Geschiedenis der duinen

1 Het ontstaan der eerste duinen

De Noordzee is een ondiepe zee. De flauwe helling remt golven, waardoor er een verlies aan transportkracht optreedt. Hierdoor wordt zand afgezet; als zandbanken evenwijdig aan de kust. Het zand komt van de zeebodem en rivieren. Strandwallen zijn gevormd vanaf het Subboreaal en in het begin van het Subatlanticum. De oudst bekende strandwallen zijn 4800 jaar oud. Daarin zaten gaten, waardoor het zeewater in en uit kon stromen. Een tweede serie is van 4000 jaar geleden, ten westen van de eerste. Deze zijn gescheiden door een strandvlakte: daar groeide veen. De derde fase van strandwalvorming was rond 3500 jaar geleden.

Als bij eb de strandwallen lang genoeg droog vallen, kan de wind zand opnemen en transporteren. Zo ontstonden de Oude Duinen. Door de hoge ligging hebben er zich al vroeg mensen op de strandwallen gevestigd. In de vochtige delen tussen de strandwallen hielden ze vee, op de droge delen akkerbouw. Veel bekende plaatsen vinden hun oorsprong op een strandwal: Alkmaar, Haarlem, Voorburg, Wassenaar, Lisse, Hillegom.

2 Jonge Duinen

Na het jaar 1100 ontstonden de duinen die nu langs de hele Nederlandse kust liggen. Geologisch dus zeer jong. In korte tijd zijn enorme hoeveelheden zand verplaatst. Deze Jonge Duinen zijn gevormd op de meest westelijke strandwallen en oude duinen. De grens tussen de Oude en de Jonge Duinen is te herkennen aan een veenlaag en bewoningsresten. Deze veenlaag is bij speelvijver 't Wed (Kennemerduinen, langs de Zeeweg naar Bloemendaal aan Zee) heel mooi te zien.

Bij de groei van de Jonge Duinen werden eerst de laagten tussen de strandwallen en oude duinen opgevuld. Tussen de 12e en 14e eeuw werd dit vlakke gebied opgehoogd, in droge perioden met zand en in natte perioden met organisch materiaal. Tussen de 14e en 16e eeuw ontstonden op deze vlakte de heuvels die wij nu kennen als de duinen.

Sinds 1700 is het jonge duinlandschap door de natuur weinig meer veranderd. In het huidige duingebied zijn heuvelruggen met een ZW-NO oriëntatie goed te herkennen.

Op veel plaatsen zijn strandwallen en oude duinen afgegraven, soms ook jonge duinen. Het zand werd gebruikt voor dijken, kalkzandsteen, ophoging van drassige gebieden. Het vervoer ging per schip. Hierdoor zijn in de duinen en langs de binnenduinrand (de resten van) veel kleine kanalen te vinden. De opgehoogde natte gronden worden ook wel opgevaren gronden genoemd. Het zand is van oorsprong kalkrijk, maar het bovenste deel is in de loop der eeuwen ontkalkt. Dit kalkarme zand is op veel plaatsen afgegraven tot NAP. Dit zijn de geestgronden (tuinbouw, bollenstreek). Niet overal zijn duinen afgegraven. Op de bosrijke delen zijn buitenplaatsen en villadorpen ontstaan.

3 De mens en het duin

In het begin van de 20e eeuw werd hier en daar, waar gelegenheid was, landbouw uitgeoefend. Deze bestond vooral uit het weiden van schapen en geiten. Hierdoor werd veel vegetatie vernield en ontstonden er nieuwe verstuivingen.

Menselijke ingrepen lijken gering, maar zijn aanzienlijk. Met helmplanting werd getracht stuiven te verminderen of te stoppen. Ook naaldbos werd aangeplant om de grond vast te leggen. Mede door menselijk ingrijpen is er nu een grote variatie in milieu’s: hoge delen en lage delen, droge en natte gebieden, zon- en schaduwhellingen, kalkrijke en kalkarme zones. Elk klein gebiedje heeft zo een eigen flora en fauna.

Op dit moment is recreatie de grootste bedreiging voor het duingebied. Daarom zijn verschillende delen beperkt toegankelijk. Op zomerse dagen zijn er honderdduizenden mensen in het duingebied aanwezig, vooral bij het strand. Toerisme vraagt veel ruimte voor campings, hotels, wegen en parkeerterreinen. Op diverse plaatsen lopen daardoor kwantiteit en kwaliteit van karakteristieke duinflora en -fauna achteruit.

De mens heeft ook gezorgd voor verdroging. Ruim honderd jaar geleden waren de duinvalleien nat, en kon er ’s winters in geschaatst worden. Nu zijn vochtige duinvalleien zeldzaam. Dit door het afgraven van oude duinen en het droogmaken van meren achter de duinen, waardoor het grondwaterpeil daalde (bijvoorbeeld de Haarlemmermeer). Winning van drinkwater heeft voor grootste verandering in waterhuishouding gezorgd.

De laatste jaren wordt gestreefd naar een meer natuurlijke waterhuishouding. Onderdeel hiervan is het stoppen van de drinkwaterwinning uit dit duingebeid. Het grondwaterpeil zal hierdoor langzaam weer stijgen. Hierdoor krijgen enkele duinvalleien iets van hun oude glorie terug. Maar of we weer zullen kunnen schaatsen…..?

 

Terug naar boven

Terug naar het Nationaal Park

 

Home