Naar inhoud
Naar zoekfunctie
Naar menu
Naar subnavigatie
 
 

Geschiedenis

14 november 2007

 

Ons stadsdeel mag dan wel een van de groenste van Amsterdam zijn, het is op en top stad. Het is moeilijk voor te stellen dat dit gebied lang, lang geleden een onherbergzaam veenmoeras was waar nauwelijks mensen woonden...

Sloten: ouder dan Amsterdam

Tot de tiende eeuw was het gebied rond het huidige Amsterdam, net als een groot deel van Holland, een veenmoeras waar nauwelijks mensen woonden. Ongeveer vanaf het jaar 1000 werden deze gebieden langzamerhand in cultuur gebracht en werden ook de eerste dorpen gesticht. Het dorp Sloten, dat nu deels in stadsdeel Slotervaart ligt, werd in 1063 voor het eerst genoemd. Uit dezelfde periode dateren Abcoude en Ouderkerk in het Amstelland. Naderhand ontstonden in deze omgeving nog enkele andere dorpen, zoals Sloterdijk en Osdorp.

Van de stad Amsterdam was toen nog geen sprake, deze ontstond pas twee eeuwen later. Sloten is dus zo'n tweehonderd jaar ouder dan Amsterdam. De bewoners leefden van de tuinbouw, veehouderij en visvangst. Al vanaf het ontstaan van de stad Amsterdam rond 1300 was dit de belangrijkste afzetmarkt voor de producten van de boeren.

beeldschets2.jpg (7 Kb)

Vechten tegen het water

In de zeventiende eeuw werden enkele meren in het gebied ingepolderd. Zo werd in 1634 de Slotermeer drooggelegd. Met de grotere wateren had men meer moeite. De Haarlemmermeer in het westen vormde een constant gevaar. Weliswaar leverde deze meren opbrengst in de vorm van visvangst, maar het verlies aan land was echter veel schadelijker. Zo verdwenen in de zeventiende en achttiende eeuw twee dorpen die tot Sloten behoorden, Nieuwerkerk en Rijk, geheel in de golven. Pas na de uitvinding van de stoommachine kon de grote Haarlemmermeer in 1852 eindelijk drooggelegd worden.

De stad rukt op

Een andere bedreiging van het landelijke gebied van Sloten kwam nu uit het oosten. In het laatste kwart van de negentiende eeuw begon Amsterdam sterk te groeien. Vanaf 1870 werd er gebouwd buiten de Singelgracht en de bebouwing rukte snel op naar het westen en zuiden. Nadat in 1896 al een groot stuk van de gemeente Nieuwer Amstel (thans Amstelveen) was geannexeerd, was het in 1921 de beurt aan Sloten om door Amsterdam opgeslokt te worden. Voortaan behoorde dit gebied tot Amsterdam, met de bedoeling dit voor stadsuitbreiding te gebruiken.

In de jaren twintig verschenen op het grondgebied van de vroegere gemeente Sloten al de wijken rondom het Mercatorplein, Surinameplein en Hoofddorpplein, ontworpen door architect Berlage. Toen in de jaren dertig behoefte ontstond aan nog verdere uitbreiding van de stad naar het westen werd het Algemeen Uitbreidings Plan (AUP) ontworpen.

Algemeen Uibreidings Plan

Het AUP (vastgesteld in 1935) is ontworpen door de gemeentelijke dienst Stadsontwikkeling, onder leiding van stedebouwkundige C.P. van Eesteren. In het plan stond beschreven hoe grote nieuwe wijken aan de rand van de toenmalige stad gebouwd moesten worden zodat de stad kon groeien: de Westelijke Tuinsteden (inclusief ons stadsdeel) aan de westkant , Buitenveldert aan de zuidkant en uitbreidingen in Amsterdam-Noord. Licht, lucht en ruimte waren kernwoorden in het AUP. Er werd gebouwd in ‘stroken’ – flatblokken met lange gaanderijen – voorzien van parken en sportterreinen. In de wijk Landlust (Bos en Lommer) werden in de jaren 1937-'38 de eerste flatcomplexen in 'strokenbouw' opgeleverd en volgens moderne principes ingericht.

Vertraging en woningnood

Door de oorlogsjaren 1940-'45 liepen de uitbreidingsplannen grote vertraging op. Ondertussen was de woningnood groot en was er snel behoefte aan veel nieuwe woningruimte. In 1951 startte de bouw van de nieuwe tuinstad Slotermeer, de eerste wijk buiten de Ringspoorbaan. De eerste paal werd geslagen in december 1951. De eerste woningen konden in oktober 1952 worden betrokken. Daarna ging het snel: vanaf 1954 kwam Geuzenveld erbij, in 1955 Slotervaart, in 1956 Overtoomse Veld en in 1958 Osdorp.

beeldschets3.jpg (8 Kb)

Sloterplas

Het hart van de nieuwe stadsuitbreiding is de Sloterplas. Om zand te winnen voor de ophoging van de bouwgrond en voor de aanleg van dijklichamen voor de wegen werd in 1956 de Slotermeer weer uitgebaggerd, tot op een diepte van circa 30 meter. Voordeel van de aanleg van de Sloterplas was tevens dat hiermee een groot park en recreatiegebied temidden van de nieuwe wijk kon worden aangelegd.

Omstreeks 1970 waren deze wijken grotendeels volgebouwd. Er waren hier toen meer dan 100.000 inwoners. In de jaren negentig werden in de Westelijke Tuinsteden nog enkele nieuwe wijken gerealiseerd op locaties die tot dan toe onbebouwd waren. In ons stadsdeel waren dit de wijken Oostoever en Nieuw Sloten

Nu: stedelijke vernieuwing in de Westelijke Tuinsteden

Door de grote woningnood werd de nadruk gelegd op snelle en grootschalige productie van veel gelijksoortige woningen. Daarom zijn een aantal zaken in de nieuwe wijken goedkoper en minder gevarieerd uitgevoerd dan gewenst en oorspronkelijk gepland. Het zijn deze aspecten die nu mede aanleiding vormen tot stedelijke vernieuwing. In sommige buurten is er een eenzijdig aanbod van goedkope huurwoningen waardoor mensen die het beter krijgen weggaan uit de buurt en kansarme bevolkingsgroepen overblijven. Om te zorgen dat de Westelijke Tuinsteden een gezonde toekomst tegemoet gaan wordt nu getracht een gevarieerder woning aanbod te realiseren.

In 1999 stelde de gemeente Amsterdam het bureau Parkstad in met de opdracht om de vernieuwingen te gaan voorbereiden. Het bestuur van deze ambtelijke organisatie wordt gevormd door drie wethouders van de Centrale Stad en vier wethouders van de vier betrokken stadsdelen: Bos en Lommer, Geuzenveld/Slotermeer, Slotervaart/Overtoomse Veld en Osdorp. In maart 2001 vescheen de nota 'Richting Parkstad 2015', waarin de plannen voor de komende 15 jaar verder zijn uitgewerkt. Op naar 2015!


slotervaart
Zoeken
ZoekZoek