De Goudse kaarsenfabriek

De Goudse kaarsenfabriek

De uitvinding van de stearinekaars in het begin van de 19e eeuw maakte het mogelijk om een kwalitatief veel betere kaars te maken dan de ouderwetse vetkaars. In Nederland werden de eerste kaarsenfabrieken kort na 1850 opgericht. Het ontstaan van de Goudse fabriek is te danken aan drie mannen: A. Schoneveld van der Cloet, D.W. Westerbaan en A.A.G. van Iterson. Zij begonnen in 1853 een stearinekaarsenfabriek als nevenbedrijf van de Goudse aardappelmeel-, siroop- en sagofabriek. In 1858 werd de zaak grondiger aangepakt: na de aankoop van een nieuw fabricageprocédé werd het bedrijf voortgzet als N.V. Stearine Kaarsenfabriek Gouda. De fabriek werd van de Hoge Gouwe verplaatst naar Schielands Hoge Zeedijk.

Al snel ontwikkelde de Gouda-kaars zich tot een goed produkt, getuige de diverse
(inter)nationale onderscheidingen. De komst van de gloeilamp en de ontdekking van paraffine als goedkopere grondstof voor kaarsen in plaats van stearine, leken de voortgang van de kaarsenfabriek te bedreigen. De directie wist beide in het voordeel van het bedrijf toe te passen. Door aansluiting op het elektriciteitsnet kwam men tot een hogere produktie. Voorts ging men z.g. compo-kaarsen produceren: kaarsen op basis van een combinatie van stearine en paraffine.

Na de eeuwwisseling begon zich langzamerhand de verschuiving naar chemische fabriek af te tekenen. Fabrieken in Rotterdam en Amsterdam werden overgenomen, evenals de Goudse zeepfabriek T.P. Viruly & Co. Kaarsen bleven nog wel het hoofdprodukt, maar de omzet daarvan stagneerde, terwijl de verkoop van andere produkten in betekenis toenam. Door de fusie in 1929 met de enige overgebleven grote concurrent, de kaarsenfabriek Apollo te Schiedam, kon men de crisisjaren overleven. Enorme schade veroorzaakte de grote brand op 11 mei 1936, veel meer dan bij een eerdere brand in 1884. Het bedrijf kon weer worden opgebouwd en opnieuw ingericht, maar kort daarna brak de tweede wereldoorlog uit. Tot eind 1944, toen alles in beslag werd genomen, bleef men op beperkte schaal en tegen mindere kwaliteit produceren. Vanaf 1942 werd de bedrijfsnaam N.V. Verenigde Stearine Kaarsenfabrieken Gouda-Apollo gebruikt.

Na de oorlog kampte men met verouderde en defecte machines. Ook was er gebrek aan technologische kennis, die wel in de Verenigde Staten aanwezig was. De directie richtte zich dan ook op dat land en investeerde in moderne installaties, procédés en produktiemiddelen. De jaren '50 vormden een periode van technische en economische bedrijvigheid, waarbij de kaarsenfabricage een steeds kleiner onderdeel uitmaakte van de totale produktie.
In 1960 werd de fabriek in haar geheel overgenomen door de Unilever-Emery N.V., gesticht door Unilever en het Amerikaanse vetzuurbedrijf Emery Industries Inc. Twintig jaar later namen de Nederlandse Unileverbedrijven B.V. het overige aandelenkapitaal over en in 1981 werd de naam gewijzigd in Unichema Chemie B.V. Medio 1983 werd de kaarsenafdeling een onderdeel van Bolsius Kaarsenfabriek uit Schijndel, die de kaarsenproduktie overbracht naar Waddinxveen. In 1997 ging het bedrijf over in handen van ICI; na integratie met een aantal bestaande ICI-bedrijven, resulteerde dit in een van de grootste oleochemische ondernemingen ter wereld onder de naam Uniqema met als hoofdzetel Gouda.

Archieven:
  • A.P. Hoekstra, Inventaris van de archieven van de N.V. Koninklijke Stearine Kaarsenfabriek Gouda-Apollo (1853) 1858 - 1960 (1969) (Gouda, 1987).
Literatuur:
  • Johan Gram, De Stearine Kaarsenfabriek Gouda. In : Het Leeskabinet (1899).
  • Honderd jaar kaarslicht 1858-1958 : van kaarsenfabriek tot chemisch bedrijf :
  • gedenkboek ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de kaarsenfabriek (Gouda, 1958).
  • H.F.R. Hubrecht, De Stearine kaarsenfabriek te Gouda. In: Eigen Haard (1877) 342-344, 350-352 en 358-360.
  • H.F. Wessels, Gouda : proeve eener stadsmonographie (Utrecht, 1939) 83-92.
  • Ch. Wilson, Unilever in de tweede industriële revolutie 1945-1965 (Den Haag, 1968).
  • Stijn van Genuchten, Kaarsen. In: W. Denslagen, Gouda (Zeist/Zwolle, 2001) 399-400.
  • H.C. Toussaint, A.A.S. van Heezik en B. de Wit, Verval en herstel. In: Duizend jaar Gouda (Hilversum, 2002) 598-600, 604-606.

Reacties

 15 oktober 2009
Celena Caracciolo
Re: De Goudse kaarsenfabriek

Dag mevrouw ,meneer ik had een vraagje?Jullie leveren een goed produkt en leveren jullie ook in het buitenland?Mijn vraag is dat ik verschillende adressen weet om te leveren.Heeft u belangstelling,dan hoor ik het graag. M.v.g C.Caracciolo.

 16 oktober 2009
Coretta Wijbrans (GHA)
Re: De Goudse kaarsenfabriek

Geachte mevrouw Carraciola,

Ik denk dat u bedoelt dat wij ook (Goudse) kaarsen kunnen leveren? Dat is echter niet het geval, wij beheren alleen het archief van de oude fabriek. Voor de verkoop van Goudse kaarsen via het internet verwijs ik u graag naar www.gouda-original.nl

Reactie plaatsen






Zoeken

Plaats

Handel en nijverheid

Terug naar

Handel en nijverheid

StolwijkOosterbegraafplaats AlphenHerenhuis Zuideinde AarlanderveenOorlogsmonument Koudekerk