De mond

De tong

De tong bestaat uit spierweefsel en is bekleed met een dik slijmvlies. In dit slijmvlies bevindt zich het smaakzintuig waarmee we proeven. Het smaakzintuig bestaat uit smaakpapillen, verspreid over de tong met concentraties aan de voorkant, zijkant en achterkant. Hiermee kun je dus smaak proeven.

Een andere functie van de tong naast die van smaakzintuig is ook een functie van het schoonhouden van je gebit. Door met je tong langs de tanden en kiezen te gaan, 'poets' je je tanden. De grote etensresten kun je met je tong verwijderen. Ook heeft de tong een belangrijke taak bij het kauwen, spreken en slikken.

De tong proeft het voedsel. Je smaakzin en je reukzin werken samen. Je tong is bedekt met duizenden kleine smaakpapillen die de smaken van voedsel en drank opnemen. Je neus zit vol met dunne haartjes en zenuwen. De haartjes vangen geuren op en de zenuwen sturen boodschappen over de reuk naar je hersenen. Als je dus in een appel bijt, ruikt je neus de geur en je tong proeft het lekkers.

Smaak wordt be´nvloed door wat je ruikt. Houd maar eens een ui onder iemands neus en laat hem daarna fijngeprakte appel en fijn geprakte aardappel eten. Proeft hij nog verschil? De ui brengt je in verwarring.

Smaakloos. Als je verkouden bent, schijnt je eten wel zijn smaak te verliezen. Als je neus dichtzit, kun je moeilijk ruiken, zodat je geen voedsel kunt proeven.

Elke smaak heeft zijn plaats, de hoofdsmaken van voedsel:

Hoe voedsel eruit ziet is even belangrijk als hoe het smaakt en ruikt.Denk maar eens aan een zilveren citroen, een blauwe ananas of een paarse banaan.De smaak van voedsel is moeilijk te herkennen als je het niet kunt zien.

Wist je dat: