Wondere Wereld van Zand

[Home]

 

[Wat is zand?]     [Strand & duinen]     [Gebruik van zand]     [Plezier met zand]

 

 

 

  Schelpdieren

  Dieren in de duinen

  Sporen in het zand

Dieren in het zand

Als je een dagje naar het strand gaat en in zee gaat zwemmen, heb je misschien niet in de gaten hoeveel beestjes er leven in het zand onder water. Als je met een schepnet over de zandbodem gaat en je schudt het zand er daarna uit, dan zie je bijvoorbeeld schelpdiertjes, garnalen, kreeftjes en krabbetjes. Maar niet alle diertjes in het zand laten zich zomaar opscheppen. Een tafelmesheft die in een netje werd gevangen, zaagde zichzelf eruit. Resultaat: een kapot schepnetje! Andere beestjes zitten helemaal verstopt onder het zand. Ze graven zich in.

 

 

 

Vissen

De Grote Pieterman is de naam van een vis die veel in de Noordzee voorkomt. Pietermannen zijn niet de beste zwemmers. Ze zijn niet snel genoeg om een prooi in te halen. Daarom hebben ze een truc bedacht: ze woelen in het zand totdat alleen hun ogen nog te zien zijn. Dan wachten ze tot er een prooi komt, bijvoorbeeld een garnaal. Ze schieten uit het zand, pakken de prooi en begraven zich weer vlug met zand.

Platvissen zie je bijna nooit zwemmen in het water boven de grond. In zee zwemmen ze altijd vlak boven het zand of óp het zand. Dat doen ze, omdat anders de vijand hen te snel ziet. Van bovenaf gezien, zien platvissen er namelijk hetzelfde uit als zand. Ze hebben dus een mooie schutkleur op het zand.

Ook de zandspiering verstopt zich in het zand niet voor zijn prooi, maar voor zijn vijand. Als hij achterna gezeten wordt, schiet hij met zijn kop vooruit in het zand.

Andere dieren in het zand van de Noordzee

Het zogeheten Goudkammetje is een kokerworm. Hij leeft in een kokertje van aan elkaar geplakte zandkorrels. Aan de voorkant zit zijn kop met goudkleurige graafborstels. Met die kant steekt hij in het zand. De andere kant van de koker steekt boven het zand uit. Die noemen ze de schoorsteen. Want de worm doorzoekt het zand wat hij via de voorkant naar binnen heeft gehaald op voedsel. Het zand zonder voedsel blaast hij er met water via de schoorsteen weer uit.

De zeepier woont in een U-vormig hol onder het zand van de zee. Aan de ene kant van de U komt zijn voedsel (vooral zand) erin. Aan de andere kant perst hij met zijn achterlijf uitwerpselen (ook vooral bestaand uit zand) naar buiten. Als het eb wordt kun je de plek waar een zeepier zit op het natte zand herkennen aan een draadvormig zandhoopje (lijkt een beetje op een opgerolde, lange worm) met daarnaast een trechtervormig kuiltje.

zandpier.jpg (47510 bytes)

Een andere bewoner van de Noordzee die iedereen wel kent is de garnaal. Overdag zie je hem bijna niet, want dan begraaft hij zich onder het zand. Bovendien is hij grijsbruin, de kleur van nat zand. ‘s Nachts kruipt hij uit het zand om eten te zoeken. Een garnaal kan drie jaar oud worden (als hij niet wordt gevangen). Een vrouwtje kan in die tijd 20.000 kindertjes krijgen.

De helmkrab is een van de krabben-soorten die zich ingraven in de zanderige zeebodem. Zijn voelsprieten zijn hol en door ze omhoog te steken kan hij ademen terwijl hij zelf onder de grond blijft zitten. De oranje gevlekte schol knabbelt soms aan de voelsprieten van de helmkrab.

 

 

 

Schelpenverzameling

 

Schelpdieren

In zee leven weekdieren met huisjes en zonder huisjes. Schelpen zijn de huisjes van weekdieren. Deze weekdieren worden ook wel schelpdieren genoemd. De bekendste soorten schelpdieren zijn slakken en twee-kleppigen. De schelp van twee-kleppigen bestaat uit twee delen of kleppen. De schelp van een zeeslak bestaat uit een hoornvormig slakkenhuis.

De meeste schelpen vind je op het strand, vooral als er een stevige westenwind staat. Door de westenwind wordt de zeebodem bij de kust flink omgewoeld en door het bewegende water worden de schelpen van gestorven weekdieren uit de bodem gespoeld en naar de kust gevoerd. Je vind dan vooral de schelpen van twee-kleppigen.

De meeste schelpdieren met twee kleppen graven zich in de zeebodem in. Soms wel tot 30 cm diep. Ze hebben een lange buis, die net boven het zand uitkomt. De buis bestaat uit twee helften : met de ene helft wordt zeewater met voedsel opgezogen en met de andere worden afvalstoffen weer afgevoerd. De kleur van de schelp kan veranderen door het soort zand waar het schelpdier zich ingraaft. In veenbodem worden ze bruin en in kleigrond blauw.

De mossel is een voorbeeld van een schelp die zich niet ingraaft.

Bij oostenwind vind je heel andere schelpen op het strand. De wind waait dan van het land af naar de zee toe. Het water aan de oppervlakte wordt dan van het strand afgedreven, maar langs de zeebodem ontstaat dan een onderstroom naar het strand toe. Die onderstroom voert dan allemaal fijn en licht materiaal aan dat op de zeebodem ligt naar het strand. Hierbij zitten veel kleine slakkenhuisjes.

 Wil je meer over schelpen weten, of enkele aan de Nederlandse kust voorkomende schelpen zien, ga dan naar onze schelpenverzameling !

 

konijn tek.jpg (45956 bytes)

Dieren in de duinen

In de duinen leeft de zandhagedis. Hij houdt een winterslaap waaruit hij half maart wakker wordt. In juni legt hij eieren en de jongen komen half augustus/ begin september uit. Konijnen zijn heel belangrijke bewoners van de duinen. Ze zorgen dat de begroeiing niet te hoog wordt door er lekker aan te knabbelen. Verder worden de zanderige duinen bewoond door hazen, vossen, padden, vogels, insecten en heel veel andere dieren. Je kunt hun sporen vaak zien in het zand. Sommige vogelsoorten eten zand om de etensresten die ze niet kunnen verteren gemakkelijk te kunnen uitspugen.

In Nederland voorkomende dieren met ‘zand’ in hun naam:

  • Een zander is een snoekbaars (vis)

  • Een zandoog is eeen vlinder (bruin, met ogen op zijn vleugels)

  • Zandbijen maken hun nest onder de grond.

 

 

 

  Wil je ons een reactie sturen of een vraag stellen ? Klik dan op deze    en stuur een e-mail !