Wat betekent de oliebol voor Nederland?

oliebollenNu de kerst weer achter de rug is, maken we ons op voor het laatste feest van het jaar: Oud en Nieuw. Dat is een feest vol rituelen en tradities, met bijvoorbeeld de oudejaarsconference, het aftellen tot 12 uur, het afsteken van vuurwerk en het knallen van de champagne. Ook het bakken van oliebollen hoort daar al eeuwen bij. Dit is zo’n bijzondere Nederlandse traktatie, dat oliebollen in Amerika zelfs Dutch donuts worden genoemd. Maar waarom en sinds wanneer eten we eigenlijk oliebollen? Ga komende week met ons op ontdekkingstocht, en zoek mee naar mooie bronnen en verhalen. De mooiste vondsten krijgen een fraaie set Nieuwe Groeten Uit-ansichtkaarten, met daarin het moderne beeld van Nederland. 

Doe mee!

Doe mee, en help ons in de zoektocht naar het verhaal van de oliebol. Tot oudejaarsavond publiceren we de mooiste vondsten op ons blog en via Twitter (@NHM_Nederland). Gebruik de hashtag #OliebolINNL als je meedoet via Twitter.

Oliekoeken volgens de verstandige kock

Wie het over historische gerechten heeft, begint te zoeken bij 'De verstandige kock' (1667), een mooi kookboek voor welvarende Nederlanders uit de Gouden Eeuw. Daarin blijkt ook een recept voor oliekoeken opgenomen. 

Deze platte voorlopers van de oliebol werden zeker al sinds de Late Middeleeuwen gebakken. Tussen Sint Maarten (11 november) en kerstmis vastten veel mensen. Zo bespaarden ze op de voorraden voor de lange winter, als niets meer op de velden groeide. Na kerstmis werd het einde van de vasten gevierd met lekker eten en drinken, waarbij de oliekoeken een vaste lekkernij waren. De vette en calorierijke koeken gaven veel energie in de winterkou. 

Oliekoeken uit 1669

Dit is het recept uit 'De verstandige kock' volgens de editie van 1669:

Neem op twee pond tarwemeel, twee pond lange, gewelde rozijnen, een kop van de beste appelen, geschild en gesnipperd, een kwart tot drie achtste pond gepelde amandelen, een lood kaneel, een kwart lood witte gember, een beetje kruidnagel, alles goed door elkaar gestampt. Neem verder een half kommetje gesmolten boter, een grote lepel gist en een klein pintje lauwe zoetemelk, want het moet zo dik beslagen zijn, dat het beslag nog aan de lepel blijft hangen. Roer het vulsel door het beslag en laat het dan rijzen. Neem dan een mengel van de beste raapolie, doe daarin een broodkorst en een halve appel. Zet dit op het vuur en laat het uitbranden. Keer het brood en de appel zo nu en dan om tot het brood zwart en hard wordt. Giet er dan een scheutje schoon water in en laat het dan in de lucht afkoelen. Zet het daarna weer op het vuur, wanneer u het wilt gebruiken.

Bescherming tegen Perchta

PerchtamaskerEen oudere Middeleeuwse oliebollentraditie gaat terug naar het verhaal van Perchta, een figuur uit de Germaanse mythologie. Tussen 21 december (midwinter) en zes januari (Driekoningen) werd aan Perchta voedsel geofferd. De feestvierders gaven haar onder meer vette koeken, maar aten deze ook zelf. Dat bood bescherming tegen de toorn van Perchta, ging het verhaal. Want: Perchta sneed met haar zwaard de buiken open van luiwammesen en  ongehoorzamen, maar haar zwaard gleed uit op de vette oliekoeken in de buiken, en zo overkwam je uiteindelijk niets, geloofde men.

Oliebollen Rock & Roll

Een mooi twintigste eeuws voorbeeld van de oliebol in onze cultuur is de 'Oliebollen Rock & Roll' van Rob de Nijs. De zanger bracht deze singel uit in 1973, en nog altijd roept dit nummer bij velen jeugdsentiment op: "Boys oh boys o wat een lol, de oliebollen slaan op hol". Jammer genoeg geen beeld, maar wel geluid:

Foto's uit Nationaal Archief

Via @GeschiedenisZH kregen we op Twitter de tip dat in de Zuid-Hollandse archieven veel foto’s over oliebollen liggen. Een kleine selectie uit het Nationaal Archief.

Oliebollen bakken, dochtertje proeft Nijlpaard in Artis eet oliebollen Nieuwjaarswens; jongedame met oliebollen, wekker en champagne Oliebollen eten, op straat, Amsterdam; man met oliebollen

De lekkerste oliebollenolie

1933_12_28_2_10Thuis oliebollen bakken betekent kassa voor de olieproducenten. Op allerlei manieren proberen ze dan ook hun product aan te prijzen. Dat kan met advertenties, zoals deze uit 1933: 'Oliebollen – Het woord zelf zegt al, waar het voornamelijk op aankomt: op de olie! Bak voor deze oudejaarsavond uw oliebollen met Saladine.' Dat leidt tot 'Oliebollen zoals u nog NOOIT gegeten hebt'.

Een slinksere aanpak is de advertorial – een advertentie vermomd als journalistiek artikel. Dat wisten ze van Calvé, het bedrijf achter Delftsche Slaolie, al in 1914. Op 30 december publiceerden meerdere kranten het artikel ‘Een oude gewoonte in eere hersteld'. De gewoonte "bij den overgang van oude in het nieuwe jaar huisgenoten, vrienden en kennissen te vergasten op in eigen keuken gereed gemaakte oliebollen, appelbeignets of ander gebak” is in diskrediet geraakt, zo opent het artikel. Maar gelukkig: de fabriek der Delftsche Slaolie heeft de oplossing. "'Nu lust ik weer oliebollen!,' is het eenparig oordeel van dames die de demonstraties hebben bijgewoond." Het bakken wordt volgens het artikel een waar plezier: de Delftsche Slaolie is zeer zuinig in gebruik, geeft veel minder walm, spat niet en verspreidt geen onaangename geur. In reclame lijkt wat dat betreft weinig veranderd: deze beloftes uit 1914 klinken ook in 2009 als te mooi om waar te zijn. 

Deze tweet van @BFJY sluit mooi aan bij dit onderwerp: "Prachtig ontwerp van Karel Suyling rond 1950 voor productverpakking van olie voor Duyvis http://www.nago.nl/object.php?id=6275"

Romeinse oliekoeken

De oliekoek is de voorloper van de moderne oliebol. Uit de teksten over De verstandige kock en Perchta hierboven blijkt dat in Nederland zeker sinds de Middeleeuwen oliekoeken werden gegeten. Buiten Nederland zijn ze al veel langer een veelvoorkomende lekkernij. In een kookboek uit het begin van onze jaartelling, van de Romein Marcus Gavius Apicius, komen we al een soort oliekoeken tegen. Qua bereidingswijze en ingrediënten lijken ze sterk op de moderne bol, alleen is een belangrijk verschil dat Apicius geen gist gebruikt. Zijn koeken werden gegeten met honing en peper. Lees het recept.

@MuseumBoerhaave opperde via Twitter dat de oliekoek via Portugese joden naar Nederland is gekomen. Ook in Wikipedia wordt dit als een theorie genoemd. Wie weet hier meer van?

Oliebol in crisistijd

Schermafbeelding 2009-12-31 om 12.28.21

Maandag 17 december 1934 publiceerde de liberale krant Het vaderland het artikel 'Zeer ernstige symptomen. Scheuren in de grondvesten van onze economie'. De auteur beschrijft een Nederlands gezin: vader, moeder, acht kinderen. Een 'oppassend' gezin, alleen is vader net werkloos geworden vanwege de economische crisis. Dat levert problemen op met de feestdagen: "In het gezin met acht kinderen wil men – dat spreekt vanzelf – aan een zeker ritueel van het familieleven vasthouden. Oudejaarsavond is een groote avond voor het gezin. Er hooren oliebollen bij." Moeder heeft al het geld bij elkaar geschraapt om olie te kunnen kopen. Maar tot haar schrik blijkt die olie nu 44 cent per fles te kosten, waar ze een jaar eerder nog 24 cent betaalde. Dat betekent dat er veel minder oliebollen gebakken kunnen worden. 

Na deze schrijnende situatieschets vervolgt de auteur: "Het is ons overigens niet te doen geweest een sentimenteel verhaal op te disschen. Wij hebben het over een economische quaestie. Men heeft ter wille van de boterboeren een hoge heffing gelegd op spijsolieën." Het stuk wordt dan een economisch-politieke column: "Zoolang er voorspoed was, speelde een belasting van een paar centen geen rol. Thans wel. Iedere cent, die er bij komt, vermindert het gebruik en doet ons dieper in het moeras zinken." Volgens de auteur verergeren de hoge belastingen de crisis dus alleen maar. En komt zo ook de fijne, traditionele oudejaarsavond met oliebollen in gevaar.

Van oliekoek naar oliebol

Wie  vanmiddag aan de oliebollenkraam om tien oliekoeken vraagt, krijgt louter een verbaasde blik van de verkoper. Hij verkoopt alleen oliebollen … van oliekoeken heeft hij nog nooit gehoord. Dat is enigszins vreemd. Nederlanders hebben immers eeuwenlang die oliekoeken gebakken en gegeten. Zonder lucht, zonder bolling. Deze platte koeken zijn inmiddels volkomen verdrongen door de ronde oliebollen. Waar lag het omslagpunt

Alles valt of staat met de hoeveelheid olie. Om mooie ronde bollen te krijgen, is een diepe laag olie nodig. Het beslag moet namelijk vaak omgedraaid worden. In de 'mengel' (1,2 liter) olie die De verstandige kock (1667) voorschreef, viel dus geen goede bol te bakken. Het achttiende-eeuwse kookboek De volmaakte Hollandsche keukenmeid adviseerde de dubbele hoeveelheid olie, waardoor de koeken boller uit het vet kwamen. Maar ze werden nog altijd oliekoeken genoemd. Allengs werden de koeken ronder en boller en deed de term oliebol zijn intrede. Dat gebeurde halverwege de negentiende eeuw, maar voorlopig alleen in woordenboeken. In 1868 nam de Van Dale het woord op. Het was echter nog geen gangbare term. Dat bleek ook uit het lemma oliebol in Het Woordenboek der Nederlandsche taal (1896); daar staat dat de gebruikelijke benaming oliekoek is. Maar daarna ging het ineens snel; begin twintigste eeuw sprak men niet langer over oliekoeken. Sindsdien bakken en kopen wij dus oliebollen.