T fol 133 rariora, p. 64-65

Jan Huyghen van Linschoten, Itinerario

T fol 133 rariora

Jan Huyghen van Linschoten, Itinerario. Voyage ofte schipvaert [...] naer Oost ofte Portugaels Indien [...]. Amsterdam, Cornelis Claesz, 1596. 2º.
Band Oorspronkelijke band van perkament over kartonnen platten; op voor- en achterplat een plaatstempel in goudstempeling, voorstellende een lopende vrouw tussen twee torens (?).
Herkomst Door Gerrit Moll, hoogleraar wis-, natuur- en sterrenkunde, directeur van de Sterrenwacht in Utrecht, in 1838 aan de Universiteitsbibliotheek geschonken.

Jan Huyghen van Linschoten (1562-1611) werd in Haarlem geboren, maar groeide op in Enkhuizen, waar hij ook na terugkeer van zijn wereldreizen weer is gaan wonen. De toevoeging 'van Linschoten' zou erop kunnen wijzen, dat zijn familie uit dit Utrechtse dorp afkomstig was; er zijn echter geen andere familieleden bekend bij wie we dit predikaat aantreffen. In 1580 reisde hij via Sevilla naar Lissabon. In 1583 vertrok hij in het gevolg van de dominicaan Vicente de Fonseca, aartsbisschop van Goa, de hoofdstad van het toenmalige Portugees Voor-Indië, naar diens standplaats. Na een reis van vijf maanden bereikte het gezelschap via Madera, Guinee, de Kaap, Madagaskar en Mozambique het doel van de reis. Gedurende zijn vijfjarig verblijf in Goa verdiepte Van Linschoten zich niet alleen in de Voor-Indische volken, godsdiensten, gebruiken, dieren en planten, ook als regeringscentrum gaf Goa hem een kijk op het bestuur over het uitgestrekte Portugese koloniale gebied in het Verre Oosten. Verder werd de haven aangedaan door schepen die de Indische archipel, China en Japan bevoeren. Door hun lading te bekijken en met de opvarenden te praten kon hij zich op de hoogte stellen van het handelsverkeer en de economische mogelijkheden in die in Europa nog nauwelijks bekende streken. Eind 1588 begon hij aan de thuisreis, die door allerlei tegenslagen, waaronder een schipbreuk bij de Azoren en een daarop volgend verblijf op het eiland Terceira, tot september 1592 zou duren.

Kort na zijn terugkeer in Enkhuizen begon hij aan het schrijven van een eigenhandig geïllustreerd reisverslag, het Itinerario. Hij liet het uitgeven bij de in zeevaart, geografie en reizen gespecialiseerde uitgever Cornelis Claesz. in Amsterdam. Deze voegde ook een groot aantal kaarten toe. Verder werden op zijn initiatief ook de westkust van Afrika en Amerika opgenomen, zodat men het belangstellende publiek en speciaal de zeevaarders een atlas van de buiteneuropese aardrijkskunde kon aanbieden. De eveneens in Enkhuizen wonende Bernardus Paludanus schreef de tekst voor de gebieden die Van Linschoten niet uit ervaring kende. Zo ontstond de Beschryvinghe van de gantsche custe van Guinea, Manicongo, Angola ende tegen over de Cabo de S. Augustijn in Brasilien, de eyghenschappen des gheheelen Oceanische Zees [...]. Van Linschotens aandeel in dit werk beperkt zich tot de beschrijving van Guinee, die in uitgebreidere vorm ook in het Itinerario is opgenomen. Op verzoek van de uitgever stelde Van Linschoten ten slotte het Reys-geschrift vande navigatien der Portugaloysers in Orienten samen. Het bevat een groot aantal zeilaanwijzingen, niet alleen voor de scheepvaart tussen Portugal en zijn Indische koloniën, maar ook tussen India, de hele Indische Archipel, China en Japan onderling. De zeilaanwijzingen zijn niet van de auteur zelf, het betreft hier een compilatiewerk uit voornamelijk Spaanse en Portugese bronnen. In een tijd dat de onnauwkeurigheid der zeekaarten geschreven inlichtingen en waarschuwingen onmisbaar maakte, was deze zeemansgids voor de praktische scheepvaart zo mogelijk van nog groter belang dan het Itinerario. Het eigenlijke Reys-geschrift wordt gevolgd door een aantal toevoegsels, die er deels logisch bij aansluiten, deels alleen zijn opgenomen om alle nog niet vermelde gegevens betreffende het koloniserende Iberisch schiereiland ook te kunnen publiceren.

Itinerario, Beschryvinghe en Reys-Gheschrift zijn indertijd samen in één band verschenen, zij het met verschillende jaren van uitgave. Eerst komt het Itinerario met het jaartal 1596 (het 'Octroy' is gedateerd 8 october 1594), daarna het Reys-gheschrift met het jaartal 1595, dan de mededelingen over Spanje en Portugal, en ten slotte de Beschryvinghe, beide met het jaartal 1596. Het lijkt aannemelijk dat de werken ook afzonderlijk verkrijgbaar zijn geweest. Mogelijk is het Reysgeschrift als eerste uitgegeven om gebruikt te kunnen worden tijdens de 'Eerste scheepvaart' naar Oost-Indië en de Molukken, die in 1595 door Cornelis de Houtman werd geleid in opdracht van een combinatie van negen Amsterdamse kooplieden.

Vermeldenswaardig is ten slotte de samenwerking tussen Van Linschoten en zijn iets oudere stadgenoot en collega auteur Lucas Jansz. Waghenaer (zie nr. 28). Waghenaer heeft ongetwijfeld inzage gehad in een door Van Linschoten in 1584 uit Goa aan zijn ouders gestuurde, beknopte 'voorpublicatie' in briefvorm van het Itinerario. Dit blijkt uit twee bijlagen die hij er voor zijn in 1592 verschenen Thresoor der zeevaert aan ontleende, overigens zonder bronvermelding. Wat het Enchuyser Zeecaertboeck betreft, daarbij heeft op veel grotere schaal samenwerking plaatsgevonden: in zijn voorrede bedankt Waghenaer zijn vriend Jan Huyghen voor de hulp die deze hem bij dit werk verleend heeft.

Literatuur

Over Jan Huygen van Linschoten en zijn werk: