Universiteit Leiden
  print   nieuws  zoeken  sitemap
 
 
 
Home Contractonderwijs Stagebieders en Werkgevers Online cursussen Studievaardigheden Jaarindeling Contact
   

Home 

Carla Stiekema over de gevolgen van blikseminslag bij mensen

"Ik zat als een oud wijf in een rolstoel"
De gevolgen van blikseminslag

Door Carla Stiekema

Honderd keer per seconde wordt de aarde getroffen door een blikseminslag. De bliksem zoekt de kortste weg naar de aarde. Soms is dat via mensen. De meesten overleven, anderen niet. Anna Vos had geluk. Maar het is nog niet voorbij. Want wat gebeurt er daarná met een bliksemslachtoffer?

Ze maakt ruzie met haar broer, bakt koekjes (“van die Amerikaanse, met chocola”), maakt zich zorgen over haar konijn. Ze is niet al te groot, heeft blond haar, een brilletje en een gebreide trui. Anna Vos, 18 jaar, studeert MBO-Secretarieel. Een meisje zoals je overal kan tegenkomen. Maar door een blikseminslag verloor ze haar beste vriend, kon wekenlang niet lopen en moet pillen slikken tegen de depressiviteit. Haar brandwonden zijn nu bijna weggetrokken, ze kan weer een beetje paardrijden, en gisteren heeft ze de antidepressiva stiekem niet geslikt. Toch zijn nog niet alle wonden geheeld, zowel de lichamelijke als de psychische.

Bliksem zoekt de kortste weg naar de aarde, of dat nu via een toren, een boom of een mens is. Een mens kan op verschillende manieren slachtoffer worden: direct, via een voorwerp, vanuit de grond, of door elektrische sporen van bliksem. Een metalen voorwerp op het lichaam, zoals een horloge of een beugel-bh, kan ervoor zorgen dat de stroom overspringt. Door de enorme elektromagnetische schok stoppen het hart en de ademhaling echter tijdelijk. Daardoor ontstaat er zuurstofgebrek. Dat kan in sommige gevallen dodelijk zijn. 

Dit overkwam Frank van Eck, een gezonde man van 25. Begin augustus liep hij met zijn beste vriendin Anna op het plaatselijke landgoed, toen het begon te regenen. Ze renden richting auto, door het bos. “Een vriendin van me zag vanuit de verte één wolk, met één slag”, vertelt Anna. Die trof de boom, niet eens de hoogste, waar zij net onder liepen. Frank overleed ter plekke, Anna lag bewusteloos. Een voorbijganger zag hen liggen, beiden enkele meters van de boom weggeslagen. Anna was in een shock: “Ik dacht dat ik nog op vakantie was.” Ze was ijskoud van de regen en modder, had zand in haar mond en voelde overal pijn. En daarbij kwam al snel dat schuldgevoel: “Waarom heb ik niet rondgekeken?”

Nu, een paar maanden later, is Anna nog lang niet hersteld. Een blikseminslag heeft niet alleen directe, schokkende gevolgen, ook op langere termijn kampen veel slachtoffers met uiteenlopende problemen. De brandwonden zorgen vaak voor vele operaties, verschroeid haar moet herstellen. Ook verlamming komt vaak voor, door ‘gesmolten’ zenuweinden. Prof. Dr. H.J. ten Duis herkent deze klachten. Hij is de enige bliksemspecialist van Nederland – “Ach, je bent al snel koning in het land der blinden” – en krijgt bijna alle slachtoffers te zien, vroeg of laat. “Soms komen ze na jaren nog met klachten over chronische vermoeidheid.” 

Anna had na het ongeval vooral verschrikkelijke pijn in haar voeten, waar de bliksem haar lichaam had verlaten. Verder had zij brandwonden en schroeiplekken, vooral daar waar het metaal van haar beugel-bh was gesmolten. Toch mocht ze na twee dagen weer naar huis en kon de begrafenis van Frank bijwonen. Maar behalve haar moeheid werd de pijn in haar voeten steeds erger. Zelfs een deken kon ze niet meer verdragen. Op 19 september werd ze opgenomen. De zenuwuiteinden in haar voeten waren beschadigd. Ze kon niet meer lopen en kreeg een maximale dosis Neurontin, een medicijn tegen de zenuwpijn. Pas 26 oktober kon ze naar huis. Ze loopt weer een beetje, ze zwemt, ze kan weer paardrijden. Maar ze weet nog niet of ze ooit volledig zal herstellen.

 

Die onzekerheid zorgt ook voor emotionele schade, een aspect dat lang onderbelicht is gebleven. Vele slachtoffers hebben last gekregen van geheugenverlies. Ook komt afasie vaak voor, of een persoonlijkheids-verandering. Daarbij komt nog het onbegrip van de omgeving: hoe kan zoiets lichamelijks nou een psychische uitwerking hebben?

Anna kan goed met haar ouders en vriendinnen erover praten, maar “je ontdekt wel wie je echte vrienden zijn.” Er is ook een stichting in Groningen, maar ze ziet het niet zitten om met andere slachtoffers te praten. Ze is de naam van de stichting vergeten. Ten Duis betwijfelt echter of die wel bestaat: “Anders zou ik graag het adres willen hebben.” Om alles te verwerken heeft Anna een tas vol knipsels verzameld, is ze naar de plek teruggegaan en gaat ze vaak naar het kerkhof. “Daar heb ik laatst stiekem narcissen geplant.”

Het eerste dat ze na de inslag voelde was boosheid, door de leugens in de krant: ze zouden hebben geschuild en zij was ernstig gewond door vallende takken. Dat laatste was helemaal niet waar, zo vertelde de broeder van de ambulance haar. In het ziekenhuis was ze vaak neerslachtig; ze kon niet lopen en zat “als een oud wijf” in een rolstoel. Ze voelde zich “als een afgekeurd dier bij de dierenarts.”

Ook is zij vaak in de war, maar dit ligt waarschijnlijk aan de medicijnen. Dat ze antidepressiva slikt, daar kwam ze pas kortgeleden achter. Zij voelt zich niet echt depressief meer, al heeft ze nog vaak  moeite met de dood van Frank: “Hij was zo’n natuurmens. Waarom toch hij? Op vakantie had hij me nog een sms'je gestuurd met mijn boomhoroscoop.” Ze is wel veranderd, zegt haar vriendin. Ze kijkt intenser naar de natuur, ze is makkelijker, socialer en voelt zich ouder geworden.

Veel van de psychische klachten herkent Hester Oosterveer, teamleider van Buro Slachtofferhulp Leiden. Daar komen ook slachtoffers van een eenmalige, schokkende gebeurtenis, zoals een verkeersongeval: “Ieder mens reageert op zijn eigen manier, maar de klachten zijn binnen een kader te plaatsen. Er is niets zo zwaar als emoties verwerken, het is een topsport.” Dat Anna zo neerslachtig is geweest en zich moeilijk kan concentreren, is niet vreemd: haar lijf is “kapot” en ze heeft haar vriend verloren. Lichamelijke klachten hebben vaker psychische gevolgen. En dat Anna zich zo druk maakte over de foutieve berichtgeving in de krant, kan Oosterveer zich helemaal voorstellen: “Kranten zijn altijd ongenuanceerd, met hun kleine berichtjes die zo smeuïg mogelijk moeten. Journalisten schrijven zonder emoties.” Oosterveer geeft toe: zij is de verkeerde persoon om deze vraag aan te stellen. Het schuldgevoel van Anna weet ze goed te plaatsen: “Mensen willen kunnen verklaren wat er met hen gebeurd is, zodat ze het de volgende keer kunnen voorkomen.”          

Dat zal in dit geval echter moeilijk worden: de bliksem valt niet te ontwijken. Blikseminslag is pure pech: op het verkeerde moment op de verkeerde plaats zijn. Het kan iedereen gebeuren. De kapper van Anna zal in ieder geval nooit meer tegen een klant de opmerking maken: “Het lijkt wel of je door de bliksem bent getroffen!”

 

 
   
vorige pagina top pagina