Ga direct naar:

Boswet

De Boswet heeft tot doel bossen te beschermen. In het kort zegt de Boswet: wat bos is, moet bos blijven. Bos dat wordt gekapt, moet worden herplant. Als dat niet op dezelfde plaats kan, dan elders (compensatie). Alleen bij een groot maatschappelijk belang wijkt de Boswet. 

Wanneer valt bos onder de Boswet?

Onder de Boswet vallen:

  • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen
  • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are
  • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat

De Boswet geldt ook bij het rooien en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee.

De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. In geval van twijfel kunt u bij de gemeente navragen wat die grenzen zijn. Kijk hiervoor op de website van de gemeente of provincie waar de bomen staan die u wilt kappen. Of bel met de gemeente of de provincie.

U hoeft de voorgenomen kap van een houtopstand niet te melden als het gaat om:

  • onderhoud dat gericht is op de groei van de overblijvende houtopstand (dunning)
  • hak- of griendhout dat periodiek gekapt wordt
  • houtopstanden op erven en in tuinen
  • andere houtopstanden dan op erven en in tuinen, die liggen binnen de ‘bebouwde kom Boswet’ (de gemeente kan u hierover informeren)
  • wegbeplantingen en beplantingen van één rij die bestaan uit populieren of wilgen, op of langs landbouwgronden
  • Italiaanse populier, linde, paardekastanje en treurwilg,
  • vruchtbomen en windschermen om boomgaarden,
  • fijnsparren niet ouder dan twaalf jaar, die op de hiervoor bestemde terreinen als kerstbomen worden geteeld
  • kweekgoed
  • houtopstanden die worden gekapt binnen de uitvoering van een goedgekeurd bestemmingsplan
  • houtopstanden die een zelfstandige eenheid vormen en niet groter zijn dan 10 are, dan wel als rijbeplanting niet meer dan 20 bomen bevatten
  • houtopstanden waarvoor vrijstelling is verleend binnen de Regeling meldings- en herplantplicht

Bij twijfel wordt geadviseerd toch een kapmelding te doen.

Hoe werkt de Boswet? 

De Boswet kent drie belangrijke instrumenten:
1. Meldingsplicht
2. Herplantplicht
3. Kapverbod

Meldingsplicht

Voordat een perceel bos dat onder de Boswet valt wordt gekapt, moet een kapmelding gedaan worden. Een kapmelding moet minstens één maand voor de kap worden gedaan. Binnen één jaar na melding moet de kap worden uitgevoerd. Gebeurt dat niet, dan moet opnieuw melding worden gedaan.
De kapmelding is geen kapvergunning. In sommige gemeenten is een kapvergunning vereist, die door de gemeente wordt afgegeven. Voordat gekapt wordt, is het raadzaam bij de gemeente na te vragen of een vergunning vereist is. Als dat zo is, moet die apart worden aangevraagd. Gemeenten leggen in de bomenverordening vast welke bomen zonder vergunning mogen worden gekapt en voor welke bomen een meldings- of vergunningsplicht geldt.

Wanneer, waar en hoe melden?
De kapmelding dient voornamelijk ter registratie van de herplantplicht (zie hieronder). Elke kap waaruit een herplantplicht voortvloeit, moet worden gemeld. Dunningen en het afzetten van hakhout en grienden leiden doorgaans niet tot een herplantplicht. Die hoeven dan ook niet gemeld te worden. Wel kan voor deze werkzaamheden een gemeentelijke vergunning vereist zijn! Kaalkap en groepenkap leiden doorgaans wel tot een herplantplicht en moeten gemeld worden. De rechter heeft de grens tussen dunning en kap bepaald: als de kroonsluiting wordt teruggebracht tot minder dan 60%, is sprake van kap en moet een kapmelding worden ingediend.

De kapmelding moet worden gedaan bij RVO.nl.

Groepenkap
In de hedendaagse bosbouw wordt veel groepsgewijs gewerkt. Bij dunningen worden een aantal gaten gekapt van waaruit de bosverjonging zich kan inzetten. De vraag of hiervoor kapmelding moet worden gedaan, wordt veel gesteld. Het antwoord hierop verschilt per provincie. De provincie is de handhaver van de Boswet. In geval van twijfel kan de provincie uitsluitsel geven. Het kan overigens geen kwaad om in geval van twijfel een kapmelding te doen. Er staat geen sanctie op het ten onrechte indienen van een kapmelding.  

Herplantplicht

Binnen drie jaar nadat een bos is gekapt, moet het worden herplant. Deze termijn van drie jaar geldt ook als het bos door een calamiteit (brand, storm, ziekten of plagen) verloren gaat. Na drie jaar moet er een geslaagde herbebossing zijn uitgevoerd. Een herbeplanting die niet goed is aangeslagen moet, binnen 3 jaar na kap, worden ingeboet.
Niet nakomen van de herplantplicht is een economisch delict. De provincie ziet scherp toe op naleving van de herplantplicht en nog steeds legt de rechter hoge boetes op.
Herplantplicht is grondgebonden. Bij verkoop van een perceel waarop een herplantplicht rust, gaat die herplantplicht over op de koper van het perceel. De verkoper heeft daarom de plicht de koper te informeren als er herplantplicht op het perceel rust.

Vrijstelling herplantplicht
Als er bos wordt aangelegd op gronden die niet onder de Boswet vallen, kan vrijstelling van de meldings- en herplantplicht worden aangevraagd. Deze vrijstelling wordt verstrekt onder twee voorwaarden:

1. het mag niet om een beplanting in het kader van een herplantplicht gaan;
2. de aangelegde beplanting moet binnen 40 jaar na aanleg worden geoogst.
Vrijstelling meldings- en herplantplicht moet worden aangevraagd bij Dienst Regelingen. Het benodigde formulier kunt u downloaden via het DR-Loket.

Compensatie: herplanten op een ander perceel
De Boswet kent de mogelijkheid om de herplantplicht uit te voeren op een ander perceel dan waar gekapt wordt. Dergelijke compensatie moet bosbouwkundig verantwoord plaatsvinden en over minimaal dezelfde oppervlakte. Bij veel provincies bestaan regels voor compensatie. Vaak schrijft de provincie overcompensatie voor. Dat wil zeggen, er moet een grotere oppervlakte herplant worden dan was gekapt. Compensatie moet vooraf worden geregeld. Hiervoor is overleg met de handhaver van de Boswet (de provincie) nodig.

De formele aanvraag om te mogen compenseren moet worden ingediend bij RVO.nl. 

Natuurlijke verjonging
De Boswet spreekt over herplantplicht. Volgens de letter der wet is natuurlijke verjonging dus geen toegestane vorm van bosverjonging. In de praktijk wordt daar gelukkig anders mee omgegaan. Het gaat erom dat een geslaagde herbebossing plaatsvindt. Of dat gebeurt door aanplant, natuurlijke verjonging of een combinatie daarvan maakt weinig uit. Doorgaans zal de provincie coulant omgaan met de termijn van drie jaar als er gestreefd wordt naar natuurlijke verjonging. Het verdient de aanbeveling om vooraf met de provincie kort te sluiten of verlenging van de periode van drie jaar mogelijk is.

Kapverbod

In uitzonderingsgevallen kan een kapverbod worden opgelegd als het natuur- en landschapsschoon ernstig geschaad dreigt te worden door de voorgenomen kap. In de praktijk gebeurt dit nagenoeg nooit. Er moet sprake zijn van opstanden of lanen van een uitzonderlijke natuurwaarde of landschappelijke waarde.

Meer informatie

De Boswet is te lezen op wetten.overheid.nl

Gerelateerde nieuwsberichten

Aankondiging beheerdersdag Bos, Natuur en Landschap 2014

14 aug 2014

Vrijdag 26 september, Landgoed Zonnestraal, HilversumDe Beheerdersdag heeft zich ontwikkeld tot dé jaarlijkse ontmoetingsplek voor beheerders van bos, natuur en landschap. Het programma staat bol van de actualiteit, maar biedt ...
Lees het hele bericht

Het portaal elders op het internet