetenschappelijke ontwikkelingen en dan met name de gentechnologie.
De uitwerking van deze opzet vind ik niet geslaagd. Het idee overheerst teveel. Komt Bruno nog wel tot leven, het personage Michel is voor mij aan het einde van het boek nog even levenloos, ik was steeds blij dat er weer overgeschakeld werd naar Bruno. Het personage Michel is gewoonweg niet interessant.
Bruno noemt zichzelf ergens met veel ironie een Nietzscheaan, maar dan wel een platvloerse. Helemaal vreemd is deze opmerking niet. De tegenstelling Dionisisch - Apolloniaans zou toepasbaar zijn op de twee broers. Bruno de door zijn sexuele drift voortjakkerende sukkel en Michel de man van de rede, orde en schone schijn.
Ook in de schrijfstijl heeft Houellebecq geprobeerd om onderscheid te maken. Met name bij Michel valt de plotselinge quasi wetenschappelijke passages op. De schijfstijl wordt hier droog, al is de uitvergroting van een detail tot een wetenschappelijk beschrijving soms verrassend.
Het is een aardig gegeven om een tegenstelling zo in een boek te verwerken. Echter, de personages zijn mij te sterk aangezet. Als Elementaire deeltjes een zedenschets wil zijn dan lukt dat niet door alleen maar uitersten te tonen en de nuances weg te laten. Dat weglaten verhoogt natuurlijk wel het provocatieve van het boek, al begrijp ik de ophef die het boek veroorzaakt zou hebben niet echt. Door telkens te benadrukken hoe pervers Bruno is en hoe wetenschappelijk Michel maak je de lezer zuchterig: "nu weten we het wel". Het verhaal werd gered door de wending dat Bruno toch een vaste relatie weet aan te gaan en het drama deze weer te verliezen. Er mocht ineens toch wat herkenbare emotie in het boek.

Alhoewel ik Elementaire Deeltjes geen geweldig boek vond heb ik het toch voor mijn doen vrij snel uitgelezen. Niet om er vanaf te zijn, maar omdat Houellebecq toch boeiend is. Houellebecq is moedig en heeft lef. Zijn boek is geen plakkerig ego-document zoals er al teveel van verschijnen in Nederland. Houellebecq wil de lezer iets aandoen en dat proef je op elke bladzijde. Je wordt nieuwsgierig naar zijn andere boeken en ik heb ondertussen zijn eerste boek De wereld als markt en strijd aangeschaft. Wie weet bekeer ik me nog tot het Houellebecqisme. e-mail


21 juli 2003


Traudl Junge
Gisteravond was er bij de VPRO een interview te zien met Traudl Junge, de voormalige secretaresse van Adolf Hitler. Het was lang geleden dat ik zo boeiende televisie gezien had. De vormgeving was bijna perfect. Mevrouw Junge kreeg de ruimte om te vertellen en vertellen deed ze, alsof er een beerput geleegd moest worden. Alleen zij kwam in beeld, tijdens het interview en terwijl ze terugkeek naar het interview. De interviewer (Melissa Müller) hield zich terecht buiten beeld. Een historisch belangwekkend document.
Natuurlijk kun je als argeloze kijker vraagtekens plaatsen. Wat is de waarde van zo'n interview? Mensen zijn geneigd om herinneringen voor zichzelf aangenaam en draaglijk te maken. Herinneringen vervagen. In hoeverre probeerde Junge zichzelf vrij te pleiten?
Antwoorden hierop kan ik niet geven, maar Junge maakte een integere en oprechte indruk. Ze maakte van zichzelf geen heilig boontje en verbaasde zichzelf zo nu en dan over wat er tijdens het gesprek naar boven kwam. Zo realiseerde ze zich ineens dat Hitler het woord Liebe nooit in haar bijzijn had gebruikt.
Junge presenteerde zichzelf als een naief en ambitieloos meisje dat enigszins toevallig in de naaste omgeving van Hitler terechtkwam. Zelf vaderloos zou ze gevoelig geweest zijn voor een nieuw vaderfiguur. Ze maakte zichzelf daarover verwijten. Had ze de kennis maar gehad die ze nu had. En juist daar vraag je je af wat ze achterhoudt: je kunt je niet voorstellen dat iemand zo dichtbij de bron zo weinig geweten zou kunnen hebben. Bijna dagelijks zag ze generaals en adjudanten voorbij komen. De enige verklaring die ze geeft is dat ze Hitler cs vertrouwde en dat er verder niet over gesproken werd. Zo schetst ze een beeld van een gewoon Duits meisje dat kritiekloos meeging in de waan van de dag. Op zich een aardig doorkijkje over hoe een gewone Duitser in de die tijd één en ander beleefd zou kunnen hebben.

Interessanter was natuurlijk haar verhalen over Hitler zelf en zijn gedrag in intieme kring (al kun je de vraag stellen of Hitler intiem kon zijn). Niet de politieke brulaap Hitler kwam hier ter sprake, maar de mens Hitler in zijn alledaagse bezigheden. Ik weet niet hoeveel daarover bekend is, ik weet weinig van Hitler al heb ik een tijd geleden het eerste deel gelezen van de biografie van Ian Kershaw dat handelt over de tijd tot 1935. Ik ben altijd gefascineerd geweest voor juist die onbeduidende zaken die aan zo'n persoon hangen en die je zo zelden in geschiedenisboeken vindt. Hoe was zijn dagindeling, hoe ging hij met zijn personeel om, kortom: hoe leefde Hitler als hij niet in de schijnwerpers stond. Juist iemand als Traudl Junge die Hitler van zo nabij heeft meegemaakt zou hier veel over kunnen vertellen.
Ze deed dat maar het bevredigde mijn nieuwsgierigheid niet. Bijna de helft van de uitzending ging over de laatste weken van Hitler in zijn bunker in Berlijn. Buitengewoon boeiend, maar toch weer de persoon in extreme omstandigheden. Desalniettemin heb ik ademloos naar het relaas van Junge geluisterd met als dramatisch hoogtepunt de woede en haat van Junge op het moment dat ze besefte dat Hitler zelfmoord heeft gepleegd en de rest aan hun lot heeft overgelaten. Op dat moment moet er definitief iets bij haar gebroken zijn. Die woede was er nog steeds bij haar.
De verhalen van Junge deden authentiek aan. Ze vertelde intelligent en boeiend. Ze was zeker niet dom en spaarde zichzelf niet. Ik vermoed dat ze oprecht was in haar verhaal, al zal dat verhaal door de tijd hier en daar wel wat vervormd zijn. Sommige anekdotes kwamen te plotseling boven. Ontroerend moment was het vechten tegen de tranen toen ze zich de oudste dochter van Goebbels herinnerde die besefte dat ze haar laatste dagen beleefde. Alle zes kinderen van Goebbels zijn in die bunker vermoord.
Het is verbazingwekkend dat er zo weinig aandacht voor haar verhaal geweest is na de oorlog. Schijnbaar eenvoudig kon ze na de oorlog een nieuw leven opbouwen. Juist zulke mensen hadden historici van veel informatie kunnen voorzien. Dit soor primaire bronnen zijn van groot belang. Waar is de secretaresse van Sadam Hoessein?
Op de dag van de premiere van dit filmdocument overleed Traudl Junge.

Op internet is veel over Traudl Junge te vinden, ook fragmenten uit het interview. Ik ga op zoek naar het boek:
Traudl Junge, Melissa Müller Bis zur letzten Stunde. Hitlers Sekretärin erzählt ihr Leben. e-mail


10 juli 2003


Het is altijd een aardig flauwe manier om een gesprek gaande te houden: kom met de vraag wie jij graag zou willen ontmoeten als je terug kon reizen in de tijd. Ik zou Friederich Nietzsche graag ontmoeten ergens in de Alpen van Zwitserland. Ik zou niet eens zo goed weten waarover ik het met hem zou willen hebben, maar ik zou hem vertellen hoe graag ik zijn werk lees en dat hij erg populair is geworden in de 20e en 21e eeuw. Daar zou hou van opkijken: tijdens zijn leven werd hij nagenoeg genegeerd. Maar verder zou ik graag gewoon bij hem willen zijn, samen een wandeling maken door de bergen. Misschien ik hem vragen mij de rots te laten zien waarbij hij het idee kreeg van de eeuwige terugkeer van hetzelfde.
En vlak voordat ik terug zou gaan naar mijn eigen tijd zou ik hem vertellen dat we nu nog steeds niet goed weten waaraan hij leed. Wat was er toch met zijn hersenen aan de hand waardoor hij in januari 1889 in Turijn ineenstorte? Het zou zeer onbeleefd zijn, maar ik zou toch willen weten: was het syfilis? Had hij inderdaad de dames van lichte zeden bezocht in zijn studententijd in Bonn? Of zou ik daarover zwijgen en hem dat geheim gunnen. Een paar maanden geleden stond er in een krant dat nieuw onderzoek had uitgewezen dat het toch geen syfilis was geweest. Maar wat dan wel? Hersenverweking, zoals de officiële diagnose indertijd luidde? Het zal voorlopig wel een raadsel blijven en misschien maar beter ook.

Hurrah! Freund! Wieder etwas Gutes kennen gelernt, eine Oper von François Bizet (wer ist das?): Carmén. Hörte sich an wie eine Novelle Mérimée's, geistreich, stark, hier und da erschütternd. Ein ächt französische Talent der komischen Oper, gar nicht derorientiert durch Wagner, dagegen ein wahrer Schüler von H Berlioz. So etwas habe ich [nicht] für möglich gehalten! Es scheint, die Franzosen sind auf einem besseren Wege in der dramatischen Musik; und sie haben einen grossen Vorsprung von den Deutschen in Einem Hauptpunkte: die Leidenschaft ist bei ihnen keine so weithergeholte (wie z.B. alle Leidenschaften bei Wagner).
  Heute etwas krank, durch slechtes Wetter, nicht durch die Musik: vielleicht sogar wäre ich viel kränker, wenn ich sie nicht gehört hätte. Das Gute ist mir Medizin! Darum meine Liebe zu Ihnen!!

Friedrich Nietzsche an Heinrich Köselitz in Venedig (Postkarte), [Genua, 28. November 1881]

Vakantie!!! e-mail


7 juli 2003


Zeker nog twee weken en dan heb ik ongetwijfeld weer een werkende computer in mijn werkhol thuis. Dan moet er weliswaar nog een besturingssyteem en dergelijke op, maar dat is een kwestie van lenen hier en daar. Hopelijk kan ik dan weer mijn websites van de thuislocatie bijhouden.
Zonder computer zitten is geen ramp, daar ben ik nu wel van overtuigd. Ergo, het brengt me weer aan de studietafel. De schaakclub is met vakantie en ik wil toch weer het een en ander voorbereiden voor het nieuwe seizoen. Niet dat het veel zal helpen, maar ik vind het een prettige bezigheid. Zonder computer is het weer werken aan het bord waarbij je zelf je stukken verplaatst. Dat sluit veel beter aan bij de praktijk van een schaakpartij. Het kost meer tijd, maar ik denk dat de oefening intensiever is en hopelijk meer resultaat zal geven.
Mijn eerste e-mailmatch is nu afgesloten. Ik verloor de match met 1½-½. Mijn tegenstander was beter en ervarener. Toch ben ik niet ontevreden met mijn partij die ik met de zwarte stukken speelde. Zo'n partij kan ik waarschijnlijk op clubniveau niet spelen. Voor het spelen van nieuwe matches wacht ik tot mijn herstelde pc er weer is, zodat ik niet meer afhankelijk ben van e-mailprogramma's van anderen.

Ik ben weer in de ban van een steeds terugkerende liefde: Nietzsche. Misschien heeft dat met het weer te maken. Nietzsche reisde om gezondheidsredenen stad en land af naar een plek die hem heilzaam leek tegen zijn hoofdpijnen en maagklachten. Hij zocht een plek met veel zon, maar niet te heet. Kortom: een zomerse plek met veel onbewolkte luchten. Zo moest zijn filosofie ook zijn: onbewolkt. En zoals Nietzsche zijn eigen arts was, zo wilde hij ook een arts zijn voor de westeuropese cultuur. Alsof hij de belichaming was van zijn tijd. Momenteel lees ik verder in zijn verzamelde brieven in het jaar 1881. In deze tijd is zijn zoektocht naar een klimatologische gunstige plek in volle gang. Voortdurend schrijft hij over zijn zoektocht, over zijn lichamelijke klachten. Ook al ontaard dat soms in gezeur, zijn brieven zijn mooi van stijl en je krijgt een goed beeld van zijn persoonlijkheid. Binnenkort meer over mijn liefde voor deze filosoof. e-mail


30 juni 2003


Een paar opmerkelijke nieuwsberichten vanochtend in Trouw: het motief van Volkert van der G. en het dwingen van bijstandsmoeders om werk te zoeken.

Politiechef H. Doeland vraagt zich wat de werkelijke motieven waren van Volkert van der G. om Fortuyn te vermoorden. Doeland kan zich niet voorstellen dat het motief om de zwakkeren in de samenleving te beschermen het echte motief was. Hij gelooft hem niet. Waarom niet? Zou het niet meer mogelijk kunnen zijn dat iemand tegenwoordig idealistische motieven heeft om een moord te plegen. Waarom zou dat ongeloofwaardig zijn?
Idealisme mag geen reden tot moord zijn, maar waarom zouden mensen tegenwoordig geen idealen meer kunnen hebben? Ik ben juist blij met die enkelingen die nog geloven in een betere maatschappij, we hebben ze nodig. Ook al jagen deze mensen mogelijk illusies na, illusies hebben we nodig. We kunnen geen illusieloze werkelijkheid aan. Het probleem van Volkert zou dan kunnen zijn dat hij op een doorgeslagen wijze zijn idealen wilde verdedigen. Soms kan een tegenstander zo irriteren dat je hem 'wel zou kunnen vermoorden'. De meeste mensen hebben wel die zelfbeheersing om hier niet de daad bij het woord te voegen, Volkert van der G. had die zelfbeheersing helaas niet.
Doeland begrijpt ook niet waarom het Pieter Baan Centrum hem toerekeningsvatbaar heeft verklaard. Doeland interpreteert dit als het gezond verklaren van Volkert van der G. Nu weet ik niet zoveel van psychologie en psychiatrie, maar het toerekeningsvatbaar verklaren betekent volgens mij niet automatisch dat iemand psychisch gezond zou moeten zijn. Het bekenent naar mijn idee alleen maar dat Volkert bij zijn volle verstand was toen hij de schoten op Fortuyn lostte, maar dat wil vast niet zeggen dat Volkert niet overspannen geweest kan zijn. Volkert van der G. heeft welbewust aangestuurd op moord en dient daarvoor verantwoording af te leggen. Hij mag uitleggen als hij schulig wordt bevonden wat Fortuyn gedaan heeft wat een beëindiging van zijn leven rechtvaardigd. Als hij dat niet wenst te doen is dat ook zijn goed recht, maar maakt hem laf.

Bijstandsmoeders met kinderen onder de vijf jaar moeten verplicht worden te gaan werken.
Sinds we kinderen kunnen voorkomen door voorbehoedsmiddelen te gebruiken lijkt het hebben van kinderen wel iets wat je mensen mag aanrekenen. Je moet niet denken dat als je jonge kinderen hebt dat je dan aan werken ontkomt. Zo'n luxe schijnen we niet te kunnen accepteren in Nederland. We hebben het immers ook zo ontzettend slecht in Nederland. Nederland is toch een arm land? We moeten toch totaal in paniek raken nu het economisch wat minder gaat? Dus nu moet iedereen zijn steentje bijdragen, want als bijstandsmoeders niet werken komt het vast nooit meer goed met Nederland. Zou staatssecreetaris Rutte zelf kinderen hebben? Zou hij zo weinig empathisch vermogen hebben (een vermogen dat schaars lijkt te worden in dit land) om te begrijpen dat het bijstandsmoeders in grote problemen brengt.
Het is geen economische voorspoed wat ons rijkdom brengt. Elke liefhebbende ouder weet dat er geen grotere rijkdom is dan het hebben van een kind. In de eerste levensjaren van een kind wordt een basis geleged voor zijn toekomst. Ouderlijke verzorging is in deze fase onvervangbaar. Kinderen zouden recht op hun ouders moeten hebben in hun eerste jaren dat ze op deze godvergeten aardkloot rondlopen. Ik vind dat één van de twee ouders er gewoon moet kunnen zijn voor zijn/haar kind. Bijstandmoeders kunnen hun zorg niet met een partner delen en moeten eenvoudigweg vrijgesteld worden van werk totdat hun kinderen leerplichtig worden. Dat kost geld, maar dat moeten we er maar voor over hebben in dit belachelijke rijke land. Gezien de uitkering die bijstandmoeders krijgen zullen ze sowieso nog wel een dagtaak hebben om rond te komen.

Het aantal beschikbare banen daalt. Het aantal werklozen neemt toe. Verplicht de werklozen nog strenger om werk te vinden. Een zeer logische redenering, vindt u ook niet?! e-mail


22 juni 2003


Gisteravond met mijn vrouw naar de film Etre et Avoir geweest. Een filmdocumentaire naar mijn hart gezien in een van de mooiste filmzalen van U. ('t Hoogt 1).
De documentaire ging over een schooltje op het Franse platteland. De school heeft maar een klas en een leraar. En wat voor een leraar! Dit soort leraren moet je tegenwoordig met een vergrootglas zoeken! We krijgen het dagelijkse leven op die school te zien door de seizoenen heen. Zo nu en dan wordt er een uitstapje gemaakt naar de thuissituatie van een leerling.
De persoonlijkheid van de leerkracht is fascinerend. Wat een oeverloos geduld en wat een subtiele humor.
Maar het mooiste aan de film vond ik de kracht van de eenvoud en het kalme tempo. Over het algemeen wordt de tijd genomen om iets te laten zien. Veel close-ups van kinderen die schijnbaar niets zeggen of doen, maar door de tijd die zo'n close up krijgt zie je dat er eigenlijk ontzettend veel gebeurd. Of een shot van een boom, een prachtige boom en je mag er even naar kijken. Zulke films mogen er van mij meer gemaakt worden. Films waarin de tijd genomen wordt. Films waarin niet geraced wordt om het publiek maar bezig te houden. Ik houd niet van films waar het nog alleen maar gaat om het effect en het script ondergeschikt is gemaakt aan special effects. Ik houd niet van films waarin je beroemde acteurs en actrices slechts rollen ziet spelen. Nee, dan zo'n simpel gegeven: je neemt een school ergens in de Auvergne en je gaat filmen, je maakt een portret van het dagelijks leven aldaar. Zo ogenschijnlijk simpel kan het zijn. Daar kan geen Hollywood met zijn miljoenen dollars tegen op. e-mail


17 juni 2003


Vandaag heb ik een prachtig boek gekocht. Het lag weliswaar bij de kinderboeken, maar ik denk dat het vooral voor volwassenen is. Aan de basis van het boek staat een animatiefilm van Michael Dudok de Wit, Oscarwinnaar voor animatie in 2002. Vorig jaar gezien op de televisie en ik was zeer ontroerd. Nu dus in boekvorm: Vader en Dochter geheten en wellicht ivm vaderdag in de winkel. De tekeningen zijn zo Nederlands en zo Zen tegelijk. De fiets, het landschap en de kleding (jaren ' 50) zijn zeer Hollands. Er staat tekst bij de afbeeldingen, maar dat had niet gehoeven (de animatiefilm is stom). Het is zo mooi, ontroerend en troostend. Het raakt me elke keer als ik het doorblader. Nooit gedacht dat ik nog eens van mijn stuk zou geraken van een prentenboek. Maar waarom ook niet. Het cadeau voor een verjaardag, ik ga er vele mensen mee verrassen. Ren naar de winkel en koop dat boek. NU!
(Kijk alvast op http://dudokdewit.com/).

Voor veel mensen is het maken van een muziekkeuze stemmingsgevoelig en ik denk ook voor mij. Zo is er voor mij typische zomer-, herfst-, winter- en voorjaarsmuziek.
In de zomer gaat mijn keuze veel vaker naar Gustav Mahler en dat is niet zo vreemd, want Mahler schreef zijn symfonieën in zijn zomervakanties. Ook Richard Wagner is nu seizoensgebonden voor mij. Vroeger was het bijna dagelijkse kost totdat er verzadiging optrad. Nu is het vooral muziek voor augustus, de tijd van de Bayreuther Festspiele. Dit festival heb ik tweemaal bezocht en sindsdien is de muziek van Wagner verbonden met zomeravonden.
Tegenwoordig is vooral de muziek van Bach voor het gehele jaar. Alleen, het Weihnachtsoratorium en de Passionen komen vaak pas resp. voor Kerst en Pasen uit de kast.
Gisteravond was het dan weer tijd voor de pianokoncerten van Mozart, dé muziek voor de zomeravond. Daarna ging ik in de fout: liederen van Schubert. Daar moet men mee uitkijken, want dat kan het weer doen omslaan. Liederen van Schubert zijn voor de koude en alleenzame winteravonden (Winterreise).
Natuurlijk is er ook ochtend-, middag-, avond- en nachtmuziek. En er is muziek voor bij de afwas! De afwas kan alleen gedaan worden met stevige muziek. PJ Harvey bijvoorbeeld of Rammstein. De buren weten het: buurman wast weer af.
De herfst is het mooiste seizoen en in die tijd kan eigenlijk alle muziek. In de tijd van de schemeravonden is altijd de juiste atmosfeer voor het luisteren naar muziek. Muziek is de herfst onder de kunstvormen.
Terwijl het ligt buiten dooft, de bladeren rood zijn geworden, de wind rond het huis giert, de regen bij bakken uit de hemel neerstort - dan in je lekkerste stoel zitten en een beetje dagdromen. Na een aantal minuten stil geworden te zijn je afvragen welke muziek je op zult zetten. Een pianosonate van Beethoven (gespeeld door Maria Jaoa Pirez) laten opklinken uit de stilte ... Als er meer is dan de waarneembare werkelijkheid, dan kom je er dan vlakbij. Was het maar weer herfst! e-mail


11 juni 2003


De Theratherigatha. Verzen van monniken en nonnen is een hardnekkig boek. Het wil me nog niet bij de lurven grijpen. Dat komt waarschijnlijk omdat ik nog vroeg in het boek zit: het is ingedeeld in de lengte van de verzen. Ongetwijfeld ontgaat mij veel bij het lezen. Ik weet eenvoudigweg te weinig van het boeddhisme. Maar ik zet nog even door. Uit de inleiding kan ik namelijk opmaken dat het nog heel mooi kan worden. Alhier een vers die me trof:


De thera Sopaka

33.
Zoals een rechtgeaarde vrouw omgaat met haar enige, geliefde kind, zo dient een rechtgeaard mens om te gaan met alle levende wezens, overal.

  e-mail


6 juni 2003


Een nieuw viewertje voor mijn schaakpartijen in gebruik genomen. Mijn e-mailpartij kunt ermee naspelen. Ik weet nog niet wat er allemaal mee mogelijk is, maar het smoelt een stuk beter. e-mail


5 juni 2003


Gisteravond de computer geopereerd. Terwijl we het kastje met de voeding eruit haalden hoorden we het al. Er rammelde iets. Na het openen van de voeding zagen we de boosdoener: schijnbaar was er bij de verhuizing tussen de twee kamers een los schroefje in de voeding terecht gekomen en met al die spanning gaat dat niet goed. Er was het nodige zwartgeblakerd en een onderdeel ontploft. Welaan binnenkort een nieuwe voeding kopen en dan maar hopen dat er verder niets beschadigd is. Voor mezelf is het een geruststellende gedachte: echt verslaafd ben ik niet aan dat ding, ik kan gerust zonder. e-mail


4 juni 2003


Stel - in het jaar 4003 wordt als volgt over onze tijd geschreven:


Er was aan de ene kant sprake van een enorme toename van de welvaart en van de bevolking, aan de andere kant werden mensen teruggeworpen op zichzelf en verkeerden ze in grote geestelijke nood. Dit had tot gevolg dat velen op zoek gingen naar een nieuwe zingeving. Het wemelde daarom ook van nieuwe religies of zingevingssystemen, van religieuze leiders en guru's, die op veel verschillende manieren een antwoord probeerden te geven op de geestelijke malaise van die tijd. Veel mannen verlieten hun familie om te zoeken naar een antwoord op hun gevoelens van zinloosheid binnen de nieuwe welvaartssituatie.

Helemaal vreemd zou dat toch niet zijn, ook al voelt u aan uw theewater dat er iets niet helemaal klopt? Het is misschien ook iets te algemeen en zou op meerdere perioden in de geschiedenis van toepassing kunnen zijn. In ieder geval werd dit fragment geciteerd uit de inleiding bij de Theratherigatha, een nieuwe vertaling is bij Asoka verschenen (zie ook, voorlopig, de salontafel). Het is onderdeel van de beschrijving van het ontstaan van het boeddhisme. De zin die volgt op dit citaat is: De latere Boeddha was één van hen. e-mail


3 juni 2003


Al een paar dagen zonder computer thuis. Mis je je computer erg? was een vraag die me onlangs gesteld werd. Het was even wennen, maar dan ook even. Het is lastig dat je niet bij bepaalde zaken kan komen die je denkt nodig te hebben, maar dat is het dan ook. Desalniettemin hoop ik dat een en ander binnenkort weer werkt.

Filosofen hebben altijd geprobeerd te laten zien dat wij niet zijn zoals andere dieren, die zich snuffelend en onzeker een weg door de wereld banen. Toch hebben wij na al het werk van Plato en Spinoza, Descartes en Bertrand Russell, niet meer reden dan andere dieren om te geloven dat de zon morgen zal opgaan.

Deze passage van John Gray trof me zeer. Een goede lezer ziet er al een voorbode in naar het taoïsme en in zekere zin is het ook zeer toaïstisch. Het lijkt wel een trend in de westerse wereld van het denken. Er lijken steeds meer filosofen te komen die flirten met de oosterse religies en hun filosofie. Patricia de Martelaere is zo iemand en Hans Achterhuis ook. Het spreekt mij zeer aan. Als je moeite begint te krijgen met de westeuropese manier van denken is het niet vreemd dat je op zoek gaat naar een alternatief. De New Age beweging is daarvan een commerciële variant en daar houd ik mij verre van.
Toch denk ik niet dat oosterse filosofie een redding voor ons is, daarvoor is onze westere wereld al te eigenaardig. Wel denk ik dat het goed is om te laten zien dat je ook op andere wijzen naar het leven kan kijken in de hoop dat veel mensen anders gaan leven.
Revoluties komen nooit plotseling. Vaak heeft het jaren gegist en gekookt, voordat de uitbarsting komt. Schijnbaar is er ergens een omslagpunt die alle opgespaarde energie tot uitbarsting brengt. Hoe meer mensen in westeuropa tot de overtuiging komen dat het zo niet langer kan met ons produceren en consumeren, hoe meer kans zo'n ommezwaai in ons denken maakt. Helaas is het liberalisme goed in het repressief tolereren van vijandig denken (de commercie rond New Age is daar een voorbeeld van).
Maar je kunt er ook gebruik van maken. De anti-globalisten rond allerlei conferenties (zoals bijvoorbeeld de G8) brengen toch onderwerpen op tafel die anders genegeerd zouden worden. Het lijkt vechten tegen de bierkaai, maar ik hoop dat het langzaam maar zeker wat uitmaakt. e-mail


30 mei 2003


Zuiverheid. - Het gevaar van elke ideologie is de hang naar zuiverheid. Een ideologie bestaat bij de gratie van haar aanhangers. Wanneer deze aanhangers alles wat buiten de door hun aangehangen ideologie als onzuiver bestempeld ligt geweld op de loer. De onzuiveren worden dan al snel ziektekiem beschouwd en zal of moeten worden genezen of worden verwijderd. Waartoe dat kan leiden weten we in West-Europa maar al te goed. In wezen ligt de hang naar zuiverheid ten grondslag aan elk fundamentalisme. Islamitische fundamenlisten beschouwen westerse normen en waarden als een kanker en als ze de kans zouden krijgen zouden dat het liefst met chemotherapie te lijf gaan. George Bush cs beschouwen het islamistsche fundamentalisme als een virus wat uitgeroeid moet worden.
John Gray lijkt zich in Strohonden achter de Gaia-theorie te plaatsen. Als ik het goed begrepen heb houdt deze theorie in dat je de planeet aarde als een levend organisme kunt beschouwen. Aarde is dan een organisme dat zichzelf reguleert en in stand houd. Zonder ingrijpen zou de wereld zich op gezonde wijze in stand houden. Je zou kunnen zeggen dat de mens met zijn moderne levenswijze dit organisme aantast, parasiteert. De mens tast het organisme aarde als een kanker aan, de mens gedraagt zich onzuiver. Neem de mens weg en het probleem is opgelost. Hierbij kun je je afvragen wat het ecologische nut van de mens is.
Als de Gaia-theorie zou kloppen heb je geen aanhangers nodig om dit als ideologie levend te maken. Aarde is geen partij wat je kunt bestrijden. Wel beschikken levende organismen vaak over een afweermechanisme en ik vraag me wel eens af of 'moeder Aarde' ook niet beschikt over zo'n afweermachinisme. Wat afgeweerd zou moeten worden is dan de mensheid, een 'bacterie' dat zich flink aan het veremenigvuldigen is (aan het einde van de eeuw 8 miljard mensen?). Het geeft te denken en op zich vind ik het een mooi beeld om duidelijk te maken dat het niet goed gaat met de gezondheid van de wereld. Geen reden om flats in te vliegen, maar wel reden om na te denken of onze westeuropese levenswijze niet een behoorlijke verandering nodig heeft. Ik denk van wel, al zou ik niet weten hoe precies.

Deze aflevering is elders ingetypt, want mijn computer thuis is voorlopig buiten werking. Kan wel een paar dagen duren en dus geen mogelijkheid om elke dag hier wat de digitale wereld in te slingeren. e-mail


28 mei 2003


Tegenstelling. - Ik lees momenteel twee boeken doorelkaar die op één of andere wijze volstrekt tegengesteld zijn aan elkaar: Peter Singer. Ethiek in een tijd van globalisering. en John Gray. Strohonden. Gedachten over mensen en andere dieren. Het zijn totaal verschillende denkers. Waar Singer nog een naief geloof in de goodwill van de mensen heeft, daar toont Gray zich een pessimist. Het is alsof je stuit op de tegenstelling Hegel - Nietzsche. Hegel de lineair filosoof, die ahw dacht dat de mensheid zich ontwikkelde naar een steeds beter toekomst hoort dan bij Singer. Nietzsche de circulair filosoof, die experimenteerde met de gedachte van de eeuwige terugkeer van hetzelfde staat zeer dicht bij Gray.
Ik zou willen dat Singer gelijk had. Hij straalt een prettig vertrouwen uit dat het nog wel goed komt met de mensen, als ze maar rekening met elkaar willen houden. De mensen moeten de wereld als een eenheid in diversiteit gaan ervaren en via organen als de Verenigde Naties pogen er het beste van te maken. Uiteindelijk zal de redelijkheid wel zegenvieren. Als je eerst formuleert wat er allemaal misgaat, als je eerst onderbouwt dat de Verenigde Staten flink op weg zijn om de wereld te verzieken en als je dat nu maar de juiste mensen onder de neus wrijft, dan zal het licht wel gloren en zal het uiteindelijk allemaal wel goed komen. Singer maakt daar een interessant betoog van. Ik heb het boek nog niet uit, dus ik weet niet waar hij uiteindelijk heen wil. Maar ik ben blij met zo'n denker. Geheel zonder invloed is Singer niet en vooral de Verenigde Staten hebben kritische mensen nodig.
John Gray is totaal anders, dat weet ik nu al na nog nauwelijks in het boek gelezen te hebben. Alleen de toon is verschillend en ik moet zeggen: het staat dichter bij mij. Gray gelooft niet in de mensheid, de mens is slechts een dier (soms denk je werkelijk dat je Nietzsche leest). Gray bindt de stijd aan met het humanisme. Het is geen doorwrocht betoog, maar het zijn korte aforistische stukken die aanzetten tot denken. Waarom zouden de mensen de meesters over hun lot kunnen zijn? Worden we niet door chaotische processen geregeerd die we niet in de macht hebben, waar we ons niet eens van bewust zijn? Hoe zouden we dan een betere toekomst kunnen plannen?
Waar Singer antwoorden wil geven, daar stelt Gray vragen. Je zou bijna eens een debat tussen deze twee willen meemaken. e-mail


27 mei 2003


Template. - Graag had ik links een link toegevoegd voor de schakers onder u, maar helaas blogger.com wil/kan maar niet mijn template tevoorschijn toveren. Dus dan maar voorlopig hier:
openingrapport.
In de Trouw las ik vanochtend dat William James in Nederland de komende tijd in de belangstelling staat. Het is zo ongeveer 100 jaar geleden dat zijn boek On The Varieties of Religious Experience: A Study of Human Nature verscheen en het is tijd om balans op te maken. Bovendien verschijnt er een Nederlandse vertaling van dit boek. Eerlijk gezegd, ik heb het boek al een tijdje in de kast staan maar nog nooit uitgelezen. Het is boeiend, maar ik er kwamen andere boeken tussen.
Later meer.

Link. - Voor wie iets wil lezen van/over William James:
klik hier e-mail


25 mei 2003


(1) De konging zei: 'Heer Nagasena, wat is de oorsprong van de weg van het verleden, van de toekomst en van het heden?'
  'Verleden, toekomst en heden wortelen in onwetendheid, koning. Uit onwetendheid nemen neigingen weer vorm aan, uit deze volgt bewustzijn, uit bewustzijn naam-en-vorm en uit naam-en-vorm de zintuigen, uit de zintuigen volgt aanraking en uit aanraking gevoelens, uit gevoelens begeerte en uit begeerte hechten, uit hechting wording, uit wording geboorte, en uit geboorte volgen ouderdom en dood, verdriet, gejammer, leed, treurnis, ondergang. Zo blijft van dit hele gaan van de tijd de oorsprong verborgen.'
  'Ge zijt schrander, heer Nagasena.'

Een prachtig voorbeeld van boeddhistisch redeneren uit:
Milindapanho. De vragen van Milinda zie: uitgelezen. e-mail


23 mei 2003


Verrassing. - Na heel veel jaren trok ik vanavond de Verzamelde Gedichten van Hans Faverey uit de kast. Terwijl ik erdoorheen bladerde vielen er twee vierkante aantekenblaadjes uit het boek, ik zag nog net waar ze tussen hadden gezeten. Op de blaadjes waren provisorisch notenbalken getekend en prompt kwamen herinneringen bij mij boven. De tijd dat ik nog componeeerde was aanvankelijk een tijd van een onbeantwoorde liefde (jawel!). Toen dat voorbij was stopte het componeren ook. Deze briefjes stammen uit mijn jaar vervangende dienstplicht. Het zijn noten bij het gedicht De vijver ligt midden in het meer (het hele gedicht staat bij het blokje gedichten links). De noten waren ongetwijfeld bedoeld als kleine leitmotieven. De tekst bij de noten verwijst naar woorden in het gedicht. Behalve het woord muur, maar dat staat in het volgende gedicht. Waarschijnlijk was ik van plan om een aantal stukken te schrijven geïnspireerd door deze geweldige gedichten. Wie weet pak ik het componeren binnenkort voor de lol weer eens op...

Trein. - Een gesprek afluisteren is niet netjes, maar in de trein ontkom je er vaak niet aan. Terwijl ik verdiept was in mijn eigen lectuur hoorde ik mijn buurman ineens spreken tegen zijn medereiziger dat hij Machiavelli aan het lezen was, en wel het bekende De Heerser. Twee jonge knullen en ze praten over Machiavelli. Zou het dan toch nog goed komen met de wereld. Nee helaas, het was weer bedroevend. Tot een echt gesprek kwam het niet. Typeringen als 'het is een cool boek' en 'er staan best wel dingen in die waar zijn'. Maar wat er dan zo bijzonder was aan het boek, daar vond hij de woorden niet voor. Het was 'ook wel een oud boek'. Ik kreeg de indruk dat de jongens naar een opleiding waren geweest in A. Vast iets managements-achtigs, want uit het moeizame gesprek bleek dat de lezer de inhoud helemaal niet verbazingwekkend vond. Het machiavellistische leiderschap werd als heel gewoon ervaren. Tsja, daar zit je dan. Sommige gesprekken wil je niet horen.
Of ben ik nu arrogant? Moet ik niet juist blij zijn dat er nog jonge mensen zijn die de moeite nemen om dat soort boeken te lezen? Ik geef toe, bijzonder vind ik wel, maar het is ontluisterend om te merken dat ze nauwelijks de taalvaardigheid hebben om over zo'n boek te praten. Niet dat ik een doorwrocht betoog verwacht (dat zou ik zelf ook niet kunnen), maar iets meer als 'wel cool' enzo zou me blijer stemmen.
Nu herinner ik me in dit verband ineens een ander gesprek dat ik eens in de tram in A. hoorde. Twee meiden van een jaar of 16 vroegen zich af wanneer Mozart leefde en kwamen zo ongeveer uit in de Middeleeuwen. Niet dat ik nu verwacht dat ze geboorte- en sterfjaar paraat hebben, maar dat jongeren niet eens meer Mozart in de 18e eeuw kunnen plaatsen of in de Rococo, dát vind ik erg.
Ik las ergens een mooie beeldspraak. Je kunt geschiedenis niet als een schoolbord uitwissen om het bord te vullen met louter toekomst. Soms vraag ik me wel eens af hoe het met het historisch bewustzijn zit van onze politici. Vooralsnog maak ik me daar geen illusies over. En wat betreft taalvaardigheid: wie eens kritisch luistert naar Jan Peter Balkenende en de zinnen die hij produceert weet dat we elke erudiete intellectueel die we in Nederland hebben moeten koesteren. Ik kan er vooralsnog geen bedenken. e-mail


22 mei 2003


Filosofiekalender. - Dit jaar heb ik voor het eerst de filosifiescheurkalender in huis. Elke dag een stelling, anecdote enz. met een toelichting op de achterzijde. Onderaan staan voor elke de filosofen die op die datum geboren of gestorven zijn. Wat ik overigens minder interessant vind: wat moet ik toch met de wetenschap dat John Stuart Mill en Wilfried Sellars op 20 mei jarig waren. Hooguit is het aardig dat je je gaat afvragen wie die Sellars was.
Op 20 mei stond er een prachtige stelling van David Hume:

"Fouten in de religie zijn gevaarlijk; fouten in de filosofie alleen belachelijk."

De betekenis is zonder toelichting ook snel duidelijk. Een foute godsinterpretatie tot de waarheid verheffen leidt al snel tot volkerenmoord. Een filosoof weet dat hij de waarheid slechts kan benaderen en zal er minder snel consequenties aan verbinden. Of is het niet zo eenvoudig. Marx kun je wellicht de Goelag niet toerekenen, maar sommige van zijn (in naam) interpreten wel. Je kunt nog zeggen dat het in de filosofie goed fout kan gaan als filosofie tot godsdienstige navolging gaat leiden. Ik weet daar zo gauw geen voorbeelden van. Nietzsche heeft niet geleid tot het fascisme, maar werd wel door de fascisten als held binnengehaald. Heidegger zag in het Derde Rijk zijn kans schoon om zijn filosofie tot gelding te brengen, maar of dat een grootschalig effect heeft gehad waag ik te betwijfelen. Misschien komen de verkeerde inschattingen van het communisme door de kliek rond Sartre nog het dichtste bij filosofische verblinding. Maar of dat tot excessen heeft geleid zoals dat vaak in naam van godsdiensten gebeurd? Het lijkt erop dat filosofen tamelijk ongevaarlijk zijn, maar als iemand voorbeelden weet van het tegendeel dan houd ik me aanbevolen. e-mail


21 mei 2003


Dank. - Dank u wel meneer Zalm, ik weet nu weer waarom ik links ben. Gisteravond zag ik op het nieuws de oppositie tekeer gaan tegen het komende kabinet CDA, VVD en D66. Nu weet ik weer waar ik politiek thuis hoor. En ik zag u veel plezier hebben. Schuilt er een sadist in u? Bent u zo vaak op het schoolplein gepest dat u nu lachend de aandacht in ontvangst neemt die u zo graag wil. Kijk jongens hoe ver ik het geschopt heb. Kijk jongens, ik ben de enige die weet wat goed is voor dit land. Nu weet ik wel dat u een doelgroep vertegenwoordigd. Een doelgroep bestaande uit omhooggevallen burgers die zich wentelen in nep-chic. De nouveau riche die zich graag verlustigt aan materiele welstand. Ik weet dat ik hier generaliseer, maar uw doelgroep staat niet bekend als economisch zwak. Het veelgehoorde argument - bedrijfsleven moet goed gaan, zodat er geld is voor sociale voorzieningen - bezigen ze graag, maar ik heb geen vertrouwen in de liefdadigheid van het bedrijfsleven. Alsof ze vrijwillig geld gaan doneren als het economisch voor de wind gaat. U weet net zo goed als ik dat dan de VVD geen nieuwe regels, belastingheffingen gaat toepassen om het geld terug te halen naar de schatkist. Gaat het eenmaal goed met de economie, dan zijn er altijd wel weer andere redenen om het zo houden. Want de economie moet wel goed blijven gaan en daar passen geen belastingverhogingen bij ... en dergelijke onzin.
Dank u wel meneer Balkenende, ik weet nu weer waarom ik links ben. Kan ik bij de VVD nog enig begrip voor de standpunten opbrengen omdat het hun prinicipes zijn, bij het CDA snap ik er niks meer van. Christelijke politiek? Is een christen geen navolger van Jezus Christus? Leest u de Bijbel nog wel eens goed? Of leest u het alleen maar op een wijze dat het in uw straatje past? Nam Christus het niet op voor de sociaal zwakkeren, de verstotenen? Was Christus in zijn tijd ook niet een sociaal revolutionair. Zo herinner ik mij vaag het verhaal dat Petrus het zwaard nam en een soldaat een oor afhakte bij de arrestatie van Christus. En wat deed Christus? Hij gebood zijn volgeling om zijn zwaard op te bergen. Christus als pacifist? En dan heb ik nog niet over de Barmhartige Samaritaan of de Wonderbaarlijke Broodvermedigvuldiging en nog meer van dat soort verhalen. Zijn dit geen voorbeelden meer voor christenen? Nee, meneer Balkenende, ik weiger u nog als christen te zien.
Mijn moeder vond dat ik de politiek in zou moeten. Gisteren vond ik even jammer dat ik inderdaad niet in de Tweede Kamer zat. Ik had Jan Marijnissen links ingehaald waarschijnlijk. Ik vond hem nog netjes en dat bewonder ik. Ik zou dat niet meer hebben kunnen opbrengen. Ik zou wellicht ook geen goed politicus geweest zijn. Want politiek gaat niet meer over waarheid, maar over belangen, macht en geld. Onze democratie wordt geregeerd door het bedrijfsleven. Het wordt tijd voor revolutie. Te beginnen met het afschaffen van het koningshuis. Gevolgd door een flinke grondslagendiscussie over onze huidige politieke partijen. En het inzicht dat welzijn van mensen boven welstand gaat. Alles zullen we eerlijk delen. e-mail


20 mei 2003


Huis. - Vorige week maandag was ik met mijn zoontje naar het B*plein in U. alwaar we elke maandag nu onze lunch naar binnen werken. Zijn school is nu te ver weg van huis om heen en weer te fietsen. Ik zag er een huis te koop staan en had meteen het gevoel dat dat het huis is wat we zoeken. Mijn vrouw en ik waren wel vaker aan het dromen over een ander huis, maar we maakten er nooit werk van. Ditmaal wel. Het ligt te ideaal voor ons. Om de hoek van de school van S. waar mijn vrouw ook werkt. En het voor het huis de oudste gemeentelijke speeltuin van U. Het buurtje past veel beter bij ons dan waar we nu wonen. Bovendien zal het daar voor S. veel makkelijker zijn om vriendjes te maken dan waar we nu zitten. Ik zoch het huis op op internet en we schrokken wel even van de prijs. Desalniettemin toch maar een afspraak gemaakt om het huis te bekijken.
Alhoewel het huis de nodige nadelen heeft, overheerst toch ons enthousiasme. Alsof het zo zou moeten zijn. Alsof het huis op ons gewacht heeft. We hebben noodgedwongen ineens haast, want er zijn meer kapers op de kust. Het blijkt een gewild wijkje. W. is meteen op maandagochtend bij de makelaar langs gegaan die ons de vorige keer ook zo goed geholpen heeft. Volgens hem is de vraagprijs belachelijk hoog. Nou ja, het is maar wat een gek ervoor geeft. Morgenmiddag ga ik met de makelaar kijken. Ik moet dan zo negatief mogelijk doen, want we moeten gaan onderbieden. Moeilijk zo'n taak als je eingenlijk heel enthousiast bent.
Het is alsof dit ons overkomt, maar we hebben het huis nog niet. Eigenlijk vind ik dit soort beslissingen vreselijk. In wat voor een financieel avontuur stort je je nu weer? Daarnaast begin je je eigen huis ineens met andere ogen te bekijken. We zijn niet ontevreden over ons huis, maar het zou in een andere wijk moeten liggen. Wat waren we jaren geleden ook blij met het huis. Het was precies wat we zochten. Enigszins ouderwets, met nog glas in lood enz. Nu, een paar jaar later, blijkt het ook wat klein. Of hebben we gewoon teveel zooi.
Mocht het nieuwe huis aan ons voorbijgaan, dan zullen we toch verder blijven zoeken. Ineens is de kogel door de kerk. e-mail


18 mei 2003


Polidori. - Ik zag het boek ineens in de boekhandel liggen: De Vampier van John William Polidori. Er ging me meteen een lampje branden. Was ik dit boek niet eens eerder tegengekomen? Werd het niet genoemd in Mario Praz' boek Lust, Dood en Duivel in de literatuur van de Romantiek? Het dunnetje boekje bleek een nieuwe (eerste?) vertaling van Engelse boek van Polidori en uitgegeven door uitgeverij Voltaire. Het verhaal is een korte novelle en het moet de eerste of één van de eerste literaire verwerkingen zijn geweest van het vampier-motief. Bram Stoker heeft het ongetwijfeld gekend.
Het stamt oorspronkelijk uit de groep rond Byron in 1816. In Genève in 1816 wordt in gezelschap van de Shelley's begonnen aan griezelverhalen om elkaar in de avonduren voor te lezen. Mary Shelley's Frankenstein is in deze tijd ontstaan en klassiek geworden. Ook Byron begint aan een verhaal, maar zal deze niet voltooien. Zijn arts Polidori zal dit fragment later omwerken tot The Vampyre, maar het wordt niet uitgegeven. Polidori had al meer gegeschreven, maar had daar nooit enige faam mee verworven. Na de breuk met Byron vertrekt Polidori, maar laat zijn verhaal achter. Polidori ziet echter tot zijn stomme verbazing in 1819 zijn verhaal in de New Monthly Magazine verschijnen onder de naam van Byron. Zowel Byron als Polidori maken bezwaar tegen deze toewijzing. Byron wil het niet op zijn naam hebben staan, maar het verhaal blijkt inmens populair en de toewijzing aan Byron blijkt hardnekkig. Goethe zou het nog omschrijven als het beste werk van Byron.

Ik vind het geen sterk verhaal. Het slot is sterk en dat werd dan ook wel tijd. De betekenis van het boek is ook meer een historische, het heeft uiteindelijk de foklore rond vampierisme in de volksverhalen in de literatuur gebracht. Na het succes van deze novelle duikt het vampierisme steeds vaker op in de literatuur van de 19e eeuw, met als uiteindelijk hoogtepunt de roman van Stoker. e-mail


15 mei 2003


Ter Braak. - Gisteravond was er een experimentele documentaire over onze most famous egghead of The Netherlands Menno ter Braak. Het zal al meer dan een jaar geleden zijn dat er nieuwe tweedelige biografie over deze intellectueel verschenen is. Ik heb deze biografie verslonden.
Centraal in de documentaire stond een neefje van Menno ter Braak, de zoon van de broer Wim. Wim ter Braak was arts en hielp Menno bij zijn zelfmoord op 14 mei 1940. Het neefje probeerde in deze documentaire erachter te komen wat de rol van zijn vader was. Schijnbaar heeft er lange tijd een taboe in de familie Ter Braak gerust over deze gebeurtenissen in het begin van de oorlog.
Een persoonlijkheid als Menno ter Braak wordt node gemist in ons huidige Nederland. Zijn boeken zijn erudiet, persoonlijk en geven een originele visie op zijn tijd. Zo was Menno ter Braak ook zeer betrokken bij het nieuwe fenomeen de film. Ik zou niet weten wie zijn rol momenteel in ons landje zou kunnen spelen. Zelfs Martin van Amerongen haalt het niet bij Menno ter Braak.
Ook interessant voor mij was zijn belangstelling voor Friedrich Nietzsche, een filosoof waar ik ook al lange tijd in geïnteresseerd ben. Het was boeiend om erachter te komen dat Ter Braak net zo'n fascinatie voor Nietzsche opbracht als ikzelf. Ter Braak gaf Nietzsche een plek in zijn eigen wereldbeeld.
Ik weet te weinig nog van Ter Braak om zijn betekenis ze beseffen en zijn wereldbeeld te verwoorden. Ik heb ook nog niet een boek van hem gelezen. Een paar maanden geleden heb ik op een boekenmarkt het als zijn beste boek bekende staande Politicus Zonder Partij gekocht. Na afloop van de documentaire heb ik daar even in gelezen en ik was meteen gegrepen. Het wordt tijd dat dit boek vanuit de boekenkast op de salontafel terecht komt. e-mail


14 mei 2003


De film. - Nu ik het boek gelezen heb wilde ik opnieuw de film Dracula van Francis Ford Coppola uit 1992 zien. Gisteravond gedaan.
Ik heb deze film nooit in de bioscoop gezien. Wellicht ligt het daaraan dat de film in mijn ogen maar niet spannend wil worden. Ook ditmaal moest ik eerder grinniken dan griezelen, terwijl het laatste vaak beoogd werd. Op zich kan ik daar nog wel mee leven als het genoeg gecompenseerd wordt daar andere aspecten van de film.
De film werd indertijd gepresenteerd als de film die het dichtst bij het boek van Bram Stoker zou komen. Nu ken ik niet alle films die gebaseerd zijn op Dracula, maar ik kan me er iets bij voorstellen. Globaal volgt het de lijn van het boek, er komen dezelfde personages in voor en vele scenes zijn zeer herkenbaar als men net het boek gelezen heeft.
Dat er toch grote verschillen zijn tussen film en boek is evident. Het is ook geen ramp. Film is een ander medium, waarin bijvoorbeeld de ervaring van tijd al heel anders vormgegeven moet worden. Dat in de film verschillende gebeurtenissen tegelijkertijd plaatsvinden terwijl het in het boek achter elkaar staat, dat is dan ook geen ramp. Toch had ik aan het einde van de film het gevoel dat alles ongeveer in een week of twee gebeurd is terwijl in het boek er wel een jaar over gedaan wordt.
Ingrijpend is dat de rol van Mina Harker (gespeeld door Winona Ryder) veranderd is. In het boek is ze de verloofde, later echtgenote, van Jonathan Harker en is zij het (maar vooral natuurlijk de wereld) die uiteindelijk gered wordt door de uitschakeling van Dracula. Bij Coppola wordt Mina een reïncarnatie van de vrouw van de historische Dracula en moet zij uiteindelijk Dracula verlossen van zijn vloek. Het zwaartepunt verschuift van de verlossing van de wereld van het gevaar Dracula naar de verlossing van Dracula zelf. Schijnbaar vond Coppola het noodzakelijk om een love-story in het verhaal te bouwen. Dat heeft de nodige consequenties en één daarvan vind ik beslist niet overtuigend: in één zinnetje van de voice-over (de stem van Van Helsing, gespeeld door Anthony Hopkins) wordt even medegedeeld dat vampieren overdag kunnen leven, maar dat ze dat veel kracht kost. In de rest van de film is het dan weinig overtuigend dat Dracula vooral 's nachts moet reizen. Dracula wordt ineens een jonge man die overdag contact zoekt met Mina, maar is in de rest van het verhaal gevoelig voor zonlicht. Overigens is er wel een aanknopingspunt in Stokers roman hiervoor. Jonathan is net terug in London en meent op klaar lichte dag Graaf Dracula te herkennen in het publiek, maar dan wel jonger. Het zijn vooral de ogen die Jonathan herkent. Stoker doet daar verder niets mee en laat in het midden of het werkelijk om de graaf gaat.
Overigens heeft Coppola veel aan het karakter van de personages veranderd om het wellicht interessanter te maken voor een modern publiek. In wezen heeft hij het verhaal gesexualiseert. In plaats van een Laat-Victoriaans levensgevoel zijn we in de film verplaatst naar de jaren '90 van de 20e eeuw. Dit klopt natuurlijk absoluut niet me de aankleding van de film. Het zou interessant geweest zijn als het hele verhaal dan naar de 20e eeuw verplaatst was. In Stokers roman komt het woord sex één of tweemaal voor en blijft de sexuele spanning impliciet en alleen voor de goede lezer voelbaar. Je zou zelfs hier en daar kunnen spreken van hormo-erotische aspecten. Coppola maakt het expliciet. Met name de rol van Lucy Westenra (Sadie Frost) wordt er op deze manier één van een op sex belust grietje. Typisch is dat de vrouwelijke personages bij Coppola sterke vrouwen zijn geworden ten koste van de mannen. Ik kan niet anders zeggen dat Jonathan Harker (Keanu Reeves), Quincey Morris (Bill Campbell), Jack Seward (Richard E. Grant) en Arthur Holmwood (Cary Elwes) zijn verworden tot sukkeltjes. Alleen aan het eind mogen ze in de achtervolging van Dracula even heldhaftig doen, maar dat komt dan al weinig overtuigend meer over. En dat terwijl het bij Stoker juist om deze mannen gaat! Ze vormen als het ware een soort broederschap die de strijd aangaat met het kwaad. Het is dan ook typerend dat de finale slag in de film wordt uitgedeeld door Mina (consequentie van haar nieuwe rol in het verhaal) en niet door de mannen.
Ronduit teleurstellend is de vormgeving van Van Helsing door Anthony Hopkins. Ik weet niet wat Coppola heeft beoogd om van Van Helsing een botte boer te maken. Hopkins wil ook maar niet die erudiete uitstraling krijgen die de rol nodig heeft.
En dan is er nog het personage Renfield (Tom Waits), de meest mysterieuze in het verhaal. Ook zijn persoon krijgt een lichte draai door hem als voorganger van Jonathan Harker neer te zetten. Renfield komt gek terug in de inrichting van Seward. Ik weet nog steeds niet welke plaats ik dit personage moet geven. Welke functie vervult hij in het geheel. In de film blijft het ook duister. Wellicht had er meer met die inrichting gedaan kunnen worden. Het zal wel niet voor niets zijn dat Stoker de bijeenkomsten van de heren steeds in de inrichting van Seward laat plaatsvinden. Bovendien huist Dracula naast deze inrichting in een vervallen abdij. Hier had iets mee gedaan kunnen worden in de film.
Erg goed vond ik overigens hoe Coppola de technische vernieuwingen uit de tijd van Stoker een plaats geeft in de film. De bloedtransfusie, de wasrol, de typemachine enz.
Toch denk ik dat Coppola consequenties had moeten trekken uit zijn ingreep in het verhaal. Als je het verhaal dan toch moderniseert, laat het dan ook in tijd spelen waar het thuishoort. In plaats van in het Laatvictoriaanse London met zijn onderhuidse sexuele spanning en de angst voor het vreemde en het dierlijke, zou het moeten spelen in Los Angelos met zijn openlijke hang naar het sexuele (misschien iets voor Paul Verhoeven). Bij Stoker is het gevaar van buitenaf geïnternaliseerd. Bij Coppola gaat het van binnen naar buiten.

De film van Coppola wordt ook wel Bram Stoker's Dracula genoemd. Hier en daar lees ik dat dat de volledige titel is. Ik denk ten onterechte. De overeenkomsten zijn slechts oppervlakkig. Dat Coppola het boek niet van a tot z gevolgd heeft is niet erg, maar de Dracula van Stoker is een andere. Binnekort Nosferatu van Murnau eens uit de kast halen. e-mail


13 mei 2003


He was deathly pale, just like a waxen image, and the red eyes glared with the horrible vindictive look which I knew too well.
  As I looked, the eyes saw the sinking sun, and the look of hate in them turned to triumph.
  But, on the instant, came the sweep and flash of Jonathan's great knife. I shrieked as I saw it shear through the throat; whilst at the same moment Mr Morris's bowie knife plunged into the heart.
  It was a miracle; but before our very eyes, and almost in the drawing of breath, the whole body crumbled into dust and passed from our sight.
  I shall be glad as long as I live that even in that moment of final dissolution, there was in the face a look of peace, such as I never could have imagined might have rested there.
  The Castle of Dracula now stood out against the red sky, and every stone of its broken battlements was articulated against the light of the setting sun.

Het is uit ... e-mail


12 mei 2003


Sarah Vaughan. - De afgelopen week heb ik de serie over jazz-geschiedenis van Ken Burns bij de NPS gevolgd. Elke donderdagavond even de video programmeren en meestal op vrijdagavond kijken. Vooraf werd deze serie al erg aangeprijst. Toch was ik niet helemaal tevreden. Er werd wel erg lang stilgestaan bij de jaren '30 bij de Swingperiode. Armstrong, Ellington enz. werden wel erg de hemel in geprezen. Op een gegeven moment was ik erg toe aan de beboptijd, temeer omdat ik daar nog veel te ontdekken heb. En er valt veel te ontdekken! Helaas ging deze serie ineens met zevenmijlslaarzen door de jaren vijftig en zestig en niet te vergeten de jaren zeventig, tachtig en negentig. Alsof in die tijd niets gebeurd was?!
Eén zangeres die nog nieuw voor me was was Sarah Vaughan en ik was meteen getroffen. Wat een gemak, wat een bereik in haar stem, wat een klank en vooral: ze zingt loepzuiver. De wijze waarop zij meezingt met die bebopmusici is geweldig! Alsof het allemaal geen moeite kost. Afgelopen zaterdag meteen een cd geleend van de bibliotheek en het is nu alleen nog maar genieten. e-mail


11 mei 2003


Moederdag. - Eigenlijk zijn we allebei geen voorstander voor deze vercommercialiseerde dag. Alhoewel ik dat de laatste tijd nogal vindt meevallen. Maar onze grote zoon van 6 heeft natuurlijk op school een werkje geknutseld en die kun je zo'n dag niet onthouden. Gelukkig was er onlangs een nieuwe cd van Ilse DeLange uitgekomen, dus een cadeau van manlief was ook niet moeilijk te verzinnen.
Om acht uur 's ochtends maakt mijn grote vriend mij dan wakker en samen sluipen we naar beneden om een ontbijt te maken. Beschuiten op, maar gelukkig nog crackers. Kopje thee gezet, bloemetje erbij en weer zachtjes naar boven. Moeder doet natuurlijk alsof ze slaapt en is helemaal verrast als ze door haar zoon wordt wakker gezoend. Zijn knutsel heeft hij goed verstopt en moet ze gaan zoeken. Met warm en koud wordt ze langzaam maar zeker naar de studiekamer geleid. Ik had daar inderdaad onlangs al wat eigenaardigs onder de computertafel zien liggen. S. had op school een mooie ketting van kralen en geverfde pasta gemaakt.
Dan ontbijt en kennis maken met de nieuwe cd. Broodjes in de oven en een eitjes koken. Ilse klinkt wat minder country en wat meer pop, zo op het eerste gehoor. Het is even wennen, maar we zullen deze cd ongetwijfeld mooi gaan vinden. Samen ontbijten komt er niet meer zo van tegenwoordig.
Na het ontbijt zwemmen. In het zwembad is het op zondagochtend altijd familiezwemmen. Het is nu lekker rustig. Veel mensen zullen wel naar de oma's zijn.

Vraag mij wat is geluk. Zo'n rustige feestelijke zondagochtend, dat is geluk. e-mail


10 mei 2003


Lezen. - Ik ben een trage lezer. Ik kan maanden over een boek doen, al was het maar omdat ik alles door elkaar lees. Met een boek moet een relatie opgebouwd worden, lezen is als het ware in gesprek raken. Lezen doe ik ook met de pen in de hand. Nog steeds heb ik er moeite mee om aantekeningen in boeken te zetten, maar aantekeningen maken bij boeken lukt me niet. Als ik een passage lees waarvan ik vind dat ik het moet onthouden, dan kan ik het later natuurlijk nooit terugvinden. Dus dan maar een krabbel in de kantlijn. Helaas gebeurt het ook met boeken die van de bibliotheek geleend worden. Voor mij een grote bron van ergernis. Wat voor de één een belangwekkende passage is zal de ander niet interesseren. Wie een boek volpent met onderstrepingen bepaalt de aandacht ook van een volgende lezer. Niet dat boeken heilig zijn voor mij. Boeken mogen er gelezen uitzien.
Soms ben ik jaloers op snelle veellezers. Ze zijn nog niet begonnen aan een boek of ze heben het al weer uit. Bovendien kunnen ze me dan haarfijn vertellen waar het boek op aller niveau's over ging. Ik kan dat niet. Voor mij is elk boek weer een strijd om het te doorgronden. Daarom moet - vooral als het een mooi boek is - elke zin weer herkauwd worden. Elke zin moet door verschillende magen.
En nu wil ik ook meer schrijven. Niet een boek, maar gewoon zaken zoals nu: een weblog bijhouden. Een prachtig medium. Je schrijft anders als je weet dat het door een ander gelezen kan worden.e-mail


8 mei 2003


Boeken. - Ik ben er verslaafd aan. Nee, niet zozeer aan boeken, maar aan lezen. Het is als het ware een soort primaire levensbehoefte. Als ik niet gelezen heb op een dag dan ben ik chagrijnig. Het gaat me niet om de hoeveelheid, maar om de activiteit. Een relatie opbouwen met de tekst, met de schrijver achter de tekst. Voortdurend in gesprek blijven met de tekst. Boos worden of juist blij.
OK, ik koop graag boeken. Gelukkig heb ik het onder controle, ik kan nu een boekenwinkel binnenstappen en naar buiten gaan zonder boek. Ik heb nog zoveel te lezen thuis. Een mens kan een hoeveelheid boeken verzamelen die hij nooit uit krijgt in zijn leven. Sommige boeken blijven jaren liggen en dan ineens ... Dracula van Bram Stoker is daar een voorbeeld van. En het blijkt een hoogtepunt. Zelden ben ik zo onder de indruk van een boek geweest. Ik hou niet van top-zoveel lijsten, maar ik vrees dat dit boek bovenaan staat. e-mail


7 mei 2003


Zo, het is meer dan een jaar geleden dat die beroemde kale vermoord is. Ik stoor me niet meer aan die kale, dat deed ik wel toen hij zich nog publiekelijk aanstelde. Wel stoor ik me dat veel Nederlanders Religion daraus machen. De persoon van Pim Fortuyn wordt opgeblazen. Zijn boeken zijn bijbels. Hijzelf is Christus die de wereld kwam redden. Ik zeg: die man had wellicht een paar goede ideeën. Hij kon ze (te) goed verkopen. Er was een groot publiek voor. Maar verder was het een lege huls. Geen reden tot moord zou ik zo zeggen, al kwam hij mij soms ook als gevaarlijk voor. Niet voor mezelf, maar voor de allochtonen en asielzoekers. Een halve Mussert noemde ik hem wel eens.
Ik laat zijn volgelingen voor wat ze zijn. Het woord 'gedachtegoed' is nu voor altijd fout. Over een paar jaar is bijna iedereen hem weer vergeten. Zo gaat dat met superstars. e-mail


3 mei 2003


Wat viel me op in Duitsland? Het correcte gedrag in het verkeer, ook in de winkels enz. Dat er meer ruimte is, meer natuurlijk landschap in Duitsland. Dat er zoveel mensen wonen zonder dat je het gevoel hebt dat er zoveel mensen wonen. Dat je je in kleine plaatsen afvraagt waar iedereen toch is. Dat de grote steden zo schoon zijn. Dat Duitsers zich met meer smaak kleden. Dat het eten en drinken goedkoper is in Duitsland. Schijnbaar zijn de prijzen daar met de invoering van de euro niet zo schandalig omhoog gegaan dan in Nederland.

Misschien moet Nederland maar een deelstaat van Duitsland worden. Misschien zou ons dat bevrijden van een ultra-rechtse regering van CDA-VVD-sukkel. Als het CDA een christelijke partij is dan wil ik niet weten wie Christus was. Nee, laten we maar Duits worden. Die taal klinkt meteen een stuk filosofischer. Duitsers hebben meer zelfverzekerdheid, zijn trotser op hun eigen cultuur. Waarom woon ik nog in dit stupide botte land? e-mail


2 mei 2003


Terug. - Met vrienden op vakantie gaan wordt meestal als risico gezien. Ik kan zeggen dat het een groot succes was. Misschien omdat de vakantie kort was, maar toch... Het Schwarzwald in Zuid-Duitsland is erg mooi. Je kunt er heerlijk wandelen en goed uit eten gaan. We zouden ook naar de Todtnauberg gaan om de hut van Heidegger te bekijken, maar het is er niet van gekomen. Na het 'beklimmen' van de Todtnauer Wasserfalle hadden we niet meer de moed om ook nog al die kilometers van Heidegger te gaan wandelen.
Onze vrienden zijn echt spelletjesliefhebbers en we hebben dan ook 's avonds in het Gasthof of in het restaurant veel spelletjes gedaan. Als ik me tenminste kon losrukken uit Dracula. Dat het een goed boek zou zijn, dat had ik al snel door. Maar dat het een verslavend boek zou worden kon ik niet bevroeden. Het is lang geleden dat ik zo naar een boek werd toegetrokken, als ware het boek Count Dracula zelf. Een heuse page-turner. Het boek is opgebouwd uit allerlei journals van de hoofdpersonen. Stukje bij beetje krijg je vanuit verschillende perspectieven informatie. Langzaam maar zeker ontvouwt het mysterie zich. Helaas voor mij iets minder spannend omdat ik het verhaal al kende uit verschillende films (waaronder Nosferatu). Voor de tijdgenoten van Stoker moet het waarlijk een zeer shockerend boek geweest zijn, wij eenentwintigste eeuwers zijn wel wat gewend. e-mail


26 april 2003


Vakantie. - Wat neem je mee op vakantie? Zo min mogelijk is altijd mijn idee geweest. Je gaat niet een tijd van huis weg om vervolgens je hele huisraad mee te slepen. Wat kleding, wat eten en wat te lezen. Dat laatste is soms nog het moeilijkste. Vroeger kocht ik altijd een nieuw boek voor de vakantie. Tegenwoordig ligt er thuis nog zoveel op lezing te wachten dat ik maar geen nieuwe boeken meer aanschaf. Maar een keuze maken is moeilijk en meestal nam ik dan ook veel te veel mee.
Ditmaal heb ik dan gekozen voor Bram Stokers Dracula. Het moet een geweldig boek zijn. Ik ben er alvast in begonnen.

As he spoke he smiled, and the lamplight fell on a hard-looking mouth, with very red lips and sharp-looking teeth, as white as ivory. One of my companions whispered to another the line from Burger's 'Lenore:' - 'Denn die Todten reiten schnell' -

    e-mail


25 april 2003


uit:
Heather Nova
Tested

Simplicity, is what we need
And I know it in my heart
So many choices make us think we need
What we haven't got

Waarom zou je meer willen dan je nodig hebt? Is het een vicieuze cirkel? Ik ben - materieel - niet rijk, maar ik vind dat ik genoeg heb. Soms moeten de eindjes aan elkaar geknoopt worden, maar ik voel me allerminst arm. Ik heb een lieve vrouw, een geweldig kind, vrienden, een dak boven ons hoofd, voldoende te eten, we zijn gezond ... zo kan ik nog wel even doorgaan. Natuurlijk valt het dagelijkse leven mij ook wel eens tegen, maar dat komt niet aan een gebrek aan welvaart.
Waarom zou een topmanager meer willen verdienen? Waarom met voorkennis handelen als je weet dat het verboden is? Is geld en macht zo verslavend? Geeft het een goed gevoel dubbel rijk te zijn, terwijl er personeel ontslagen moet worden om het bedrijf gezond te houden? (Is een bedrijf gezond als de top ziek is?) Ik begrijp het eenvoudigweg niet. Motivatie voor de enorme salarissen en bonussen is de concurentie van het buitenland. 'Onze' topmanagers zouden naar het buitenland vertrekken omdat daar dan meer te verdienen valt. Laat ze gaan! Sodemieter op! Zijn wij van die graaiers verlost. Ik kan me niet voorstellen dat het slechter met ons land zou gaan als we van die smerige kapitalisten (laat ik deze in onbruik geraakte term maar weer eens oppakken) verlost zouden gaan.
Het zou goed zijn als er in Nederland een maximum inkomen vastgesteld gaat worden. Ook zonder enorm inkomen kan men een geslaagd mens zijn. Het slaapt ook prettiger lijkt mij, want je hebt minder te verliezen. Ik voel me echter een uitzondering met deze mening in deze tijd van materialisme. e-mail


24 april 2003


Heb ik mijzelf nu definitief in de wereld van het webloggen gestort? Ik ben al enige tijd bezig met het maken van websites, onder andere voor mijn schaakclub Oud Zuylen. Daarnaast onderhoud ik een eigen homepage. Deze homepage gaat over voornamelijk over mijn andere interesses. Ook heb ik daar al enige tijd geexperimenteerd met het fenomeen weblog. Nu wil ik daar eens wat geregelder en vooral constructiever mee omgaan. e-mail