Slechte wiet in België door streng beleid

De hennepteelt in Vlaanderen is afgelopen jaren fors gegroeid. Grote Nederlandse kwekers zijn naar België verhuisd, omdat de aanpak hier harder werd. Maar daarnaast zijn ook honderden Belgen in een schuur, kelder of slaapkamer een paar cannabisplanten gaan kweken voor eigen gebruik. Belgische politici willen nu daarom ook in België strengere controles.

Belgische criminologen hebben kritiek op harde aanpak van hennepkwekers. Het kweken van hennep moet België onder voorwaarden toestaan, vindt de Vlaamse criminoloog Tom Decorte. Een harde aanpak leidt tot criminalisering en slechte wiet.

Criminologen Tom Decorte en Pascal Tuteleers van de Universiteit Gent pleiten er echter voor niet dezelfde fouten te maken als Nederland. Eerder deze week presenteerden ze in Gent hun onderzoek ‘Cannabiskwekers in Vlaanderen’.

De onderzoekers zijn ongelukkig met het Belgische beleid, dat zowel de verkoop van wiet als de kweek van hennep verbiedt. Maar ze bekritiseren ook het Nederlandse ‘gedoogbeleid’. Nederland staat weliswaar (beperkt) koffieshops toe, maar is tegelijkertijd de hennepkwekerijen steeds actiever gaan aanpakken, met ‘rooidagen’, helikopters, infraroodcamera’s en andere geavanceerde opsporingsapparatuur.

Decorte en Tuteleers merken op dat dit in Nederland heeft geleid tot criminalisering van de sector, een slechtere kwaliteit van de wiet, en te hoge prijzen. „Kleine en idealistische hobbytelers hielden ermee op”, zo schrijven ze, „en ‘professionelen’ sprongen in het gat”. Alleen grote kwekers kunnen namelijk de beveiligingsmaatregelen betalen, of verhuizen wanneer ze worden opgerold. En omdat hogere pakkans leidt tot schaarste, en daarmee tot hogere prijzen (inmiddels rond de 3.500 euro per kilo droge wiet), trekt de branche criminelen aan.

Volgens onderzoeksleider Decorte zijn veel van de nieuwe, grotere kwekers uitsluitend geïnteresseerd in de winst. En dat zou ook de reden zijn waarom België nu zoveel meer thuistelers telt. De criminologen interviewden 748 kleine (thuis)telers.

Veel Belgen die gewoon waren hun wiet uit de Nederlandse koffieshops te betrekken zijn zelf hennep gaan telen, bleek uit die interviews, uit onvrede met de Nederlandse wiet. Die vonden ze te slecht en te duur geworden. Hij zou ‘rommel’ bevatten om het gewicht op te hogen, bestrijdingsmiddelen, en te veel van de psychoactieve stof THC. „Of die kwaliteit van de Nederlandse wiet echt zo slecht is geworden hebben we niet onderzocht”, licht Decorte aan de telefoon toe. „Maar dat is wel de perceptie van veel hennepkwekers.”

Wat vindt u van de huidige situatie?
„Nederlandse hennepkwekers verhuizen naar België omdat daar minder controle is. De in België gekweekte wiet gaat weer naar een Nederlandse koffieshop vlakbij de Belgische grens, en daar komen de Belgen dan weer wiet kopen. Dat leidt tot overlast in de grensgemeentes en allerlei gekissebis tussen de burgemeesters waar nu de koffieshops moeten komen.

„Je krijgt de markt niet onder controle. Dat zien we nu bij jullie, waar de politie wel de kleine kwekers, de loopjongens en de knippers oppakt, maar niet de organisatoren en de financiers van de grote kwekerijen. Voor dat vervolgresearch is dan geen geld. En dat zal er in Vlaanderen ook niet zijn. Bovendien zal de vraag blijven. Als de Vlaamse politie hennepkwekerijen gaat oprollen, duiken ze wel weer elders op, in de Ardennen bijvoorbeeld.”

Wat voor soort beleid stelt u dan voor?
„Nederland en België moeten een beperkt aantal hennepkwekerijen een vergunning geven. Van deze moet dan precies bekend zijn hoeveel hennep ze aan welke koffieshops leveren, en wat de kwaliteit ervan is. Dan zal er minder vraag naar illegaal gekweekte hennep zijn. En er is meer controle mogelijk op de veiligheid van de wiet.”

Wat vindt de rest van de EU-landen daarvan?
„Ja, zo wordt dit debat heel vaak gesmoord: het toestaan van koffieshops en hennepkwekerijen zou internationaal niet worden geaccepteerd. Maar internationale verdragen kun je veranderen. België kan een coalitie vormen met andere landen, waar deze discussie nu ook wordt gevoerd, zoals Engeland en Zwitserland. Bovendien gedogen Nederland en Portugal nu al koffieshops. Zij worden toch ook niet door de internationale gemeenschap geïsoleerd?”

Kwekerijen
De Nederlandse criminologe Nicole Maalsté heeft afgelopen vijftien jaar tientallen hennepkwekers in Nederland geïnterviewd. In april kwam haar boek Polderwiet uit, een voorproefje op haar proefschrift dat volgend jaar verschijnt. „Wat ik laat zien is precies waar de Belgen nu bang voor zijn”, zegt ze. „Voor Theo met 100 planten op drie hoog is het verhaal afgelopen wanneer zijn kwekerij wordt opgerold. Hij heeft geen geld om een verhuizing te organiseren, onder de grond te gaan of geavanceerde beveiligingsapparatuur (tegen de politie red.) in te zetten.”

Maalsté merkt ook een verschaling van het wietaanbod. Omdat er minder kwekers zijn, is er en minder diversiteit aan wietsoorten.

Landbouwkundige Peter Smeets, werkzaam bij Wageningen UR en de Stichting Transforum, die duurzame landbouw stimuleert, wijst op de verbetering van de Nederlandse hennepteelt. In de jaren zeventig was nederwiet zo’n beetje het slechtste en goedkoopste dat je kon krijgen – ongeveer 50 cent per gram, terwijl de wiet uit het buitenland voor 3 tot 7 gulden over de toonbank ging. Met name Wageningse wietgebruikers, opgeleid als landbouwkundige, zijn toen de zaden gaan veredelen, en ze hebben de bodems en kweekapparatuur verbeterd.

Nu behoort nederwiet tot de beste wietsoorten, en is Nederland een belangrijk exportland. Het CBS schatte in 2001 dat er jaarlijks voor zo’n 1,2 miljard euro aan wiet werd geteeld, waarvan er voor 800 miljoen het land uit ging. Daarmee zou dus hennep – gekweekt op zolders en in kelders – na pootaardappelen ons belangrijkste exportgewas zijn.

NRC.nl, 20 september 2007




 
disclaimer | colofon