Terug naar landenpagina

België




Veel van onderstaande gegevens, met name de statistische, zijn ontleend aan: Patrick Johnstone, Operation World, 2001.
Dit handboek geeft een schat aan informatie over christen-
dom en zendingswerk in alle landen ter wereld. Het is ver-
krijgbaar bij WEC-Nederland of via de boekhandel.

 

Land

Met een oppervlakte van 30.540 km2 en 10.145.600 inwoners is België een van de kleinste staten ter wereld (Latimar-Clarke, 2000). Toch is vooral Brussel, vanwege zijn centrale ligging tussen economische machten, tegenwoordig belangrijk voor tal van internationale organisaties (NAVO, EU).

 

 

Geografie

In het noorden en westen van België overheersen laagvlakten maar naar het zuiden en het oosten neemt het reliëf toe om in het zuidoosten uit te monden in de Ardennen (Latimar-Clarke, 2000).

Het klimaat is wat milder aan de kust dan in het binnenland. De Noordzee zorgt voor wat meer neerslag en minder temperatuurschommelingen aan de kust dan in het binnenland. In de hoog gelegen delen neemt de neerslag weer toe als gevolg van stijgingsregen. Door het reliëf wordt de lucht gedwongen te stijgen. Hierdoor koelt de lucht af; koude lucht kan minder vocht bevatten en laat dus neerlag vallen.

Traditioneel worden landen vaak in regio’s verdeeld op grond van natuurlijke kenmerken. Tegenwoordig weten we ons door moderne technieken wat meer te ontrekken aan de natuur, met alle positieve en negatieve gevolgen van dien. Regio´s worden veeleer afgebakend door de invloedssfeer van economische, sociale of culturele processen. België is hier een goed voorbeeld van. Het land wordt in tweeën gedeeld door een taalgrens; in het noorden spreekt men Vlaams, in het zuiden Frans (Waals).

 

 

Bevolking

België kent drie officiële talen Vlaams, Frans en Duits. Vooral tussen de eerste twee heeft altijd rivaliteit bestaan. Duits wordt vooral in het grensgebied met Duitsland gesproken

Tabel 1 Gesproken talen in België (2000)

rel. (in %)

abs. (*1000)

Vlaams

54,7

5.550

Frans

32,3

3.277

Duits

0,7

71

Overig

12,3

1.248

Totaal

100,0

10.146

Bron: Johnstone, 2001, p.101

De bevolking bestaat voor 10% uit allochtonen. De helft hiervan komt uit EU-landen zoals Frankrijk, Italië, Spanje en Nederland. De andere 5% Komt uit Marokko, Turkije, Algerije, en Zaïre. Dit verklaart waarschijnlijk de overig gesproken talen

Meer dan 95% van de bevolking woont in steden. Belangrijke steden zijn Brussel, Antwerpen, Gent, Charleroi en Luik.

Net als Nederland heeft België last van een dubbele veroudering van de bevolking. Als gevolg van een babyboom na WOII en een hoge levensverwachting van gemiddeld 73 jaar neemt het aantal ouderen in de samenleving toe. De kosten voor pensioenen en medische zorg worden in een moderne verzorgingsstaat voor een groot deel betaald door de actieve werkende bevolking. Het dubbele zit hem hierin dat de gezinsgrootte in de jaren 70 is gedaald. Ergens rond 2010 ontstaat dus de situatie waarin het aandeel ouderen relatief groot en het aandeel werkenden relatief klein is. Deze verschijnselen bekend als vergrijzing en ontgroening leggen een druk op de economie (Matthijs, 1988, p.17-20).

 

 

Godsdienst

In België is er vrijheid van Godsdienst. Sinds de kerstening staat België bekend als een katholiek land. Vroeger werden cijfers van rond de 90% genoemd. In 1987 was dat gedaald naar 75% en nu wordt gesproken over 58%. België wordt gekenmerkt door een steeds verder gaande secularisering. Dat wil zeggen dat men zich ontrekt aan godsdienstige en kerkelijke invloeden.

Figuur 1 Godsdiensten verdeeld in % (2001)

Bron: Johnstone, 2001, p.102

De eerste vier groene staven geven een onderdeling van de christenen. Het totaal aantal christenen beslaat 67,66%. De categorie ‘niet-verbonden’ zijn mensen die zich wel christen noemen maar niet verbonden zijn met een kerk of instelling.

Een deel van de bevolking zegt in naam een godsdienst aan te hangen terwijl ze hier in hun dagelijks leven niets mee doen. Vooral onder katholieken komt dit veel voor omdat katholiek zijn vaak meer is dan alleen de kerk. Er wordt zelfs gezegd dat België het minst christelijk land van Europa is. Om deze bewering te staven neemt men echter vaak alle katholieken als niet-christelijk. Dit is een wat twijfelachtig methode maar een feit is wel dat de statistieken een veel grotere kerkgang doen vermoeden dan er werkelijk is. Om hier enig idee van te krijgen moeten we terug naar de cijfers van 1987. Driekwart van de bevolking gaf aan in naam katholiek te zijn. Bij dieper onderzoek bleek 52% vrijwel nooit naar de kerk te gaan. Meer dan 60% van de katholieken noemt zichzelf weinig tot niet praktiserend en zo’n 47% van de gehele bevolking gaf aan godsdienst in hun leven niet belangrijk te vinden. Bekijken we cijfers van 1966 tot 1987 dan zien we dat het aantal kerkgangers met meer dan de helft is gedaald. Naar alle verwachting heeft deze trend zich voortgezet (Matthijs, 1987, p.275-280).

De bedoeling van dit verhaal is niet om met de zwarte piet te gooien maar wel om aan te geven dat de secularisering veel verder voortgeschreden is dan de statistieken op het eerste gezicht laten zien.

De protestantse kerk is vanuit de historie is België zeer klein. De laatste 30 jaar is deze amper gegroeid. De groei die er was vond veelal plaats in evangelische/charismatische gemeenten. Zij zijn niet zichtbaar in de cijfers van figuur 1 maar maken zo’n 4% van de bevolking uit. Pinkstergemeenten groeien het hardst met 8% per jaar. De verhouding tussen de protestantse en de evangelische/charismatische kerken is vrij moeizaam. Het feit dat de Pinkster gemeentes als sekten worden gezien doet de situatie geen goed. De laatste jaren lijkt er wat meer wederzijds respect te ontstaan.

Bovengenoemde trends blijken ook uit recenter onderzoek. In 1998 bleek dat bijna 40% van de bevolking niet-kerkelijk was. De kerk heeft problemen om voldoende priesters, dominees of voorgangers te vinden. In de katholiek kerk is het aantal priesters sinds 1960 gehalveerd en is de gemiddelde leeftij 64 jaar. Van de Vlaams sprekenden protestantse en charismatische kerken heeft 60% van de gemeenten een buitenlandse voorhanger (Johnstone, 2001, p.103).

In kritiek op deze cijfers wordt wel gezegd dat kerkbezoek niet de ware God-mens relatie belicht. Toch blijkt uit de cijfers van 1987 dat met de daling van het kerkbezoek ook het bevestigend antwoord op vragen als hoe belangrijk is Godsdienst in mijn leven afneemt.

Er zijn 473 buitenlandse missionarissen/zendelingen in België aanwezig. Dat is relatief veel voor zo’n klein land. Vergelijk: Nederland telt slechts 296 zendelingen. België is misschien wel een goed voorbeeld van de stelling: "Europa wordt/is weer een zendingsgebied".

 

 

Geschiedenis

België is voor een Westers land een relatief jonge staat. Pas in 1839 splitste België zich af van het Koninkrijk der Nederlanden. Na de val van Napoleon waren België en de Nederlandse staten samengevoegd als bufferstaat tegen Frankrijk. Er waren veel tegenstellingen tussen beide naties. De invloed van de katholieken op bijvoorbeeld het onderwijs in België druiste in tegen de vrijheids- en staatsideeën van de calvinistische liberalen in de Nederlanden. In 1830 ontstonden de eerste openbare protesten en ondanks gevechten riep België op 4 oktober 1831 de onafhankelijkheid uit. In juli trad Leopold I aan als koning van België. De Nederlanden ondernamen nog een militaire poging maar de Fransen schoten de Belgen te hulp. Uiteindelijk legde de Nederlanden zich pas in 1839 bij de zaak neer

Rond 1845 vierde het liberalisme hoogtij in België. In deze tijd van vrije handel floreerden de zware nijverheid in Wallonië en de textielindustrie in Vlaanderen. In 1885 kreeg België Kongo (Zaïre) als kolonie toegewezen op een speciale ‘Kongo conferentie’ in Berlijn. Karakteriserend voor die tijd was er geen enkele vertegenwoordiger van Kongo aanwezig.

Er ontstond een rijke burgerklasse die in schril contrast stond met het industriële proletariaat (de arbeiders). Tegen het eind van de 19e eeuw ontstonden de eerste socialistische partijen. In 1914 (WOI) werd de neutraliteit van België door Duitsland geschonden. Vier jaar lang bleef België betrokken in een loopgravenoorlog. De Duitsers probeerden te profiteren van de verdeeldheid van België wat betreft de taal, door op te komen voor de Vlamingen. Deze tactiek had een zowel positieve als negatieve uitwerkingen. De Vlamingen voelden zich eindelijk gerespecteerd maar aan de andere kant ontstond er verzet met de Franse koning als symbool.

Bij de verkiezingen van 1919 (alleen mannen hadden kiesrecht) verloren de katholieken hun macht. De socialisten vormden een even grote partij en coalities waren onontkoombaar. De taalstrijd sleepte voort. Vlak voor WOII had extreemrechts veel aanhang in België. In 1940 werd België wederom aangevallen door Duitsland, dit maal wist het leger slechts 18 dagen stand te houden. De toenmalige koning Leopold III besloot niet te vluchten maar in België te blijven. Hij bleef aan de macht maar moest daarvoor natuurlijk wel concessies aan de Duitsers doen. Na de oorlog werd de koning beschuldigd van collaboratie. Na veel politieke ophef deed Leopold III in 1951 afstand van de troon.

Het economisch herstel na de oorlog verliep vlot. De oorlogsschade was gering en de haven van Antwerpen in tact. In 1944 richtte België samen met Nederland en Luxemburg de Benelux op.

Het dekolonisatieproces dat na de oorlog in volle gang was leidde er toe dat Belgisch Kongo in 1960 onafhankelijk werd. De strijd tussen Wallonië en Vlaanderen bleef een groot struikelblok in de politiek. Pas in 1993 vond men een oplossing in die zin dat België een federale staat werd. Net als in Duitsland kregen Vlaanderen en Wallonië een vergaande autonomie.

In 1990 werd een wet ter goedkeuring van abortus door de overheid aangenomen. Koning Boudewijn weigerde echter de wet te ratificeren. Uiteindelijk is de crisis opgelost doordat de koning voor korte tijd aftrad. In die dagen werd de wet goedgekeurd en daarna trad Boudewijn weer aan. Na zijn dood in 1993 werd Boudewijn opgevolgd door zijn jongere broer Albert II (Uitgeverij Het Spectrum, 1997).

 

 

Politiek

De Belgische politiek is een verhaal apart. Sinds 1993 bestaat België uit federaties (deelstaten) o.a. Wallonië en Vlaanderen, die een vergaande autonomie hebben. Ze voeren een eigen buitenlands beleid, maken onafhankelijk van elkaar handelsafspraken met andere landen en melden zich apart aan bij internationale arbeidsorganisaties en UNESCO. Normaal worden daar alleen staten erkend. Nu is het voorkomen van deelstaten niet uniek: Duitsland Zwitserland, Brazilië en natuurlijk de V.S. Zoals de organisatie ‘Pro Belgica’ (2001) echter aangeeft is de situatie is België toch anders: "Het kenmerk van een Federale Staat is het samenbrengen van politieke collectiviteiten (de componenten) die voorheen gescheiden, onafhankelijk en soeverein waren. Het bijzondere van de Belgische Federale Staat is, dat hij, van uit een unitaire Staat, componenten (de Gemeenschappen en Gewesten) heeft geschapen. Het gaat dus hier om een radicaal tegengestelde handelwijze."

Het politieke bestuur wordt hierdoor wat ingewikkeld. In principe is België een federale parlementaire democratie onder een constitutionele monarchie. De rol van het koningshuis is in grote lijnen gelijk aan het koningshuis in Nederland. De regering bestaat uit 14 ministers en de minister-president Guy Verhofstadt. Elke deelstaat heeft een eigen parlement met een eerste en tweede kamer en genieten vergaande autonomie.

Hiernaast bestaan er nog de gemeenschappen, de gewesten en de provincies. De gemeenschappen zijn bestuurlijke groepen gebaseerd op taal en cultuur. Zij houden zich bezig met cultuur en educatie. De gewesten zijn gevormd naar economische belangen (bijvoorbeeld Brussel-stad). Zij houden zich bezig met huisvesting, water, publieke werken etc. De gemeenschappen en gewesten hebben weer een eigen raad en regering. In Vlaanderen vormen een gemeenschap en een gewest een gezamenlijke raad en regering in Wallonië hebben ze elk een aparte raad en regering.

Sinds 1995 kent België 10 provincies. Zij hebben een door het volk gekozen raad en een gouverneur (aangesteld door de koning). Zij houden zich bezig met orde handhaving, wegenbouw en regionale ontwikkeling.

Tot slot zijn er nog 589 gemeenten met een direct gekozen raad en een college van burgemeester en wethouders (Settler International, 1999).

Politieke macht overlapt elkaar voor een deel. De verschillende bestuurlijke niveaus beconcurreren elkaar. Problemen ontstaan als een afspraak op het ene niveau negatieve gevolgen heeft voor een ander niveau. Er bestaat een complexe bestuurlijke structuur waar dit korte verhaal geen recht aan doet. Er zijn zelfs groepen die vrezen dat deze structuur uiteindelijk leidt tot het uit elkaar vallen van België. Het is de vraag of het zo’n vaart zal lopen. Frappant is dat de keuze voor een federale staat juist is genomen om het gevaar van afsplitsing af te wenden.

De politiek in België bestaat in hoofdlijnen uit 4 grote partijen. De katholieke (christelijke)-socialen, de liberalen, de socialisten en een opkomend extreemrechts (Volksunie, Vlaams Blok). Momenteel hebben de drie eerst genoemden een coalitie gevormd om de dreiging van extreemrechts tegen te gaan.

 

 

Economie

België heeft een moderne economie. Sterke punten vormen de centrale geografische ligging, een goed ontwikkelde infrastructuur en een gediversifieerde industriële en commerciële basis. De meeste industrie is gevestigd in Vlaanderen. Wallonië stond vroeger bekend om de staal- en kolenindustrie maar de laatste decennia zijn deze in verval geraakt. De centrale overheid probeert wel ontwikkeling in Wallonië te stimuleren maar hierbij is het lastig dat de afzonderlijke deelstaten zoveel macht hebben. Elke deelstaat is voornamelijk op zijn eigen ontwikkeling gericht (Phoetius Coutsoukis, 2000).

België kent veel verwerkende industrieën. Omdat het land over weinig natuurlijke hulpbronnen beschikt importeert België veel grondstoffen, verwerkt deze en exporteert de vervaardigde producten. Hierdoor is het land erg afhankelijk van ontwikkelingen op de wereldmarkt. Belangrijke export producten zijn chemicaliën, geslepen diamanten, levensmiddelen etc. Belangrijke handelspartners zijn landen in de EU en de V.S. (Latimer-Clarke, 2000). België doet tevens mee aan de Euro.

In 1993 had België een Bruto Binnenlands Product van US$213 miljard en een BNP per hoofd van de bevolking van US$21.037. Daarmee hoort België bij de welvarende landen. De rijkdom is bovendien redelijk gelijk verdeeld (Bartleby.com, 2000).

Een belangrijke bedreiging vormt de staatsschuld. De regering probeert deze verder terug te dringen tot nu toe met succes.

 

 

Conclusie

België is een klein landje wat zijn mogelijkheden goed heeft benut. Economisch is het uitgegroeid tot een welvarend land. België handelt veel met het buitenland en begon al vroeg met internationale samenwerking: de Benelux in 1944. De Euro zal buitenlandse handel wederom vergemakkelijken.

Er blijft onrust tussen Vlaanderen en Wallonië. In Wallonië blijft het idee levend om zich af te scheiden. Omdat ze wel inzien dat ze het economisch alleen moeilijk krijgen willen ze dan aansluiting bij Frankrijk. De nationale regering wil dit voorkomen en vooralsnog wordt een afscheiding in de nabije toekomst niet verwacht.

Het seculariserings proces schrijdt in België steeds verder voort. Het aantal katholieken blijft afnemen. De protestantse kerk is slechts beperkt ontwikkeld en de moeilijke relatie tussen de protestantse en de evangelische/charismatische kerken doet de zaak geen goed. Het grote aantal zendelingen wat naar België komt duidt misschien op een groeiende bewustwording van deze situatie. Er is veel behoefte aan christelijke werkers en leiders, vooral in Vlaanderen.

 

 

Literatuur

Bartleby.com (2000). The World Factbook 2000 [online]. [Geciteerd 11 maart 2002]. Beschikbaar op het World Wide Web: http://www.bartleby.com/151/26.html.

Johnstone, Patrick (2001), Operation World. Carlisle: Paternoster Lifestyle. Sixth edition.

Latimer-Clarke Corporation (2000). Atlapedia Online [online]. [Geciteerd 11 maart 2002. Beschikbaar op het World Wide Web:
http://www.atlapedia.com/online/countries/belgium.htm.

Matthijs, Koen (1987), Belgoscopie. Tielt (België): Uitgeverij Lannoo.

Phoetius Coutsoukis (2000). Photius Coutsoukis [online]. [Geciteerd 11 maart 2002]. Beschikbaar op het World Wide Web: http://www.photius.com/wfb2000/countries/belgium/belgium_economy.html.

Pro Belgica (2001). Het bestaan en het overleven van ons België zijn in gevaar [online]. [geciteerd 11 maart 2002]. Beschikbaar op het World Wide Web: http://club.euronet.be/edp/antrdoc/Belgnl.doc

Settler International (1999). Settler International [online]. [geciteerd op 11 maart 2002]. Beschikbaar op het World Wide Web:
http://www.settler-international.com/destinations/belgium/bpolitics.htm

Uitgeverij Het Spectrum (1997), Spectrum Encyclopedie 1998, Spectrum Electronic Publishing B.V.