Naar inhoud
Naar zoekfunctie
Naar menu
Naar subnavigatie
 
 

De geschiedenis van Amsterdam

12 december 2006
 - 
Reinout Schaatsbergen
Nederland is een klein vlekje op de kaart. Dat het toch een belangrijke rol in de wereldgeschiedenis heeft gespeeld, dankt het aan zijn aardrijkskundige ligging. Grote rivieren monden hier uit in de zee waardoor het land een knooppunt van handelsverkeer werd. Amsterdam neemt binnen Nederland al sinds de tweede helft van de zestiende eeuw een bijzondere positie in. Gelegen in de machtige provincie Holland, ontwikkelde de stad zich tot een knooppunt van handels- en politieke lijnen.

Ontstaan

Amsterdam verschijnt voor het eerst in de geschreven geschiedenis in 1275 als graaf Floris V de mensen die bij de dam in de Amstel wonen, vrije vaart verleent over de Hollandse wateren. De verlening van dit "tolprivilege" was een zet in een jarenlange strijd om de macht in het gebied. Het Amstelland, behoorde namelijk tot het bisdom Utrecht. Namens de bisschop werd de streek bestuurd door de heren van Amstel.

Zij dreigden zich van de bisschop los te maken en een eigen heerschappij te vestigen. Floris V stak daar een stokje voor. Om de bevolking voor zich te winnen verleende hij de mensen aan de Amsteldam het tolprivilege. Zo konden ze alvast de voordelen proeven van het behoren bij het machtige Holland. Het voorrecht gaf Amsterdam een flinke voorsprong op de andere Hollandse steden. Dit voorrecht wierp zijn vruchten af. De heren van Amstel waren gedwongen de graaf van Holland als hun leenheer te erkennen.

Zij namen hiermee echter niet lang genoegen. In 1296 vermoordden zij Floris V. Hierdoor viel Amsterdam weer toe aan het bisdom Utrecht. Amsterdam ontwikkelde zich snel. Rond 1300 werd de eerste kerk gebouwd, de kern van wat nu de Oude kerk is. Rondom de Amsteloever werden dijken gebouwd en in de rivier, op de plaats waar nu het Nationaal Monument staat, werd een dam gelegd: de Plaetse. Hier ontstond een markt.

Stadsrechten

In 1300 of 1306, de datering is niet ondubbelzinnig vast te stellen, kreeg Amsterdam stadsrechten van de landheer, de bisschop van Utrecht. Hoewel onder 'stadsrechten' veelal meerdere rechten (op markten, tol en stadsmuren) worden verstaan, ging het in essentie op het recht van de stad op eigen rechtspraak. Door de familieband van de bisschop van Utrecht met Willem III, graaf van Holland, ging de stad bij zijn dood in 1317 definitief over in Hollandse handen.

Economie

De Amsterdamse economie dreef op bier en haring. De stad verwierf in 1323 het alleenrecht op de invoer van bier uit Hamburg. De stad kreeg hierdoor een belangrijk handelsmonopolie in Holland. Van oudsher was de haringhandel in handen geweest van de Oostzeelanden. Maar doordat de haringen hun paartijd gingen doorbrengen in de Noordzee in plaats van de Oostzee, kreeg Amsterdam de kans zich hierin te mengen. Bovendien werd in die tijd het haringkaken uitgevonden, een methode om direct na de vangst de ingewanden van de vis te verwijderen om hem langer vers te houden. Hierdoor konden de vissers meer vis vangen en dus meer winst maken.

Staatkundige eenheidDe Stopera

In de vijftiende en zestiende eeuw kwam in de Nederlanden een ontwikkeling op gang naar een grotere staatkundige eenheid. Het jonge Amsterdam zag het belang hiervan voor de groeiende handel en steunde de tendens. In de loop van de vijftiende eeuw ging Amsterdam deel uitmaken van het uitgestrekte rijk van Philips de Goede van Bourgondië. Deze streefde ernaar de middeleeuwse vorstendommen bijeen te voegen maar stuitte daarbij in Holland op tegenstand van Jacoba van Beieren.

Jacoba was de dochter van graaf Willem VI  en had na zijn dood feitelijk recht op Holland. Toch werd aan haar oom, de Luikse bisschop Jan van Beieren Holland toegewezen door de Duitse keizer Sigismund. In 1418 trouwde Jacoba van Beieren met haar volle neef Jan IV van Brabant.  Omdat hij zijn financiële verplichtingen niet kon nakomen, verpandde Jan IV het grondgebied van Jacoba voor 12 jaar aan haar vijand Jan van Beieren. Jacoba liet hierop het huwelijk ongeldig verklaren en vertrok naar Engeland.

In 1424  ging ze terug naar Holland om de strijd op te pakken tegen haar ex-echtgenoot Jan IV, die gesteund werd door Filips de Goede.  Aanhangers van beide machthebbers bestreden elkaar. De Amsterdammers stonden aan de kant van Philips de Goede en zijn opvolgers.

Handelscentrum

De staatkundige eenheid van de Nederlanden, ruwweg het huidige Beneluxgebied, werd in 1543 tot stand gebracht door Karel V, de achter-achterkleinzoon van Philips de Goede. Het zwaartepunt van de nieuwe staat lag in het zuiden. Brussel was de hoofdstad. Amsterdam werd belangrijk in de Nederlanden door zijn status als handelscentrum. De stad importeerde hout en graan. Deze goederen kwamen uit de landen aan de Oostzee waar tegelijkertijd ijzererts, pelzen en kabeljauw werd ingekocht. Het zout, waarmee de kabeljauw werd ingemaakt, kwam uit Portugal. Amsterdam werd hierdoor een stapelmarkt waar noordelijke en zuidelijke producten werden opgeslagen, bewerkt en verkocht. Om deze handel heen groeiden bedrijfstakken als cartografie, drukkerij en bank- en verzekeringswezen.

Grootste stadLuchtfoto van Amsterdam

Door de economische bloei groeide Amsterdam uit tot de grootste stad van Holland. Het aantal inwoners bedroeg omstreeks 1580 ongeveer dertigduizend. Door kaarten uit de zestiende eeuw kunnen we ons een beeld vormen van de stad. Het IJ was nog een zeearm, met daarin een haven die in verbinding stond met het Damrak. De zeeschepen konden de stad binnenvaren tot de huidige Dam, totdat het huidige Damrak werd gedempt ten zuiden van de Oudebrugsteeg. De Dam (of Plaetse) was bebouwd met huisjes en een oud, gotisch raadhuis. De Nieuwe kerk was omringd door huizen. De stadsgrenzen werden gevormd door het Singel aan de westzijde en de Kloveniersburgwal aan de oostkant.

Godsdiensttwisten

De Hervorming waarde door Europa en bracht ook Amsterdam in beroering. Lange tijd bleef Amsterdam aan katholieke zijde, maar uiteindelijk overwon het protestantisme. 
In 1535 vond het Wederdopersoproer plaats; christenen die meenden dat de christelijke gelijkheid ook in de maatschappij werkelijkheid moest worden. Een door hen georganiseerde demonstratie werd hard afgestraft. De demonstranten werden gruwelijk verminkt en vermoord. De stedelijke overheid, die deze hervormingsactiviteiten een tijdlang had getolereerd, werd vervangen door een strenger bewind.

Tachtigjarige oorlog

De eenheid van de Nederlanden werd door de godsdienststrijd teniet gedaan. Door erfenis was Philips II, de zoon van Karel V, koning van Spanje geworden. Van daaruit bestreed hij de Hervorming in de Nederlanden. De Nederlanders kwamen tegen hem in opstand. Ze wilden hun vrijheden behouden en waren niet gediend van geloofsvervolging. Prins Willem van Oranje werd leider van de opstandelingen. Naar eigen zeggen kon hij "niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen." 

In 1572 koos Holland de kant van de prins. Alleen Amsterdam bleef trouw aan het Spaanse bewind. Na de Spaanse overwinning op Haarlem, die met hulp van de Amsterdammers tot stand kwam, keerden de kansen. De Spanjaarden werden teruggeslagen. Amsterdam was nu geïsoleerd en werd in 1578 gedwongen vrede met de rest van Nederland te sluiten. Enkele maanden later werd de stadsregering vervangen door protestanten en partijgangers van de prins.

De Republiek

In 1579 vielen de Nederlanden definitief uiteen in de Unies van Utrecht en Atrecht. De Unie van Utrecht, waarvan zeven gewesten deel uitmaakten, bleef in oorlog met de Spaanse koning. In 1648 sloten zij uiteindelijk de vrede van Munster. Hiermee kwam een eind aan de tachtigjarige oorlog. De zeven gewesten, die het begin waren van het tegenwoordige Nederland, werden De Republiek genoemd. Zij vormden een losse statenbond.

Prins Willem van Oranje, nu stadhouder, zetelde in Den Haag. Hij was militair leider van de hele Unie. De Republiek was geen democratie, maar ook geen absolute monarchie, zoals de meeste omringende landen. Overgeleverde middeleeuwse rechten en de belangen van de handel stimuleerden een zekere vrijheid en tolerantie. Amsterdam lag weliswaar buiten het politieke machtscentrum, maar doordat de invloed in de Republiek evenredig was aan de financiële bijdrage die een stad of gewest leverde, kon Amsterdam veel invloed uitoefenen. 

Naar Indië

Aan het eind van de vijftiende eeuw ondernamen Portugezen en Spanjaarden grote ontdekkingsreizen naar Amerika en Indië. Holland raakte betrokken bij de handel in koloniale waren. In eerste instantie door in Lissabon goederen op te halen en die verder te verhandelenReplica VOC-schip Amsterdam

Door de inlijving van Portugal door Spanje in 1580 werden de Noordnederlanders gedwongen zelf met handelsvloten over de wereldzeeën naar Indië te gaan.

Een andere impuls hiertoe was de komst van kapitaalkrachtige Zuidnederlandse kooplieden naar Amsterdam nadat Antwerpen in Spaanse handen was gevallen. Onder hen bevonden zich Portugese joden, die al eerder uit Portugal naar Antwerpen waren gevlucht. In enkele jaren voltrok zich een proces dat zou leiden tot de bloei van de Gouden Eeuw.

Economisch succes

GeldVanuit Amsterdam werden de eerste tochten naar Indië ondernomen. Deze waren een gigantisch succes. Ze leverden de aandeelhouders maar liefst vierhonderd procent winst op.
Aangespoord door deze resultaten maakte men overal in het land aanstalten om schepen naar Indië te sturen.


In 1602 ontstond uit al die versnipperde initiatieven de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de VOC. Amsterdam nam meer dan de helft van het kapitaal in de nieuwe onderneming voor zijn rekening. Hoewel Amsterdam niet de helft van het aantal bewindhebbers mocht leveren uit angst voor overheersing, was de stad uiteraard zeer machtig in deze organisatie. Bij de oprichting van de VOC waren overigens niet alleen rijke kooplieden betrokken. Ook de burgerij investeerde in het project. De VOC groeide uit tot een multinational met vestigingen in een tiental Aziatische landen. In 1621 werd de Westindische Compagnie (WIC) gesticht. De belangrijkste gebieden die in de loop van de eeuwen door de WIC werden beheerd waren Nieuw-Nederland,  Curaçao, Brazilië en Suriname.   

Gouden Eeuw

De zeventiende eeuw wordt wel de 'Gouden Eeuw' genoemd. Het was de glorietijd van de Republiek en in het bijzonder van Amsterdam. Rijkdom, macht, cultuur en verdraagzaamheid floreerden in de stad.

Grachtengordel

Grachtenpanden in AmsterdamIn de zeventiende eeuw realiseerde Amsterdam twee reusachtige stadsuitbreidingen. De beroemde grachtengordel en de Jordaan maakten hiervan deel uit. Voor het eerst werd niet alleen gelet op functionaliteit maar ook op de schoonheid van de stadsaanleg. Verschillende nieuwe, protestantse, kerken verrezen, zoals de Zuiderkerk, de Noorderkerk en de Westerkerk. Ook kreeg Amsterdam een nieuw stadhuis, passend bij de belangrijke positie die de stad nationaal en internationaal innam.

Cultuur

In de eerste decennia van de 17de eeuw nam het aantal kunstenaars enorm toe en was er een explosie van de kunstproductie en kunsthandel in Amsterdam. Door de economische bloei hadden mensen meer geld te besteden voor luxe zoals kunst. In dertig jaar tijd werd Amsterdam een bloeiende cultuurstad. Bredero, Vondel en P.C. Hooft dichtten er hun beroemde werken. Rembrandt en zijn leerlingen hadden er hun werkplaats. Frans Hals en Johannes Vermeer stamden ook uit deze tijd. Filosofen als Spinoza en Descartes zetten er hun gedachten op papier.

Stilstand

Aan het eind van de zeventiende eeuw was de onstuimige bloei voorbij. In de Amsterdamse economie voltrok zich een verandering. Amsterdam raakte zijn positie als stapelmarkt voor de wereldhandel kwijt. In de loop van de achttiende eeuw waren de verschillende bevolkingsgroepen ver uit elkaar gegroeid. De regentenfamilies verrijkten zich ten koste van de gemeenschap. Zo kon een pasgeborene op grond van familierelaties een goedbetaald ambt krijgen. Hij ontving dan het salaris terwijl het werk door een ander werd gedaan. Op eerste levensbehoeften werden zware accijnzen geheven.

De groep tussen de armen en de regenten, de burgerij, leerde lezen en pikte de moderne ideeën uit Engeland en Frankrijk op. Ze werd zelfbewuster en meer ontwikkeld. Ze wilde deelnemen aan de macht. In deze tijd gonsde het van de ideeën over democratie en medezeggenschap. De burgers zagen in de Oranjes hun natuurlijke bondgenoten tegen de regenten. In 1747 slaagden zij erin Prins Willem IV een vorstenstatus te geven.

Opstand

In Amsterdam ontstond een hervormingsgezinde beweging die eiste dat aan de corruptie van de regenten een eind kwam. In 1748 kwam er een nog bredere volksbeweging op. Het belasting-pachtersoproer sloeg door de hele Republiek. De huizen van belastingophalers werden systematisch geplunderd en vernield. De opstand werd fel neergeslagen, de leiders opgehangen. Een generatie later kwamen dezelfde ideeën terug bij de Patriotten.

Dezen keerden zich echter niet alleen tegen de regenten maar ook tegen Oranje en de overheersende positie van Holland en Amsterdam in de Republiek. Na enkele incidenten vluchtten veel Patriotten naar Frankrijk, aan de vooravond van de Franse revolutie. Met hulp van de Fransen en gevoed met de ideeën van vrijheid, gelijkheid en broederschap, bezetten ze echter in 1795 de Republiek. De zittende stadsregering in Amsterdam werd verwijderd en vervangen door voorlopige volksvertegenwoordigers. Het experiment van de democratie was begonnen.

Hoofdstad

De prille democratie leek in eerste instantie geen lang leven beschoren. De Republiek kreeg een eenhoofdig bestuur en werd koninkrijk onder Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer. Lodewijk vestigde zich in Amsterdam, regeringscentrum en hoofdstad van het land. In 1815 aanvaardde Oranjevorst Willem I de koningstitel. Amsterdam bleef formeel de hoofdstad van het nieuwe koninkrijk maar de regering ging, net als vroeger, weer naar Den Haag.

IndustrialisatieIndustriestad

Langzaam kreeg de nieuwe tijd van stoom en ijzer grip op de stad. De industrialisatie gaf de Amsterdamse economie nieuwe impulsen maar leidde ook tot sociale onrust.
De Amsterdamse haven werd door verzanding bedreigd en om hem te redden groef men in het Noordhollandsch Kanaal, van Amsterdam naar Den Helder.

Maar de welvaart kwam daarmee nog niet direct terug. Er was grote armoede onder de bevolking. De ommekeer kwam na 1870. De opening van het Suezkanaal en de Duitse eenheid gaven de Amsterdamse economie nieuwe impulsen. De handel met Nederlands Oost-Indië werd geliberaliseerd. In datzelfde jaar kwam de eerste lading ruwe diamant uit Zuid-Afrika in Amsterdam aan. De diamantindustrie ontwikkelde zich hierdoor sterk.

Stedenbouw

Door het Noordzeekanaal van 1876 kreeg Amsterdam zijn directe verbinding met de zee. In 1889 kwam een goede treinverbinding tot stand door de opening van het Centraal Station. Amsterdam ging meedoen aan de Europese grootstedelijke bouwstijl, met theaters, musea, hotels en warenhuizen. Na 1870 ontstond de krans van nieuwe volkswijken buiten de Buitensingelgracht. Bij de bouw van deze wijken stond het algemeen belang niet voorop. Er was nauwelijks aandacht voor de kwaliteit van de woningen en de woonomgeving.

De twintigste eeuw tot 1940

De woningwet van 1901 moest een eind maken aan de miserabele woonomstandigheden van veel mensen. Het werd mogelijk slechte woningen te onteigenen en te slopen. Ook stelde de wet minimumeisen aan nieuw te bouwen huizen. Door subsidiemogelijkheden ontstonden veel woningbouwverenigingen in Amsterdam die een grote rol gingen spelen in het huisvestingsbeleid. Andere stadsuitbreidingen kregen hun beslag. Schilderachtige tuindorpen ontstonden. De Amsterdamse school, een idealistische architectuurrichting, bouwde verschillende wijken met sociale woningbouw rondom de oude stad. Hierbij werd veel aandacht besteed aan het uiterlijk van de woningen. Amsterdam werd verder uitgebreid met het kleine vliegveld Schiphol en aan de zuidwest kant van de stad werd een 900 hectare groot bos aangelegd. Werkloosheid teisterde in die jaren de arbeidersbevolking. In 1934 leidde een verlaging van de werklozensteun tot ordeverstoringen in diverse arbeiderswijken.

De Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog veroorzaakte weinig materiële schade in Amsterdam. Maar de hongerwinter eiste vele levens en als gevolg van de jodenvervolgingen verloor de stad tien procent van haar inwoners. Op 10 mei 1940 werd Nederland aangevallen door Duitsland. Na een vijfdaagse strijd capituleerde het Nederlandse leger. Koningin Wilhelmina en haar kabinet weken uit naar Engeland om daar de strijd voort te zetten. Tijdens de vijfdaagse strijd had Amsterdam weinig oorlogsschade opgelopen. In bezettingsjaren werd de stad echter door een aantal verkeerd gerichte geallieerde bombardementen getroffen.

Jodenvervolging

Het gemeentebestuur protesteerde niet tegen de verwijdering van joodse en communistische leden. Bovendien toonden de ambtelijke diensten zich volgzaam tegenover de bezetter. De jodenvervolging heeft ook Amsterdam zwaar getroffen. De eerste razzia's vonden plaats op 22 februari 1941 op het Waterlooplein. Het antwoord van de Amsterdamse bevolking was de Februaristaking op 25 en 26 februari. Het was uniek dat de niet-joodse bevolking het opnam voor haar joodse medebewoners. Toch begonnen in juli 1942 de stelselmatige deportaties. De joden werden bijeengebracht in de Hollandse Schouwburg en werden vandaar naar Westerbork gebracht om naar Duitse concentratiekampen te worden vervoerd. Een manier om aan deze deportaties te ontsnappen was onderduiken. Een bekend voorbeeld is de familie Frank die haar toevlucht zocht in 'Het Achterhuis' . Dochter Anne schreef hier haar wereldberoemde dagboek, voordat zij, met haar familie, werd verraden, afgevoerd en tenslotte vermoord in Bergen-Belsen.

HongerwinterVoddenboer

Door het mislukken van de slag om Arnhem in september 1944, raakte noordelijk Nederland geïsoleerd. De hongerwinter van '44-'45 eiste in Amsterdam talloze mensenlevens. Om aan brandhout te komen sloopten de Amsterdammers duizenden leegstaande, vooral joodse, huizen. Op 5 mei 1945 capituleerde het Duitse leger. Op 7 mei werd in Amsterdam de bevrijding gevierd.

Herstel en groei

Na de oorlog stond de de stad voor de taak haar twee belangrijkste welvaartsbronnen, de haven en Schiphol te herstellen. De achterstand in de woningbouw moest worden weggewerkt en de stad moest worden aangepast aan het moderne verkeer. Schiphol groeide snel. In 1993 stond het nummer vijf op de ranglijst van Europese luchthavens. Deze ontwikkeling was niet zonder gevaren en nadelen voor de nabijgelegen stad. De Amsterdamse toegang tot zee- en Rijnhaven werd zorgvuldig onderhouden. De havenmond, de kanalen en de sluizen werden regelmatig vergroot en verbeterd. Door de dekolonisatie van Indonesië verloor Amsterdam zijn functie als stapelmarkt voor tropische produkten. In plaats daarvan schakelde de haven over op doorvoerprodukten als graan en Japanse auto's. Na een periode van rivaliteit met de haven van Rotterdam, bleef Amsterdam naast deze reus een middelgrote haven die gespecialiseerde diensten aanbiedt.

Verkeer en woningbouw

Het Amsterdam van voor de oorlog was praktisch ontoegankelijk voor het moderne verkeer. De goede bereikbaarheid van de stad vereiste enkele grote aanpassingen van de infrastructuur. De belangrijkste zijn de bouw van de IJ-tunnel, de aanleg van het metronet en de gereedkoming van een autoroute om de stad heen. Ook in deze periode werden weer nieuwe stadswijken gebouwd waaronder de Bijlmermeer. Ruime woningen in flats waartussen grote stroken groen werden uitgespaard hadden honderdduizend mensen moeten herbergen. Onder meer door de hoge huren heeft de wijk deze verwachting niet kunnen waarmaken.

Stadsvernieuwing

Het BegijnhofTwee opvattingen over de stad bestreden elkaar vanaf de jaren zestig. Is Amsterdam vooral een economische eenheid of staat de woonfunctie voorop? Amsterdam bleef een stad om in te wonen. De schaalvergroting van de stad paste het best bij een economisch bepaalde visie van de stad als produkt en produktiecentrum. Tegenover deze visie ontwikkelde zich het ideaalbeeld van de stad als woonplaats, ontmoetingscentrum en broedplaats van ideeën. Dit nieuwe ideaalbeeld ontstond in de jaren zestig. De anti-hierarchische revolutie ondermijnde de bestaande gezagsverhoudingen. De explosie van jeugdcultuur maakte Amsterdam wereldberoemd. Hippies en rugzaktoeristen kwamen van heinde en verre naar de Amsterdam en sliepen er in het Vondelpark en zelfs op de Dam, tot dit in 1970 werd verboden.

Overloop of compacte stad

Bij de stadsvernieuwing, die rond 1970 noodzakelijk werd, stonden de twee visies op de stad tegenover elkaar. De traditionele aanpak ging uit van de stad als produktiecentrum. Deze veronderstelde het vertrek van de helft van de bewoners naar steden als Almere, Hoorn en Purmerend. Dit heette de 'overloop'. In de oude buurten rees hiertegen verzet omdat zij hun buurt als woonplaats wilden behouden. Door dit conflict stagneerde de stadsvernieuwing. In 1978 werd de knoop doorgehakt. Het gemeentebestuur koos voor de 'stad als woonplaats'. De vernieuwing gebeurde in overleg met de bewoners. Tegelijkertijd ontwikkelde het bestuur de 'compacte stad' als tegenpool van de overloop. Er werden terreinen gezocht waarop nog gebouwd kon worden, in de stad en aan de rand van de stad. Na 1984 begon het bevolkingscijfer, dat lange tijd was gedaald, weer te stijgen.

Kraken

Hoewel het aantal inwoners daalde, bleef er woningnood. Het aantal mensen in één woning daalde sterk en door de stadsvernieuwing waren grote huizenblokken ontruimd terwijl nog geen alternatieven voor handen waren. Leegstaande huizen en bedrijfspanden werden door jonge woningzoekenden 'gekraakt'. De kraakbeweging ontwikkelde een zelfstandig netwerk van deskundigheid en onderlinge hulpverlening. Als een kraakpand werd ontruimd, leidde dit steeds tot ordeverstoringen. De ernstigste krakersrellen vonden plaats op de kroningsdag van koningin Beatrix op 30 april 1980. Na 1985 luwde het krakersgeweld.

De moderne stadEen oude kaart van de stad Amsterdam

De jaren '80 en '90 staan in het teken van de stadsvernieuwing en het herstel van de Amsterdamse economie. De oude stad behoudt haar woonfunctie, maar  ook het bedrijfsleven krijgt weer volop ontwikkelingsmogelijkheden. De Amsterdamse haven en de luchthaven Schiphol verschaffen de stad opnieuw een centrale positie in het Europese vervoersnetwerk. De economie krijgt nieuwe impulsen door de ontwikkeling van het gebied rond de 'Zuid-As'; de voornaamste vervoersader tussen de stad en Schiphol. De 'Zuid-As' moet fungeren als aanjager van de stedelijke economie in de 21e eeuw. Er verrijzen concentraties kantoren en bedrijven zoals de Amsteltoren, het Wereldhandelscentrum en het op telecommunicatie gerichte bedrijvencomplex Teleport bij Sloterdijk.  Van de totale beroepsbevolking van ruim 400.000 personen werkt inmiddels zo'n 10% in de informaticasector.

Bevolkingsontwikkeling

De samenstelling van de Amsterdamse bevolking verandert sinds de Tweede Wereldoorlog snel. Door het massale vertrek van oorspronkelijke Amsterdammers naar overloopgemeenten als Purmerend en Almere, daalt het bevolkingsaantal in de jaren '60 en '70 van 880.000 naar 680.000 inwoners. Pas vanaf 1984 begint de bevolking weer te groeien. Veel jongeren trekken naar Amsterdam om te werken of te studeren aan een van de twee universiteiten of een van de hogescholen. Amsterdam is nog altijd een typische jongerenstad. De bevolking telt relatief weinig kinderen en bejaarden, maar de groep 25- tot 39- jarigen is sterk oververtegenwoordigd.

Vanaf de jaren '70 komt een omvangrijke immigratiestroom vanuit het buitenland op gang. Na de dekolonisatie van Suriname in 1974 nemen tienduizenden de wijk naar Nederland en dan vooral naar Amsterdam, waar in de Bijlmer een grote Surinaamse gemeenschap ontstaat. Uit landen als Turkije en Marokko arriveren de eerste buitenlandse werknemers, die voorzien in het tekort aan laaggeschoolde arbeidskrachten. Vrouwen en kinderen volgen en zo wordt Amsterdam, net als in de 17e eeuw,  weer een echte immigratiestad.

Inmiddels telt Amsterdam 734.000 inwoners uit 173 verschillende landen. 37% van de bevolking behoort tot een etnische minderheidsgroep. Het einde van de groei van de Amsterdamse bevolking is nog niet in zicht. Afhankelijk van de economische ontwikkeling wordt rekening gehouden met een bevolkingsgroei van 50.000 tot 150.000 inwoners in de komende 30 jaar.

Wonen in AmsterdamWonen in Amsterdam

Amsterdam  kampt met een groot tekort aan woonruimte. Om de bevolkingsgroei en de toenemende behoefte aan hoogwaardige woonruimte te kunnen opvangen zullen zo'n 100.000 nieuwe woningen moeten worden gebouwd. In de jaren '90 wordt een begin gemaakt met deze uitbreiding. Het havengebied in Amsterdam Oost, dat in de jaren '70 zijn economische betekenis verliest, wordt omgevormd tot een woonbuurt, de wijk Zeeburg. Onderdeel van deze stadsuitbreiding is de aanleg van het eiland IJburg in het IJsselmeer, waardoor ruimte ontstaat voor tienduizenden woningen.

In de jaren '90 wordt bovendien veel geïnvesteerd in de leefbaarheid van de bestaande stad. Het verpauperde gebied rond de Zeedijk, dat jarenlang te kampen heeft met de overlast van harddruggebruikers, wordt gerenoveerd en omgevormd tot een aantrekkelijk uitgaansgebied. De Bijlmer, een in de jaren '60 gebouwde wijk met uitsluitend hoogbouw, ondergaat een grootschalige gedaanteverandering. Veel flats worden gesloopt en vervangen door laagbouw, waardoor een gezellige woonbuurt met centraal gelegen voorzieningen wordt gecreëerd.

Bestuur

De Amsterdamse samenleving is voortdurend in beweging. Het bestuur van de stad kan daarbij niet achterblijven. In de afgelopen jaren zijn twee belangrijke veranderingen doorgevoerd, die erop gericht zijn het bestuur dichter bij de burger te brengen en de democratie te versterken. De stad wordt opgedeeld in vijftien stadsdelen, waarvan veertien met een eigen stadsdeelraad en bestuur. De deelraden zijn verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte, de ruimtelijke en economische ontwikkeling en het beleid over kunst, sport, recreatie en sociale zorg in hun stadsdeel.

Daarnaast bestaat vanaf 1996 de mogelijkheid om belangrijke beslissingen in een referendum aan de Amsterdamse bevolking voor te leggen. Iedere burger die voldoende handtekeningen weet op te halen kan in principe zo'n volksraadpleging aanvragen. Zo wordt het plan om Amsterdam als zelfstandige gemeente op te heffen en te laten opgaan in een stadsprovincie door de Amsterdamse bevolking afgewezen. En ook verdwijnt het plan voor de privatisering van het Gemeentevervoerbedrijf in de prullenbak. De aanleg van een nieuwe Noord/Zuid metrolijn en de aanleg van het eiland IJburg worden wel door een groot deel van de bevolking gesteund. Deze plannen worden dan ook uitgevoerd.

Cultuur en toerismeToerisme

In de afgelopen 25 jaar is Amsterdam de negatieve spiraal van economische achteruitgang, bevolkingsafname en verpaupering te boven gekomen. De economie bloeit en de stad is nog altijd het onbetwiste cultureel middelpunt van Nederland, met orkesten, ballet en toneel, musea en galerieën. In de afgelopen decennia is het toerisme een steeds belangrijkere peiler van de Amsterdamse economie geworden. Jaarlijks ontvangt Amsterdam zo'n vier miljoen bezoekers, die onderdak vinden in meer dan 300 hotels.

De stad heeft voor elk wat wils. De historische binnenstad met zijn talloze monumenten en de musea met het werk van grote meesters als Rembrandt en Van Gogh, trekken jaarlijks enorme aantallen bezoekers. Maar voor anderen is Amsterdam vooral de stad van de vrijheid en het liberale drugsbeleid. Het Red light district is een van de grote attracties voor veel buitenlandse bezoekers, en ook de coffeeshops, waar ongestraft cannabis kan worden gebruikt, zijn ongekend populair. Amsterdam geldt als Gay Capital of Europe en trekt veel homotoeristen.

Sport

In het buitenland staat Amsterdam bekend als een echte voetbalstad. Voetbal speelt inderdaad een grote rol in het leven van veel Amsterdammers.  Ajax, de club waarmee Johan Cruyf in de jaren '70 de grootste successen behaalde, werd in 1995 nog Europees en Wereldkampioen. Overwinningen van Ajax en het Nederlands elftal worden in Amsterdam met ware volksfeesten gevierd. Sinds enkele jaren beschikt Ajax over een nieuw ultramodern stadion dat plaats biedt aan 50.000 bezoekers. De club stelt alles in het werk om aansluiting te houden bij de Europese top en lijkt daar vooralsnog in te slagen.

Amsterdam in de 21e eeuw

In de 21e eeuw staat Amsterdam voor grote uitdagingen. In een beperkte stedelijke ruimte zullen steeds meer mensen moeten leven en werken. De ontwikkeling van de woningbouw, de infrastructuur en de economie zullen in de komende decennia grote inspanningen en investeringen blijven vergen. Het nieuwe Amsterdam is een multiculturele samenleving, waarin tal van etnische groepen een plaats zal vinden. De toekomst van de stad zal in belangrijke mate bepaald worden door de wijze waarop dat integratieproces vorm zal krijgen.

Zoeken
ZoekZoek