Oost-Indisch Huis

Kruimelpad

Pad tot huidige pagina : Home : Monumenten : Oost-Indisch Huis
 

Oost-Indisch Huis

21 februari 2008

OOST-INDISCH HUIS (1606, 1633)
Oude Hoogstraat 24
H. de Keyser
Rijksmonument


binnenplaats

Het Oost-Indisch Huis is het voormalige hoofdkantoor van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Hier waren de bestuurskamers, de administratie en vele andere functies van de machtige handelsorganisatie ondergebracht. Tegenwoordig is het complex in gebruik bij de Universiteit van Amsterdam.

VOC

De Verenigde Oost-Indische Compagnie was in 1602 opgericht met als doel de handelsactiviteiten op Azië te bundelen. De Staten-Generaal verleenden de VOC het handelsmonopolie op het hele gebied voorbij Kaap de Goede Hoop.

De VOC bestond uit zes kamers (afdelingen) uit even zovele steden. Amsterdam had de grootste inbreng zoals ook tot uitdrukking kwam in de samenstelling van het hoogste bestuurscollege van de Compagnie, de Heeren XVII. Daarin hadden vertegenwoordigers van de verschillende kamers zitting. Een aantal maal per jaar kwamen de Heeren XVII in plenaire zitting bijeen. Dat gebeurde meestal in Amsterdam, in het Oost-Indisch Huis.

Gravure midden 17de eeuw
Gravure midden 17de eeuw

Bushuis

Het Oost-Indisch Huis is in fasen tot stand gekomen. Een jaar na de oprichting kreeg de VOC in 1603 de beschikking over het voormalige stedelijke geschutsmagazijn, het Bushuis, een fors gebouw op de hoek van de Kloveniersburgwal en de Oude Hoogstraat dat leeg kwam te staan na de bouw van een nieuw Bushuis aan het Singel.

Op de drie zolders van het voormalige Bushuis werden uit Azië geïmporteerde goederen, vooral specerijen, opgeslagen. De lange gevel aan de Kloveniersburgwal maakte het laden en lossen van meerdere schuiten tegelijk mogelijk. Naast het Bushuis bevond zich een slachthuis waar jaarlijks duizenden ossen werden geslacht als proviand voor de grote koopvaardijschepen.

Prent Reinier Vinkeles, 1768
Prent Reinier Vinkeles, 1768

Uitbreidingen

Door de spectaculaire groei van de VOC was al snel sprake van ruimtegebrek. In 1606 werd onder veronderstelde leiding van stadsbouwmeester Hendrick de Keyser een nieuwe zuidvleugel haaks op het voormalige Bushuis gebouwd. Aan de westzijde kwam toen achter de huizen aan de Oude Hoogstraat ook een korte vleugel van drie traveeën tot stand. De uitbreiding vertoont de typische kenmerken van architectuur in de trant van De Keyser: de afwisseling van baksteen en zandsteen, de maskers in de boogtrommels boven de kruiskozijnen, en de afsluitende balustrade op de topgevel. Een stoep op de binnenplaats leidde naar de ingang met fraaie zandstenen omlijsting en schelpornamenten.

gravure uit de fouquetatlas1 760-1783
Gravure, Atlas van Fouquet, 1760-1783

In 1633 kreeg het complex zijn definitieve vorm van vier vleugels rondom een binnenplaats. Na afbraak van de huizen langs de Oude Hoogstraat kon de westvleugel doorgetrokken worden en een nieuwe noordvleugel worden gebouwd. Deze laatste uitbreidingen gebeurden vermoedelijk onder leiding van Pieter, de zoon van Hendrick de Keyser. De noordelijke vleugel bestaat uit een natuurstenen onderbouw, waarboven twee bakstenen bouwlagen met respectievelijk Dorische en Ionische pilasterordes. Een poort met Toscaanse halfzuilen en een gebroken fronton geeft toegang tot de binnenplaats.

Het Oost-Indisch Huis was een multifunctioneel gebouw dat tegelijk als magazijn, bestuurscentrum, kantoor en veilinglokaal diende. Op de binnenplaats kon het scheepsvolk aanmonsteren. De zaal in de zuidvleugel was als bestuurskamer van de Heeren XVII ingericht. De muren waren behangen met schilderijen van de factorijen (de handelsvestigingen in de Oost) en met exotische bijlen, speren en schilden van schildpadden. De zolders dienden als pakzolders waar de goederen naar soort lagen opgeslagen.

detail binnenplaats

Andere bestemmingen

Na de opheffing van de VOC in 1799 werden verschillende overheidsinstellingen in het gebouw gehuisvest, zoals de douane, de Rijksbelastingendienst en het kadaster. In 1890 werd het voormalige Bushuis aan de Kloveniersburgwal wegens bouwvalligheid nagenoeg geheel gesloopt. In plaats daarvan ontwierp de architect C.H. Peters een nieuw gebouw in een aangepaste stijl. In vergelijking met de andere vleugels ontbreekt in de vleugel van Peters het voetstuk en is de gevel iets hoger opgetrokken, zodat er drie bouwlagen mogelijk waren.

Interieur

In 1978 werd het Oost-Indisch Huis gerestaureerd onder leiding van de architecten J. Schipper en B. van Kasteel. De zaal van de Heeren XVII werd gereconstrueerd aan de hand van een tekening die S. Fokke in 1771 maakte naar aanleiding van de installatie van stadhouder Willem V tot Opperbewindhebber van de VOC. De eikenhouten zoldering met moer- en kinderbalken, houten sleutelstukken en zandstenen consoles werden bij deze restauratie teruggebracht. Bij een eerdere ingreep door de Rijksgebouwendienst was de oorspronkelijke zoldering namelijk vervangen door een lager plafond van gewapend beton. De huidige inrichting met de stoelen, de ovale tafel en de balustrade, dateert uit 1997. Bij die herinrichting zijn de zes schilderijen van de handelsposten van de VOC nageschilderd die op de tekening van Fokke waren te zien, en zich tegenwoordig in het Rijksmuseum bevinden. Ook het schoorsteenstuk met ‘Het Kasteel van Batavia’ (door A. Beeckman, circa 1656) is een kopie van het origineel in het Rijksmuseum.

interieur

In 2001 ontspon zich een discussie over de plaats van de in 1978 gereconstrueerde zaal van de Heeren XVII in het gebouw. Bij de reconstructie is er van uitgegaan dat deze ruimte zich bevond over de volle lengte aan de achterzijde op de begane grond van de zuidvleugel. Critici meenden dat dit niet de juiste plaats van de zaal is geweest. Bestudering van de bouwhistorische gegevens die de verbouwing van 1978 opleverde, biedt voldoende aanwijzingen dat de zaal eigenlijk aan de zuidoostzijde van de binnenplaats heeft gelegen, tussen de entree annex trappenhuis en de westgevel van het voormalige Bushuis. Bovendien was de originele zaal kleiner.