Rogi Wieg:
“Ik heb altijd buiten de maatschappij gestaan”

Maar weinig mensen kunnen zulke mooie zinnen schrijven als Rogi Wieg. In de nieuwste editie van Komrij’s poëziebloemlezing zijn maar liefst zeven van zijn gedichten opgenomen. Een paar jaar geleden werd Wieg getroffen door een zeer zware depressie en deed een aantal zelfmoordpogingen. Hij schreef hierover het boek ‘Kameraad Scheermes’. Nu werkt hij aan een nieuwe roman, over de hardvochtige manier waarop de Nederlandse rechtstaat mensen in de marge behandelt. Ook voor dit boek kan de schrijver inmiddels ruimschoots putten uit eigen ervaring.

(opgetekend door Sylvester Hoogmoed, begin 2004 gepubliceerd in Impuls, Allee & Z)

“Ik heb net bijna drie maanden in de gevangenis gezeten. Inhoudelijk mag ik van mijn advocaat niet teveel op de zaak ingaan, omdat deze nog moet voorkomen. Het enige wat je kan zeggen is dat ik de advocaat van mijn ex-vrouw, die er alles aan gedaan heeft om de omgangsregeling met mijn dochtertje te torpederen, veel faxen gestuurd heb en vaak gebeld heb. Ik ben waarschijnlijk langer vastgezet dan nodig was omdat ik drie jaar geleden opgenomen ben geweest als psychiatrische patiënt. In Nederland kan de rechter-commissaris, omdat hij bijvoorbeeld ziet dat je zwaar depressief opgenomen bent geweest, je voor psychisch onderzoek langer laten vastzetten. Een psychiatrisch verleden kan een contra-indicatie voor vrijlating zijn. Uiteindelijk kreeg ik een fantastische advocaat: mr. Jacqueline Kuijper. Zij is gespecialiseerd in mensen die worden vastgezet op basis van psychiatrische problematiek. De meeste advocaten weten niet dat een psychiatrische patiënt, of iemand die om een andere reden buiten bepaalde normen valt, de kans loopt anders te worden beoordeeld door Justitie, zelfs als er nog geen bewijzen zijn voor zijn schuld.
Ik heb in de gevangenis heel veel daklozen ontmoet. Omdat ze geen vaste woonplek hebben op het moment dat ze een delict plegen, worden ze net zo behandeld als psychiatrische patiënten: ze komen voor een rechter-commissaris en zitten dan soms veel langer dan nodig is in de gevangenis voor een minimaal delict.

Verschrikking
In de bajes ben ik veel opgetrokken met zo’n jongen voor wie het daklozenbestaan echt een keuze is. Die vindt het heerlijk om op straat te leven, altijd op een andere plek te slapen, veel mensen te zien, veel mee te maken, geen bindingen te hebben. Voor zo’n dakloze is het een verschrikking, om in de gevangenis te zitten. Anderen gebruiken de tijd om bij te tanken. Als ze binnenkomen zijn ze mager, vervuild, ziek, vaak verslaafd. Dan worden ze veroordeeld tot een paar maanden en die tijd gebruiken ze om uit te rusten en aan fitness te doen. Sommigen maken plannen om na hun terugkeer in de maatschappij opnieuw te beginnen, echt deel uit te gaan maken van de maatschappij. Anderen willen dat niet. Bovendien, ze kennen zichzelf: als je vijftig bent en al vijfentwintig jaar op straat rondzwerft, dan weet je dat je eigenlijk geen 'normaal' leven meer kunt leiden.
Ik heb altijd heel veel sympathie gehad voor zulke mensen. Eigenlijk voor alle mensen die zich in de periferie van de samenleving bevinden. Mensen die geen ernstige misdaden hebben begaan, maar op de een of andere manier niet kunnen functioneren in deze samenleving. Vaak komt dat alleen maar omdat ze daar te gevoelig voor zijn. Ze zijn gewoon niet in staat om volgens het stramien en het ritme dat deze samenleving ons voorschrijft te leven. Soms heeft dat te maken met persoonlijkheidsstoornissen en gekte, maar vaak ook met overgevoeligheid. Zoals dat ook bij veel drugsverslaafden het geval is. Heel vaak gebruiken mensen heroïne omdat ze te sensitief zijn, niet opgewassen tegen de strijd om carrière en geld.
Ik heb zelf ook altijd buiten de maatschappij gestaan. Ik ben iemand die de neiging heeft om te zwerven en om te gaan met allerlei soorten mensen die niet thuishoren in wat men een fatsoenlijke samenleving noemt.

Structuur
Ik heb me best op mijn gemak gevoeld in de gevangenis, kon het heel goed vinden met de andere gedetineerden, was niet bang. Je zit tussen mensen die gevaarlijk zijn, moet goed oppassen dat je geen ruzie krijgt. Maar aan de andere kant heeft het ook wel iets goeds, die stevige, harde aanpak die je in de gevangenis ondergaat. Ik heb bijvoorbeeld de helft van mijn medicatie die ik slik tegen depressies kunnen afbouwen.
Toen ik in de gevangenis terechtkwam dacht iedereen: die jongen haalt het niet, die gaat daar dood. Hij is al min of meer chronisch depressief, nou komt hij ook nog in de gevangenis. Ik miste mijn vrouw heel erg, mocht haar maar een keer in de week zien. Dat is heel zwaar. Toch knapte ik erg op. De gevangenis is heel goed voor mensen met een depressie. In inrichtingen word je niet hard genoeg aangepakt. Als je op bed blijft liggen laten ze je liggen. Je mag ook constant naar buiten toe, dus doe je het niet. Het ijzeren regime in de gevangenis is beter. Als je weet dat je maar een uur per dag gelucht wordt, maak je daar gebruik van: je gaat hardlopen, sporten, hoe somber je ook bent. Je weet dat je daarna weer achter de deur terechtkomt. Ook moeten gevangenen zich inspannen om vrij te komen, moeten ze alert zijn, oppassen dat ze geen ruzie krijgen, niet gestoken of verkracht worden. Allerlei levensdriften worden aangeboord waar in een inrichting niet aan wordt geappelleerd. Een heel strak systeem is goed voor depressieve en angstige mensen.
In maart verschijnt er een nieuwe bundel met gedichten en schilderijen van mij. In de gevangenis kon ik heel gestructureerd, ordelijk werken. Je zit daar in de cel dagelijks zo'n zeventien uur met jezelf opgescheept en moet die tijd zo goed mogelijk doorbrengen. Je hebt geen keuze, je bent helemaal uitgeleverd aan het gevangenissysteem. Alles wat met de wereld te maken heeft geef je op. Je hebt geen last van rekeningen, hoeft geen boodschappen te doen, geen huishouden. Je bent verlost van allerlei dingen die de vrijheid met zich meebrengt.”

© Sylvester Hoogmoed, 2004


(Foto: Ardeshir Sourmehi)


Bibliografie Rogi Wieg (geboren 21 augustus 1962 te Delft): Dagen in Budapest (gedichten, 1985); Toverdraad van dagverdrijf (gedichten, 1986), bekroond met de Van der Hoogtprijs; De zee heeft geen manieren (gedichten, 1987), bekroond met het Charlotte Köhler Stipendium; Drie korte verhalen (beperkte oplage, 1987); Roze brieven (gedichten, 1989); Beminde onrust (roman, 1990); Sinds gisteren zijn twee dagen verstreken (verhalen, 1992); De moederminnaar (roman, 1992); Sneeuwvlok (gedichten, 1992); Spek van mooie zijde (gedichten, 1993); Alleen met Internet (met Helga Ruebsamen, 1996); Souffleurs van de duivel (verhalen, 1996); De overval (roman, 1997); Liefde is een zwaar beroep (Privé Domein, 1998); Alle verhalen (1999); Het boek van de beminnelijkheid (gedichten, 2000); Kameraad Scheermes (roman, 2003); De Ander (gedichten, 2004)


Meer over Rogi Wieg op het web:

Verkrijgbare boeken

Recente schilderijen

Interviews op de VPRO-site

Interview Ischa Meijer (27/11/1990)

Interview Arjan Visser in Trouw (27/12/2003)


free hit counter
Free Hit Counter