Recht op luiheid

Tekst: Sylvester Hoogmoed (Impuls, augustus 2002)

Geen vieze praat in het redactioneel. Ze hadden het mij nog zo op het hart gedrukt. Voor de grap natuurlijk, want iedereen weet dat ik niet iemand ben die zich aan vieze praat bezondigt. Tenminste, dat denkt iedereen...
Welnu, iedereen heeft het mis! Al in de kop van dit redactioneel heb ik het meest blasfemische woord gebruikt dat de Nederlandse taal rijk is: luiheid! Luiheid is des duivels oorkussen, die oude Calvinistische wijsheid zit nog altijd in onze genen gebakken. Zeker na de twee paarse kabinetten, die het ‘werk, werk, werk’ wel heel hoog in hun vaandel hadden. En wat ook het verschil is tussen Kok en Balkenende, over een ding zijn zij het roerend eens: arbeid adelt.
Maar is dat nou wel zo? Ik vraag het mij soms wel eens af, eerlijk gezegd. Zoals je mensen hebt die niet van spruitjes houden, zo heb je ook mensen die niet van werken houden. Zo is het nu eenmaal. Misschien zijn dat er zelfs wel meer dan menigeen denkt. En iedereen moet doen waar hij of zij het beste in is, dus mensen die niet van werken houden kunnen misschien maar beter iets anders gaan doen. Ikzelf bijvoorbeeld, als ik nou eens héél eerlijk zou zijn...
Maar ik dwaal af. Het is ook veel te lekker weer om een redactioneel te schrijven. Waar ik eigenlijk naartoe wil is de constatering dat onze dappere verkopers harde werkers zijn. Ik geef het u te doen: urenlang met de Impuls staan te venten, in weer en wind – of in de hitte. En dat zonder enig vooruitzicht op een redelijke dagloon. Kom daar maar eens om bij de gemiddelde baanbezitter. Gelooft u mij, mensen die graag lui zijn en toch geld willen verdienen, die hebben tal van mogelijkheden in het kantorenwezen. Geen centje pijn. Persoonlijk vind ik dat iedereen het recht heeft om lui te zijn, zolang de kantjes er maar niet van worden afgelopen. Verkopers van daklozenkranten hebben daar nauwelijks gelegenheid toe.

© Sylvester Hoogmoed, 2002


(Lees ook mijn artikel Aan het werk! in de Helling.)