De Sympto-thermale methode - 1

De Natuurlijke Gezinsplanning-methode die we hier beschrijven, is gebaseerd op de combinatie van waarnemingen van het cervixslijm (symptoom) en de lichaamstemperatuur (thermaal). Vandaar de naam ‘sympto-thermale methode’.

Kijken naar je lichaam
Elke gezonde vrouw in de geslachtsrijpe leeftijd kan de veranderingen die tijdens de cyclus in haar lichaam plaatsvinden waarnemen. Deze veranderingen hangen samen met de natuurlijke afwisseling in de cyclus van vruchtbaarheid en onvruchtbaarheid. Het meest opvallend is de menstruatiebloeding. Het begin van de bloeding geeft het begin van een nieuwe cyclus aan, in de loop waarvan normaal gesproken een eisprong plaatsvindt. De meeste vrouwen voelen de eisprong zelf niet en er is ook geen ´seintje´ waaraan je kan zien dat hij plaatsvindt. Maar je kunt wel de periode vaststellen waarbinnen de eisprong plaatsvindt en wanneer je dus zwanger zou kunnen worden. Je doet dit door het waarnemen van het cervixslijm en de lichaamstemperatuur. In plaats van te kijken naar het cervixslijm, kun je ook bijhouden hoe je baarmoederhals aanvoelt en zo je vruchtbare periode bepalen. Er zijn nog andere lichaamstekens die met de cyclus samenhangen, zoals veranderingen in de borsten, ovulatiepijn, stemmingswisselingen en huiduitslag. Maar niet elke vrouw merkt deze tekens op en ze komen niet altijd in elke cyclus voor (zie hier). De veranderingen van het cervixslijm en de lichaamstemperatuur kan elke vrouw waarnemen. Alleen wanneer je dit regelmatig doet en de waarnemingen op een cycluskaart noteert, kan je deze veranderingen correct interpreteren en zo de vruchtbare en onvruchtbare periode volgens nauwkeurig vastgestelde regels bepalen.
 
De cycluskaart
De cycluskaart is je menstruatielogboek (Afbeelding 11). Op deze kaart beschrijf je alle waarnemingen die met de vruchtbaarheid samenhangen en alle factoren die deze kunnen beïnvloeden. De rode draad van de cycluskaart is de smalle rij waarin ’cyclusdag’ staat. Je kunt hier tot 40 cyclusdagen in bijhouden.

Download een Excel document met de cycluskaart:

kaart.xls



Afbeelding 11: De cycluskaart (klik er op voor vergroting)

De menstruatiebloeding
Je begint op de eerste dag van de menstruatie met het invullen van de cycluskaart (Afbeelding 12). Dit is je eerste cyclusdag. Schrijf de kalenderdatum van deze dag in de rij onder cyclusdag 1 en vul de rest van de datumrij aan. Onder de datumrij geef je de bloeding weer. De sterkte duid je met streepjes van verschillende lengte aan. Heel lichte bloedingen (spotting) geef je met puntjes aan.

Noteer alle bloedingen in de loop van je cyclus. Sommige vrouwen hebben al voor het begin van de eigenlijke menstruatie een aantal dagen lichte voorbloedingen (spotting). Deze dagen horen in dit systeem nog bij de vorige cyclus. De nieuwe cyclus begint op de dag, waarop de bloeding goed doorzet.

 



Afbeelding 12: Deze cyclus duurt 26 dagen. De 27e dag is de eerste dag cyclus en wordt op een nieuwe cycluskaart genoteerd.

(klik er op voor vergroting)

Het cervixslijm
De waarneming van het cervixslijm en de veranderingen daarin, is een belangrijk onderdeel van de Natuurlijke Gezinsplanning-methode. Veel vrouwen merken af en toe wel wat vochtigheid op in de buurt van de schede-ingang. Maar slechts weinigen weten dat het hier om cervixslijm gaat en dat er een verband is tussen dit slijm en hun vruchtbaarheid.
 
Hoe neem je het cervixslijm waar?
Er zijn verschillende manieren om je cervixslijm te observeren: je kan het je bewust zijn, je kan het voelen en je kan het zien.


Ervaren:
Overdag kun je je relaiseren wat je aan de schede-ingang ervaart. Misschien voelt het er droog , of jeukt het er vervelend. Of misschien ervaart je helemaal niets. Op sommige dagen merk je dat de schede-ingang vochtig of nat is, of zelfs dat in de loop van de dag steeds weer scheutjes slijm uit de schede naar buiten vloeien. Sommige vrouwen beschrijven dit ‘alsof er druppelsgewijs urine wegvloeit’.
 
Voelen:
Je kan het cervixslijm ook echt voelen. Wanneer je met je vinger of met toiletpapier over de ingang van je schede wrijft, merkt je waarschijnlijk dat je vinger of het papier er de ene dag beter over glijdt dan de andere. De schede-ingang voelt dan slijmerig, glibberig of geolied aan, net zoals olie op de huid of vloeibare zeep tussen de vingers.
 
Zien:
Op sommige dagen is het cervixslijm ook zichtbaar (Afbeelding 13). Als je met je vinger of met toiletpapier over de schede-ingang hebt geveegd, kijk je of er slijm aan is blijven plakken en hoe het eruit ziet. Is het gelig, wit, doorschijnend of roodachtig? Is het klonterig, romig, smeuïg, geleiachtig of rekbaar als rauw eiwit? Als je het toiletpapier na het afvegen dichtvouwt en dan weer opendoet, of je vingers tegen elkaar houdt en uit elkaar beweegt, kan je gemakkelijk zien of het slijm rekbaar is. Je ziet dan of het slijm uitrekt tot een draad. Rekbaar slijm voelt aan zoals rauw eiwit en ziet er ook vaak zo uit. Sommige vrouwen merken dat het slijm door het lichte persen bij de toiletgang al in lange draden wegvloeit. Het ligt dan op de ontlasting of drijft in het water.

Afbeelding 13: Slijm: klonterig, wit, dik of gelig.
(bron van de plaatjes: Uit het boek: Natuurlijk en Zeker)

Wit, smeuïg, romig (links)
Melkachtig, troebel (rechts)



Wit, smeuïg, romig (linksboven)
Melkachtig, troebel (rechtboven)
Wit of gelig, iets rekbaar (linksmidden)
Melkachtig, troebel (onder)



Doorzichtig, draden trekkend (boven)
Doorzichtig met witte slierten, als rauw eiwit (linksonder)
Glasachtig, rekbaar (rechtsonder)



Wat gebeurt er in de loop van een cyclus met het slijm? Als de menstruatie voorbij is, kan de schede-ingang een paar dagen wat droog aanvoelen, of zelfs onprettig of jeukend. Maar het kan ook zo zijn dat je niets voelt of ziet. Daarna ervaren de meeste vrouwen de slijmvorming als een vochtig gevoel, zonder dat het aan de schede-ingang zichtbaar is. Bij andere vrouwen is het vanaf het begin te voelen én te zien. Meestal ziet het cervixslijm er dan nog troebel, wit of gelig uit en is het dik, romig, brokkelig, kleverig of taai-elastisch en niet rekbaar (Afbeelding 13). Soms ziet het eruit als kwark, of bloem die met water tot kleverige klontjes vermengd is. Hoe dichter naar de eisprong toe – hoe meer oestrogeen gevormd wordt – des te meer slijm wordt er geproduceerd en des te beter wordt de kwaliteit. Het wordt dan meestal glashelder, doorzichtig en heeft soms een lichte gelige verkleuring, of er zitten witte slierten door (Afbeelding 13). Tegelijk wordt het rekbaar en voelt het glad of glibberig aan. Het lijkt dan op rauw eiwit. Soms kan het slijm zo vloeibaar worden, dat het wegloopt als water en niet meer zichtbaar is. De schede-ingang voelt dan nat aan. Rond de eisprong bereikt het slijm haar beste kwaliteit. Daarna wordt de kwaliteit van het cervixslijm minder: het wordt weer troebel en klonterig, verliest zijn rekbaarheid, vermindert in hoeveelheid of verdwijnt volledig, zodat je aan de schede-ingang niets meer voelt of alleen nog maar een droog gevoel hebt. De ervaring leert dat elke vrouw haar eigen slijmpatroon heeft. Bij de ene vrouw ontwikkelt het cervixslijm zich van droog via vochtig en dik naar transparant en rekbaar, en bij de andere vrouw gaat het van niets onmiddellijk naar zichtbaar wit slijm, zonder ooit de beste kwaliteit van het rekbare, glasheldere slijm te bereiken. Maar er is altijd een kwaliteitsverbetering, een duidelijke omslag of hoogtepunt en een vermindering van de kwaliteit van het cervixslijm. Meestal volgt het slijmpatroon voor dezelfde vrouw in opeenvolgende cycli hetzelfde beeld. Heel soms gedraagt het slijm zich in een nieuwe cyclus anders dan je tot dan toe gewend was.  Bijhouden op de cycluskaart ’s Avonds noteer je op de cycluskaart hoe het slijm die dag was (Afbeelding 14). Op de cycluskaart staan twee rijen die over het slijm gaan: eentje (ervaren/voelen) waar je noteert hoe je het ervaarde en voelde en eentje (uiterlijk) waar je noteert hoe het eruitzag. Zelfs als er maar een keer op die dag een beetje slijm was, schrijf je dit op. Het gevoel en het uiterlijk van het slijm kunnen in de loop van de dag veranderen.’s Avonds noteer je dan de beste slijmkwaliteit die deze dag voorkwam. Voorbeeld: Wanneer je tussen de middag slijm als rauw eiwit had en ’s middags dik wit slijm, noem je het die dag in het vakje ‘uiterlijk’: ’eiwitachtig’. Voor een duidelijk overzicht schrijf je een letter op de 37 ºC lijn, die weergeeft wat de toestand van je slijm die dag was (Afbeelding 14).

 



Afbeelding 14: Noteren van de slijmwaarnemingen en hun afkortingen

(klik op het plaatje voor een vergroting)

Gevoel Uiterlijk Afkorting



droog, ruw,
jeukend onaangenaam gevoel

nietsgezien, geen slijm aan
de schede ingang

d

niets gevoeld, geen vochtigheid,
niets waargenomen aan de schede-ingang

nietsgezien, geen slijm
aan de schede ingang

vochtig

nietsgezien, geen slijm
aan de schede ingang

v

vochtig of niets gevoeld

dik, wit, gelig, troebel
romig, smeuïg, klonterig
kleverig, een beetje taai-elastisch
(minder dan 1 cm rekbaar)
niet rekbaar

S

vochtig of niets gevoeld

doorzichtig, glashelder
als rauw eiwit
(doorzichtig met witte draadjes)
rekbaar, draden
trekkend, vloeibaar,
zo vloeibaar dat het ´wegloopt als water´
roodachtig roodbruin,
geel-rood

S+

nat, glibberig
glad, als ingeolied
week, uitglijdend

doorzichtig, glashelder
als rauw eiwit
(doorzichtig met witte draadjes)
rekbaar, draden
trekkend, vloeibaar,
zo vloeibaar dat het ´wegloopt als water´
roodachtig roodbruin,
geel-rood

S+

Tabel 1: Indeling van de slijmwaarnemingen in groepen en hun afkortingen

Bron:‘Natuurlijk en zeker: Natuurlijke geboorteregeling – een leidraad/NFP’, ISBN 90-72572-29-7

 

Lees verder bij deel 2