Start
Nieuws
Agenda
CoCoNuts

Historische Boardwargames
Wat zijn ...?
vs. Miniature Wargames
Hulpmiddelen
Recensies
Vragen
Woordenboek
Symbolen
Verenigingen
Links

Historische Miniature Wargames
Wat zijn ...?
vs. Board Wargames
Recensies
Tips & Trucs
Woordenboek
Verenigingen
Links

Fantasy en SF Wargames
Recensies
Links
 

Paukenschlag

‘Er zijn twee soorten schepen: onderzeeboten en doelwitten’

Frank van den Bergh

“Oh, shit. Perry Moore”. Dat was zo ongeveer het eerste dat door mijn hoofd schoot toen ik het spel ‘Paukenschlag, Germany’s attack on America, January-June 1942’, in het Amerikaanse spellentijdschrift Against the Odds onder ogen kreeg.

Perry Moore is een Amerikaanse spelontwerper die al sinds de jaren-70 aan de weg timmert. Kenmerkend voor hem is dat hij vaak spellen presenteert over onderwerpen die niet voor de hand liggen. Op zich is dat toe te juichen, maar er kleeft wel een nadeel aan de producten van mijnheer Moore: ze zijn niet goed ontwikkeld. Vaak ontbreekt er essentiële informatie of schijnt mijnheer Moore te denken dat spelers op parapsychische wijze zijn bedoelingen uit de onvolledig geschreven regels kunnen destilleren. Maar omdat Against the Odds een tamelijk prestigieus tijdschrift is, zou je verwachten dat die de onhebbelijkheden eruit gefilterd hebben. Kortom, eens kijken wat er nu weer opgedoken is.

Een beetje geschiedenis
Als je de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Europa bekijkt vanuit het oogpunt van de Duitse marine, is de oorlog te vroeg begonnen. Bij het uitbreken van de oorlog was de Duitse marine nog lang niet klaar voor de strijd en waren er verschillende belangrijke eenheden nog niet af.

In december 1941 herhaalde dit zich, toen het Duitse Rijk de Verenigde Staten de oorlog verklaarde. Op dat moment had de commandant van de Duitse onderzeeboten, Dönitz, slechts vijf onderzeeboten voor de kust van Amerika, in plaats van de twaalf die er minimaal nodig waren. Dit was te wijten aan het feit dat de Duitse marineleiding (tegen Dönitz’ zin) veel U-Boote naar de omgeving van Gibraltar gestuurd had. En Hitler in een van zijn befaamde “intuïties” een geallieerde aanval op Noorwegen verwachtte, dus de U-Boote daar geconcentreerd waren.

Maar die vijf boten voor de Amerikaanse kust hadden wel het rijk alleen, want de Amerikanen geloofden niet in de noodzaak van konvooien. En de steden langs de oostkust van de Verenigde Staten waren verlicht als kerstbomen.

Hoge Amerikaanse marineofficieren twijfelden aan de effectiviteit van het konvooisysteem en waren van mening dat onvoldoende beschermde konvooien erger waren dan geen konvooien. Zij stelden hun hoop op snelle “hunting groups” van destroyers. De U-boten konden deze hunting groups echter al op grote afstand waarnemen en uit de weg gaan, waarna ze vrij spel hadden met de niet-geëscorteerde koopvaarders. Pas in juni 1942 gingen de Amerikanen ook over op het konvooisysteem.

Voor de kust van de V.S. en in de Caribische Zee hadden de U-Boote tegen deze tijd een ware slachting aangericht. In de maanden tussen december 1941 en juni 1942 waren er maar liefst 505 koopvaarders (bijna één derde van het totale aantal in 1942 gezonken koopvaardij-schepen) tot zinken gebracht. Daar stond tegenover dat Britten en Amerikanen hun anti-onderzeebootinspanningen goed konden coördineren en de Amerikaanse industrie in hoog tempo de nodige escorteschepen begon te bouwen. Dönitz trok zijn boten terug en plaatste ze in de Caribische zee. De onderzeebootoorlog ging door, maar de tweede “Glückliche Zeit” was voorbij.

Het spel
Het spel Paukenschlag zat in Against the Odds-magazine 22 (vol 6, no. 2). Zoals verwacht mag worden zit er in het artikel een uitgebreide achtergrond, die ook de achtergrond van mogelijke spelopties weergeven.

De kaart bestaat uit twee delen, een strategische en een operationeel/tactische kaart. Met tussen de beide kaarten in een aantal noodzakelijke tabellen. De strategische kaart bestaat uit allerlei vakken tussen de oostkust van de V.S. en de westkust van Europa en is op een half ronde projectie van het noordelijk halfrond geprojecteerd. Onderaan is het halfrond nog versierd met een donkerblauw vlak met witte puntjes, om de illusie van een sterrenhemel te wekken. De vakken hebben codeletters, gebaseerd op de vakaanduidingen zoals die door de Kriegsmarine gebruikt werden. Daarnaast zijn er verschillende steden in de V.S. aangeduid, met havens en fabrieken (ja, ik weet dat U-boten die niet kunnen aanvallen, maar bommenwerpers wel. Hierover zo meteen meer). De operationeel/tactische kaart bestaat uit tien vierkanten naast elkaar, met boxes aan weerszijden. Verder liggen er naast de tactische kaart een turn record track en tracks om de verliezen aan scheepstonnage bij te houden en de samenstelling van konvooien. Het geheel oogt duidelijk.

Achterop de counters van de vliegtuigen staat een vliegveld afgebeeld, om aan te geven dat zij op hun basis zijn. Achterop scheepscounters staat hetzelfde schip met geringere gevechtswaarden om aan te geven dat het schip beschadigd is. Achterop de onderzeeboot-counter staat een duikende onderzeeboot, om aan te geven dat de boot onder water is.
Het is overigens interessant op te merken dat alle Duitse U-boten die aan de campagne deelnamen daadwerkelijk in de countermix zitten. De vliegtuigen, schepen en onderzeeboten hebben verschillende gevechtswaarden.

Sommige counters hebben een ton en een cijfer. De counteruitleg aan het begin van het spel maakt het niet duidelijk. De spelregels uiteindelijk wel…

Drie kaarten
Om dit spel goed te spelen moet de speler begrijpen dat het zich op drie kaarten afspeelt. Om te beginnen bewegen de vliegtuigen, oppervlakteschepen en onderzeeboten zich op de strategische kaart. Komen oppervlakteschepen en U-boten tijdens hun beweging in een zelfde hokje van deze kaart, dan verplaatst het spel zich naar de operationele kaart (Operational Specific Location grid – OSL). Op de strategische kaart wordt dan een marker neergelegd om de speler eraan te herinneren waar de eenheden op elkaar stuitten. Vervolgens bewegen de schepen op de operationele kaart. Wanneer schepen en onderzeeboten in een hokje van de OSL terecht komen verschuift de actie naar het Tactical Specific Location grid - TSL). Het is op dit TSL-niveau dat de eigenlijke gevechten uitgevoerd worden. De beginlocatie op zowel de OSL als de TSL wordt door een dobbelsteenworp bepaald.

De beurt begint met een random events phase. Eén van beide spelers gooit een d10. Dit kan een aantal mogelijkheden opleveren. Twee hebben te maken met het uitzeilen van speciale konvooien (een troepenkonvooi naar IJsland en een konvooi met een vliegdekschip, dat een bepaald doel aan moet vallen, waarover later meer) en deze komen maar één keer in het spel voor. De andere mogelijkheid is dat de Amerikaanse speler een extra eenheid krijgt. Dit kan meerdere malen in het spel voorkomen.

Dan volgt de repair phase. Hierin kunnen treffers aan vliegvelden en havens hersteld worden. Verder kunnen eenheden jachtvliegtuigen op ‘combat air patrol’. In de praktijk geldt dat alleen voor de Amerikaanse speler, aangezien hij de enige is die havens en jachtvliegtuigen heeft, maar in de variant kunnen Duitse jagers dit ook.

Ook in de volgende fase, de US Air Unit Movement Phase, is de Amerikaanse speler aan de beurt. Hij mag verkenningsvliegtuigen op de strategische kaart plaatsen in een poging om U-boten te spotten. Als dat lukt kan het spel doorgaan naar de OSL en de TSL. Verder kan een aan de oppervlakte waargenomen U-boot door het vliegtuig meteen aangevallen worden. Tenslotte kunnen er jachtvliegtuigen op ‘combat air patrol’ geplaatst worden om eventueel aanvallende bommenwerpers te onderscheppen.

Scheepsbewegingen
Vervolgens komen we toe aan de bewegingen van schepen. Beide spelers bewegen om de beurt een schip of een stapel schepen. Konvooien varen in een rechte lijn naar hun haven toe. Wanneer een U-boot in een zone beweegt met een vliegtuig kan hij gespot worden. Als er aan het einde van deze fase geallieerde schepen en U-boten zich in een zelfde hokje op de strategische kaart bevinden, dan verschuift de actie naar de operationele kaart (OSL). Op de OSL en de TSL bewegen schepen of twee hokjes of één hokje wanneer ze beschadigd of gedoken zijn.

Is het spel eenmaal op de OSL gekomen, dan treedt een aparte subbeurt in werking. Te beginnen met bepaling wie het initiatief heeft (dobbelsteen gooien) en dan detectie. Want hoewel er eenheden of konvooien van beide partijen op de kaart staan, kunnen ze elkaar pas aanvallen wanneer de tegenstander gedetecteerd is. Detecteren kan door middel van actieve sonar, passieve sonar en radar. Sommige schepen en Amerikaanse vliegtuigen beschikken over “Huff-Duff”, een apparaat waarmee de Duitse radioberichten uitgepeild konden worden. Er is ook een kleine kans op detectie van U-boten aan de oppervlakte door Amerikaanse vliegtuigen.

Het gevecht
Uiteindelijk komen, met een beetje geluk, de U-boten en hun doelen samen in een hokje op de TSL en dan komt het eigenlijke vechten. Het voornaamste wapen van de U-boten is de torpedo. Ieder U-boot heeft vier torpedofactors aan boord. Om te raken gooi je een dobbelsteen (de errata maken duidelijk dat dit een d10 moet zijn); bij transportschepen is het tussen 1 en 5 raak, bij slagschepen en vliegdekschepen tussen 1 en 4 en bij destroyers etc. tussen 1 en 3. Voor konvooien in tight formation geldt hierbij een +1 op de worp (niet een -1 zoals de tabel op de kaart je wil doen geloven!).

Helaas worden op dit belangrijke punt de regels onduidelijk. Zo wordt er gesteld dat er voor iedere torpedotreffer gegooid moet worden of de torpedo een blindganger is, maar nergens wordt uitgelegd hoe je daarvoor moet gooien!

En dat is slechts het begin. Wanneer je doel treft ga je naar de Surface to Surface Combat Table. Daar vergelijk je de Combat Factor van de torpedo (iedere torpedo heeft 6 Combat Factors) met de defence strength van het schip en (hoewel dat in de regels niet wordt uitgelegd) gooi je een d10 om het aantal resulterende treffers te bepalen. Zijn de treffers minder dan de flotation factor van het doel, dan is er niks aan de hand, zijn ze gelijk aan die flotation factor dan is het crippled en kan het nog maar één bewegingspunt bewegen. Is het meer dan de flotation factor, dan is het schip gezonken.

De oorlogsschepen die de konvooien escorteren kunnen op hun beurt onderzeeboten aanvallen. Je telt het aantal factoren van de schepen op en gooit dan een d6. Dat kan een cijfer opleveren. Wanneer dat gebeurt wordt er een tweede dobbelsteen gegooid. Indien de tweede d6-worp een resultaat oplevert dat groter is dan het op de tabel gevonden cijfer, is de U-boot gezonken. Wanneer je minder gooit dan het cijfer en je een 4 gooit dan moet de U-boot aan de oppervlakte komen.

Dat brengt ons bij gevechten tussen oppervlakteschepen. Dat gaat tamelijk simpel: de surface combat factor van het aanvallende schip wordt vergeleken met de defence factor van het verdedigende schip. Bij die verhouding wordt een dobbelsteen gegooid wat een aantal hits oplevert. Dan gooit de speler van het getroffen schip opnieuw een dobbelsteen en telt het aantal hits op bij de dobbelsteenworp. Is het totaal meer dan de flotation of defence factor dan is het schip ‘crippled’ en wordt de counter omgedraaid. Schepen die al crippled zijn zinken.
Ook zijn er regels voor air-to-surface en air-to-air gevechten. Air-to-surface is een simpele dobbelsteenworp; air-to-air is een simpele vergelijking van de air-to-air strengths van vliegtuigen met een dobbelsteenworp op een tabel.

De konvooien
Het volgende probleem in de spelregels zijn de konvooien en scheepsverliezen. Konvooien komen in het spel op wanneer er een konvooimarker beschikbaar is. Er kan overigens maar één konvooi per beurt opkomen en er kunnen maximaal negen konvooien tegelijk op de kaart zijn. Aan het begin van het spel kunnen er overigens al meerdere konvooien op zee zijn, het aantal wordt met dobbelstenen bepaald. Volgens de regels moet de tonnagecapaciteit bepaald worden, hoewel er nergens wordt uitgelegd hoe je dit moet doen! Maar als een schip tot zinken gebracht wordt (ik neem aan dat ze hier exclusief transportschepen bedoelen, hoewel dat niet duidelijk gemaakt wordt) wordt er een Lost Cargo-marker getrokken. Aha! Dus dat zijn die counters met een ton op de voorkant en een cijfer op de achterkant die ik niet thuis kon brengen! Die cijfers worden in duizenden tonnen berekend (een marker van 16 betekent dus 16.000 ton). Op een track kun je dan bijhouden hoeveel tonnage en hoeveel schepen er tot zinken gebracht zijn. Met andere woorden, het van tevoren bepalen van de tonnage is overbodig.

Konvooien bewegen zich van west naar oost of van noord naar zuid over de OSL en TSL, afhankelijk van hun startpunt en bestemming. Langzame konvooien bewegen één hokje per beurt, snelle konvooien twee. Naast de konvooien zijn er ook andere oppervlakteschepen zoals destroyers, cutters van de Amerikaanse kustwacht etc. Tot aan mei (beurt 17!) kan een konvooi geen escorte van destroyers krijgen (blijkbaar dus wèl van anti-submarine-trawlers en Coast Guard-cutters?). Naast de gewone konvooien zijn er twee speciale. De eerste is konvooi AT-10, dat op 15 januari 1942 New York verlaat op weg naar IJsland. Dit is een troepenkonvooi met 5.000 man aan boord, en bestaat uit 10 transportschepen en twee destroyers. Historisch werd dit konvooi nooit aangevallen. Wanneer in het spel U-boten in het zelfde strategische hokje zijn als dit konvooi, dan ga je niet automatisch naar de OSL en TSL. In plaats daarvan gooit de Duitse speler een d10. Is de worp 1 of 2 dan ga je normaal door naar OSL en TSL, anders is het konvooi niet opgemerkt (dit laatste wordt overigens in de regels niet uitgelegd). Verder is er de task force rond het vliegkampschip Hornet (een vliegdekschip, twee slagschepen en zeven torpedobootjagers), die in beurt 4 uit de haven van Norfolk vertrekt. Ook hier moet de Duitse speler een 1 of een 2 gooien om de task force op te merken. Het doel van de tocht is het Panamakanaal. Dit is overigens een uitzonderlijk snel konvooi, het beweegt per beurt drie zones of hokjes.

Melkkoetjes
Na al deze actie krijgen de U-boten zo langzamerhand een probleem: de torpedo’s en de benzine van boot raken op. Iedere U-boot heeft zes fuel factors. Brandstof wordt alleen maar uitgegeven voor bewegingen op de strategische kaart. Een beurt bewegen in slow mode (gedoken) kost je één fuel factor, een beurt bewegen in fast mode (aan de oppervlakte) twee. Wanneer je in een hok statisch blijft kost je dat ook een fuel. Dat betekent dat de lange terugweg naar Frankrijk aangevangen moet worden. Na aankomst in Frankrijk gaat de boot voor vier beurten de revisie in. Net als de Duitse speler vond admiraal Dönitz dit niet leuk en dus kwam hij op de proppen met hele grote U-boot tankers, de zogenaamde ‘Milchkühe’. In het spel heeft de Duitse speler er twee. Deze kan tien U-boten van nieuwe brandstof voorzien. Het kost een U-boot en de koe een beurt aan de oppervlakte om bij te tanken. Gedurende die beurt mogen beide niets doen. Wanneer de tanker tien U-boten bijgetankt heeft verdwijnt hij van de kaart, hoewel hij later weer als versterking op kan komen. Ik neem aan dat hier dezelfde regels gelden als voor normale U-boten (vier beurten in de revisie), hoewel dat nergens wordt uitgelegd. Net als het echte opperbevel van de marine zal de geallieerde speler ook waarde hechten aan het tot zinken brengen van deze speciale onderzeeboten.

Bommenwerpers
Ook vliegtuigen spelen een duidelijke rol in het spel. Naast het detecteren en eventueel aanvallen van onderzeeboten heeft de ontwerper de mogelijkheid van een ‘what-if’ ingebouwd. Dit heeft te maken met de inzet van Duitse bommenwerpers. De Duitsers hadden bommenwerpers op de tekentafel waarmee de VS gebombardeerd zouden kunnen worden vanaf bases op de Canarische eilanden (er even van uitgaande dat ze daar na veel diplomatieke druk de beschikking over zouden hebben gekregen). In de ‘Plan Amerika’- of de ‘Plan Valkyrie’-variant krijgt de Duitse speler de beschikking over deze bommenwerpers. Hier tegenover staat dan de mogelijkheid dat de task force rondom de USS Hornet bevel kan krijgen om de Duitse bases op de Canarische eilanden aan te vallen.

Naast het bombarderen van doelen in de VS kunnen de bommenwerpers ingezet worden voor de taken die zij echt kregen: het verkennen en bombarderen van konvooien op zee. Hier kleeft overigens een risico aan: de lange afstanden zorgen voor vermoeidheid onder de piloten en de motoren van de Fw-200 en He-177 hadden 50% kans om gedurende de vlucht in brand te vliegen (beslist niet goed wanneer je ergens boven de Atlantische Oceaan hangt). In het spel zijn de kansen niet zo drastisch, maar er is een kans dat de motoren in brand vliegen en het vliegtuig in de oceaan duikt.

Winnen of verliezen
De overwinningsvoorwaarden voor de Duitse speler zijn simpel: breng tenminste 40 geallieerde schepen en 2.000.000 ton aan geallieerde vracht tot zinken. Waarbij de Hornet, een slagschip of een transportschip van konvooi AT-10 elk voor 50.000 ton tellen. De Duitse speler heeft dus wel een reden om achter deze bijzondere konvooien aan te gaan. Speel je met de Duitse-bommenwerpervariant dan moet de Duitse speler tenminste 40 victory points scoren in hits op Amerikaanse havens, fabrieken of vliegbases.

Conclusies
Tja, Perry Moore strikes again! Geheel in stijl is ook dit spel niet helemaal goed ontwikkeld en uitgetest. Daarnaast, en dat is ook typisch Moore, gaat het spel over een bijzonder interessant onderwerp dat tot nu toe aan de aandacht van spelontwerpers ontsnapte. Gelukkig heeft Against the Odds sindsdien errata uitgegeven die de boven beschreven problemen rechtzetten. Zie: http://www.atomagazine.com/errata/errata_pauk.pdf. Met deze errata wordt Paukenschlag een spel dat zeer de moeite waard is. En in deze hoedanigheid kan ik het dan ook iedereen aanraden die een idee wil krijgen van een strategische onderzeebootcampagne.
 
Copyright 2005 © Ducosim
Gewijzigd: Maurice Strubel
donderdag 24 december 2009.