Ooit, in de Romeinse tijd, was dit een 'doorgeefhelm'. Veel onderdelen van hun wapenrusting in het Romeinse leger hadden de soldaten slechts in bruikleen gedurende hun diensttijd. We weten door de inscripties op deze helm dat hij tenminste aan twee soldaten heeft toebehoord.

Leuk om te weten: Romeinse burgers
Gehavend

Van de helm zijn de kap met oorbeschermers en het nekschild nog intact. De oorbeschermers zijn de kleine, halfronde uitsteeksels, die de oren van de drager moesten bedekken. Het nekschild diende om het kwetsbare gedeelte van de nek te beschermen tegen bijvoorbeeld zwaardslagen. Op het nekschild bevindt zich een haakje, waaraan de helm kon worden opgehangen. De wangkleppen, beugel op het voorhoofd en de houders van de helmbos zijn verloren gegaan.

Twee eigenaars

De helm bevat inscripties op het nekschild met de namen van twee opeenvolgende gebruikers (afbeelding 2). De eerste drager van de helm was Titus Allienus Martialinis, soldaat uit de centuria van Antonius Fronto. Hij ponste deze gegevens in kleine puntjes onderaan het nekschild van de helm:

Romeinse infanteriehelm: detail van de achterzijde.

C. ANTONI FRON / TONIS .T . ALIENI / MARTIALˆNIS. :

In vertaling: (helm) van T(itus) Allienus Martial(n)is (soldaat) van de centuria (onder commando) van Antonius Fronto

De ophanghaak moet later, dwars door deze inscriptie, aan de helm zijn geschroefd. Misschien gebeurde dit wel door de tweede eigenaar - Stator(i)us Tertius - die zijn eigen naam maar liefst twee keer op de helm heeft gezet: een keer links en een keer rechts van eerste inscriptie. Deze Statorius maakte eveneens deel uit van de centuria van Antonius Fronto. Behalve dat Statorius' naam twee keer op het nekschild staat, is het vreemd dat éen van deze twee inscripties in enorme hanenpoten is geschreven. Hij lijkt niet van dezelfde hand als de andere Statorius-inscriptie.

C.ANTONI FRONT / STATORI / TERTI
Inscriptie van Statorius Tertius (2)
C ANTONI FRON / TONIS.STATO RR
Inscriptie van Statorius Tertius (3)
Diefstal
De helminscripties tonen aan dat militaire materialen na afzwaaien of dood van de soldaat weer teruggegeven werden aan het leger. Die verstrekte ze vervolgens weer aan nieuwe rekruten. De naamsinscripties waren noodzakelijk om diefstal of verwisseling te voorkomen. Er zijn veel Romeinse voorwerpen gevonden met dit soort eigendomsmerken: niet alleen wapenrusting maar ook olielampjes en serviesgoed.
Olielampje, onderzijde met inscriptie.
Inscriptie op de steel van een Romeinse pan, opgegraven bij Vechten.
Levefanum

De helm is samen met twee andere opgebaggerd uit de rivier de Lek, tijdens zandwinningen in de uiterwaarden van de Nederrijn. Omdat hier, bij Rijswijk tegenover Wijk bij Duurstede, opvallend veel Romeinse militaire vondsten werden gedaan, vermoeden archeologen een castellum op deze locatie. Op de zogeheten kaart van Peutinger staat bij Wijk bij Duurstede een castellum aangeduid met de naam Levefanum. Het vermoede Romeinse legerkamp bij Rijswijk is met dit castellum in verband gebracht.

Leuk om te weten: Romeinse burgers 

Zowel de namen van de beide eigenaars als die van de centurion op de helm zijn die van Romeinse burgers. Dat bevestigt het vermoeden dat op castellum Lefevanum een cohors civium Romanurum legerde, bestaande uit soldaten met het Romeinse staatsburgerschap. Dat is bijzonder, want de meeste legertroepen in onze streken waren hulptroepen die bestonden uit niet-Romeinen: peregrini ofwel vreemdelingen.