Welkom op www.ncrvgids.nl. Direct naar navigatie.

www.ncrv.nl

Duizendpoot Loes Luca

Leven en werken vanuit het hart

tekst: bea kastrop
foto: ANP/Kippa

“Ik kies wat ik leuk vind en ik hoef niet heel veel geld te verdienen, want ik héb al een jurk.” Loes Luca ten voeten uit. Actrice, zangeres, entertainer en ook een beetje zigeunerin.

Met een grote beker koffie komt Loes Luca de stationskiosk uit. “Hallo, ben jij van de NCRV-gids?” Het interview zal wegens een overvolle agenda in de trein van Rotterdam naar Nijmegen plaatsvinden. Vanavond treedt ze op in Nijmegen met haar soloprogramma Moordwijven waarin ze vijf totaal verschillende vrouwen neerzet.

Op televisie is Loes Luca momenteel te zien als Dora in de nieuwe versie van ’t Schaep met de 5 pooten. Vorige maand kwam de cd Wenend in het portaal uit, waarop ze samen met haar moeder ouderwetse, bijna vergeten smartlappen zingt. Deze maand gaat ze repeteren met het Willem Breuker Kollektief voor de voorstelling Sophie Tucker, the last of the red hot mamma’s die in maart in première gaat.

Achttien jaar stond ze op De Parade, waarvan negen jaar met haar act Nénette et les Zézettes. Maar ook toen ze daarmee in 2002 stopte, bleef de agenda stampvol. Ze speelde de hoofdrol van zuster Clivia in Ja zuster, nee zuster en presenteerde het grote feest aan de vooravond van het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima.

Zigeunerbestaan
Ik wil je graag een citaat voorlezen uit de Volkskrant van tien jaar geleden: ‘Loes Luca is een van de grilligste talenten op de Nederlandse podia. Ze zou een ster kunnen zijn met een dikbetaalde tv-serie of een grote theatershow die overal in het land twee seizoenen uitverkocht zou zijn. Maar ze kiest voor een tent op De Parade waar ze voor een paar honderd gulden per avond de longen uit haar lijf zingt en na afloop in een sleetse badjas zelf haar spulletjes bij elkaar raapt.’

Met een vertederde glimlach: “Hein Jansen. Ja, ik vond het geweldig dat hij dat zo gezien had, want het was ook zo.”

Waarom?
“Omdat daar mijn hart ligt. Ik kies wat ik zelf leuk vind en ik hoef niet heel veel geld te verdienen, want ik héb al een jurk. En De Parade is voor mij altijd het equivalent van het verlangen naar een
zigeunerbestaan geweest. Met je familie in de caravan langs dorpen trekken en
toneelspelen. Dat heeft me altijd getrokken.”

Je bent dan geen zigeuner en je hebt geen caravan, maar je sleept wel zoveel mogelijk mee.
“Zeker. Jules Deelder, die Moordwijven heeft vertaald, is al heel lang een vriend. Zijn vrouw is mijn beste vriendin en ze heeft samen met mijn man de decors ontworpen. Met een andere vriendin heeft ze de kostuums ontworpen. De regisseur, Aat Ceelen, ken ik al dertig jaar.”

En dat is nog niets. Tijdens premières is vaak Loes Luca’s hele extended family aanwezig. Haar ex-man, van wie ze dochter Nina (19) heeft, zijn huidige vrouw en hun twee kinderen, de twee lesbische vriendinnen van Loes die ook een kind hebben van haar ex, en Loes’ huidige man Harald en zijn ex-vrouw met hun drie kinderen, die Loes Luca haar ‘nepkinderen’ noemt.

Dat zijn toch niet allemaal de meest voor de hand liggende vriendschappen. Hoe doe je dat?
“Dat is een verworvenheid die niet zomaar vanzelf gekomen is, hoor. Daar moest ik echt hard voor werken. Maar je moet van goeden huize komen, wil je ruzie met mij krijgen.”

Chemie van 't Schaep
Ook in ’t Schaep met de 5 pooten omringt Loes Luca zich met wie haar lief zijn. Als er figuranten nodig zijn, is zij de eerste om die binnen de familiekring te ronselen. Haar moeder zit in een aflevering als Spaanse schone en dochter Nina figureert in een andere aflevering met de dochter van Huub van der Lubbe, die dan weer de broer is van haar man.

“Altijd leuk ja. Mamma en Nina figureerden ook in Ja zuster, nee zuster. Je moet niet vergeten dat je soms maanden van huis bent. Dus het is ook een manier om je familie te zien. Mamma en Nina waren dan gezellig de hele dag bij mij. Of zelfs twee dagen. Mammie en ik hebben bij een vriendin in Amsterdam gelogeerd. Dan maken we er echt een uitje van.”

Waarom heb je eerst nee gezegd toen ze je vroegen voor ’t Schaep?
“Toen waren er nog heel andere mensen in de race om Kootje en Lukas te gaan doen. En daar had ik geen zin in. Na een paar maanden werd ik opnieuw gebeld met de mededeling dat Pierre Bokma en Marc-Marie Huybrechts hadden toegezegd. Ik zeg: even met mijn man overleggen. Ik bel over vijf minuten terug.”

Je vindt je medespelers belangrijker dan het script?
“Ja. In principe ga ik ervan uit dat je met goeie mensen bij wijze van spreken van het telefoonboek nog iets goeds kunt maken. Terwijl je met minder goede mensen een goed script kunt verpesten. Het was zo fijn om meteen al in de eerste week te merken dat er een soort chemie was tussen Marc-Marie, Pierre, Carry (Tefsen -red.) en mij. Het wérkte gewoon. We vulden elkaar aan en we gúnden elkaar dingen. We gaven elkaar ook tips."

"Dat kan niet altijd. Sommige acteurs krijgen dan iets van: bemoei je met je eigen zaken. Dat was hier helemaal niet. We waren zo enthousiast als kinderen. Als jij nou dát doet, dan probeer ík het zó, oké? Het woog allemaal ruimschoots op tegen die drie maanden werken in een bloedverzengende hitte met een pruik op en een dikmaakpak aan.”

Had je al eerder met deze acteurs gespeeld?
“Jaren geleden met Pierre. Ik kan het heel goed met hem vinden en als hij in Rotterdam is, ga ik naar hem kijken. Of hij komt bij me logeren als hij in Rotterdam is. Met Marc-Marie had ik nog nooit gewerkt.” Ze lacht. “Die is niet tegengevallen. We bellen elkaar een paar keer in de week. En Carry Tefsen is gewoon hartstikke goed. Hoe leuk lelijk die ook durft te zijn! Met die grote pruik, dat onopgemaakte gezicht en dat dikmaakpak aan. Daar houd ik van.”

Fatsoensrakker
Hoe omschrijf jij Dora?
“Door is een fatsoensrakker, zei Adèle tegen mij (Adèle Bloemendaal speelde Dora in de versie uit 1969 - red). En dat vond ik wel een goeie beschrijving. Ik kom zelf uit een volkse buurt en die mensen waren wel volks, maar heel netjes. Zuiver, rein en stoeppie boenen. Voor elkaar zorgen en soep brengen als er eentje ziek was. Uit die tijd kom ik. Het is mij niet vreemd.”

Voor de promotietour voor Ja zuster, nee zuster was je een paar jaar geleden in Japan.
“Tokio was geweldig. Terwijl ik interviews deed, werd Harald door ontzettend leuke Japanse meisjes door heel Tokio geloodst. En ’s avonds werden we meegenomen, naar een karaokebar en naar etentjes. We hebben onze ogen uitgekeken.”

Maar hoe kwam je erbij om daar op tv een oproep te doen om de man die jou ontmaagd had, op te sporen?
“Ik vertelde die mensen in een voorgesprek dat ik een speciale band had met Japan, omdat ik ben ontmaagd door een Japanner. Toen vroegen ze of ik die oproep wilde doen. Nou, waarom niet? Ik vind dat leuk! Het is míjn verhaal! Het heeft indruk op mij gemaakt en op hem vast en zeker ook. Dus ik dacht: als ik er nou tóch ben, zou het ontzettend leuk zijn om elkaar te zien. Dat hij zijn vrouw kan voorstellen en ik mijn man. Maar hij kwam niet.”

Maar ook zonder Norioko zijn in het huis van Loes Luca altijd mensen over de vloer. Zelf was Loes enig kind, een ongelukje dat zich niet wilde laten weghobbelen of -springen en dus moesten haar ouders trouwen. Haar moeder was negentien, haar vader bleek homo. Ze hadden geen cent te makken en woonden in bij overgrootmoeder. Vriendinnetjes mee naar huis nemen was niet de bedoeling. Dat gaf maar rommel, vond haar moeder. Het huwelijk van haar ouders hield twaalf jaar stand. Zeven jaar geleden zorgde Loes ervoor dat haar moeder vlak bij haar in de buurt kwam wonen. “Voor de gezelligheid en om voor elkaar te kunnen zorgen.”

Heb jij je door je eigen jeugd voorgenomen het anders te gaan doen?
“Ik heb het me nooit voorgenomen, maar het zou daar best mee te maken kunnen hebben.”

We naderen station Nijmegen. Een keurige heer die al die tijd onzichtbaar achter de leuning van de bank is gebleven, staat op en vertelt dat hij en zijn vrouw kaartjes hebben voor de voorstelling van vanavond. Met een foto met handtekening, en een prachtig verhaal om thuis te vertellen, stapt hij uit de trein. Tijd voor de laatste vraag. Wat zou je nog heel graag een keer willen doen?

“Ik doe alles wat ik wil doen. Natuurlijk heb ik dromen, maar die zijn gewoon te verwezenlijken. Dingen die ver van me afstaan wil ik helemaal niet. Ik wil de dingen die bij me horen. En die krijg ik over het algemeen wel voor elkaar.” 

biografie
Louise Diana
Wilhelmina Catharina Luca
Geboren: 18 oktober 1953 in Rotterdam.
Woont: met haar man in Rotterdam. Dochter Nina woont sinds kort op kamers.
Opleiding: drie jaar mulo, een jaar au pair in Frankrijk, Academie voor Expressie in Utrecht.
Carrière: Loes Luca debuteerde bij theatergroep Orkater waar ze in tal van producties speelde (o.a. Draaikonten met Peter Blok), evenals bij het Ro theater (o.a. hoofdrol in de musical Ja zuster, nee zuster). Ze stond 18 jaar op het theaterfestival De Parade, met onder andere de ‘o la la revue-act’ Nénette et les Zézettes. Op tv was ze onder anderen de onuitstaanbare Yvette de Vriesch in Het Klokhuis, chauffeur in het NCRV-programma Taxi en de bekakte dame in reclamespotjes van een energiebedrijf: ‘Milieu! Milieu! Mán, ik kom uit een voortréffelijk milieu! Ze speelde in films als Het meisje met het rode haar, Ja zuster, nee zuster en Lepel. Momenteel op tv als wasserette-eigenares Dora Lefèvre in ’t Schaep met de 5 pooten en in het theater met haar eerste soloprogramma Moordwijven.

NCRV-gids 1, 6 t/m 12 januari 2007

Snel zoeken ZOEKEN
text