Meander * Recensies * Buiging - Herlinda Vekemans
 
Herlinda Vekemans - Buiging
In Sjostakovitsj versleuteld
door Milla van der Have

Een thematische dichtbundel brengt altijd het gevaar met zich mee de lezer te verliezen; bijvoorbeeld doordat er een bepaalde achtergrondkennis verondersteld wordt die de lezer ontbeert, of doordat de dichter zo opgaat in het onderwerp dat de lezer als het ware overgeslagen wordt, zich een buitenstaander voelt en niet meer tot de kern van de zaak weet door te dringen. Met haar keuze voor een 'dichterlijke impressie' van leven en werk van de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj (19061975), loopt Herlinda Vekemans met Buiging ook enigszins voornoemd risico.

Het grootste gedeelte van Buiging staat in het teken van Sjostakovitsj, wiens naam bij velen allicht een bel zal doen rinkelen. Sjostakovitsj staat over het algemeen bekend als prototype van de door Stalin onderdrukte kunstenaar. Dat aan dit beeld nog een en ander kan worden bijgeschaafd, betoogt Francis Maes in een aan Buiging toegevoegd essay over de componist.
Het opvallendste aspect van Buiging is de geconstrueerdheid van de bundel. In eerste instantie doen alle namen (Majakovski, Achmatova, Tsvetaeva, etc.) en verwijzingen naar Sjostakovitsj' leven en werk duizelen, maar gaandeweg krijgt de bundel als geheel niet alleen meer vorm, maar vooral ook meer inhoud en blijkt alles met alles samen te hangen. De dubbelzinnige houding van de componist ten opzichte van het Sovjetregime klinkt dan bijvoorbeeld mee in de titel Buiging, die evengoed betrekking kan hebben op de buiging aan het eind van een concert. De naam die uit het gedicht Acrostichon komt, Zjdanovstsjina, blijkt de naam van de door Stalins rechterhand, Zjdanov, uitgevoerde kunstterreur, die meeklinkt in het gedicht zelf:

Zeer formalistisch
je reinste hoogmoed
degeneratief
antisovjet
niet voor het volk
overduidelijk cynisch
verregaand grotesk
s t s
t s t
s t s
ja ik heb fouten gemaakt in mijn werk maar ik heb
nooit muziek tegen het volk geschreven, en ik heb
altijd naar de terechte kritiek van de Partij geluisterd


          ssssstttt:

symfonie nr. 9 in es grote terts, op. 70, Dmitri Sjostakovitsj (1945)

p. 45


Anderzijds blijft er genoeg te duiden over, in ieder geval voor de lezer die niet ten diepste in Sjostakovitsj is onderlegd. Zo heeft Vekemans in de grootste afdeling van de bundel, eveneens Buiging geheten, alle gedichten een 'grammaticale' titel gegeven (bijvoorbeeld: Aanwijzend voornaamwoord, Duratief aspect, Bepaling van richting etc.) waarvan de connectie met de componist intuïtief wel aanvoelbaar is: Sjostakovitsj werd uitgemaakt voor formalist en de bundel is dan ook formalistisch op het grammaticale af. Maar tegelijkertijd ontglipt de bedoeling van de titels ook aan het begrip. Gezien de gelaagdheid van de bundel, valt er ongetwijfeld in elk gedicht iets te puzzelen en na te zoeken.

Doordat alle gedichten zo in het teken staan van Sjostakovitsj, boeten ze ook in aan eigenzinnigheid en zelfstandigheid en dat is jammer. Elk gedicht, elk woord, verwijst naar Sjostakovitsj of een andere Russische kunstcollega, maar vooralsnog lijkt het er niet op dat de gedichten nog een andere, losstaande betekenis met zich meedragen. Daarmee is Buiging vooral voer voor Sjostakovitsj liefhebbers. De poëzie zelf is de ene keer beter dan de andere; meermalen overheerst de taligheid de poëzie:

Tussenwerpsel

Symfonie nr. 10 in e kleine terts, op. 93, Dmitri Sjostakovitsj
(1953)

In een datsja in Komarovo aan de Finse Golf
dolen helden verweesd in ontzielde avonturen.
Uren en uren.

Buiten zwerven zwijnen, wroeten,
groeten treinen, kerven ogen
boven zand, naalden en sneeuw,
ver tuurt de tijd.

Een vogel met een plan vliegt door een raam
naar binnen en laat vallen wat hij kan.
Klanken en kleuren uit inktpotten gesopt
krijgen een onfrisse derde dimensie te verduren.
Een bewijs uit het ongerijmde verlucht de kamer:
alle hoop is nog niet vervlogen.

p. 25

De bundel sluit af met het eerder genoemde essay van Francis Maes, docent musicologie aan de universiteit van Gent, waarin Sjostakovitsj' houding ten opzichte van Stalin 'op scherp gesteld' wordt. Het essay belicht enerzijds dezelfde elementen als de gedichten, anderzijds weer heel andere, waardoor poëzie en essay twee afzonderlijke eenheden worden.

Buiging ontloopt, zij het nipt, het gevaar van de thematische bundel. Ondanks het formalisme en de gecentraliseerdheid van Sjostakovitsj, is de bundel open en uitdagend genoeg om goed in mee te komen.

Herlinda Vekemans - Buiging
PoëzieCentrum, Gent 2006; 64 blz.; 15,-
ISBN 90 5655 283 X

 
^