uitbreiding st. laurenskerk

 

Leverende organisatie  | Aangeleverd op 02-12-2009

 

Uitbreiding St. Laurenskerk

Grotekerkplein 25
W.G. Quist
1976-1981

De St. Laurenskerk (1499-1525) werd na de Tweede Wereldoorlog in oude luister hersteld. De restauratie onder leiding van J.C. Meischke en J. Poot duurde van 1952 tot 1970.

Om het gebouw goed te kunnen laten functioneren ontstond begin jaren zeventig behoefte aan enige nevenruimtes voor onder andere wijkactiviteiten. Voor deze weinig ruimte vragende activiteiten hoefde dan niet de gehele kerk te worden verwarmd en het toeristenbezoek kon gewoon plaatsvinden.

Architect Quist ontwierp een bescheiden uitbreiding van vijf zwarte kubussen, keurig geposteerd aan de noordgevel in het ritme van de kerkramen. Verbindingen tussen de kubussen onderling en met de kerkruimte waren zoveel mogelijk van glas. Quist koos bewust voor een abstracte, niet-historiserende architectuur, die niet zou concurreren met het bestaande gebouw.

Het ontwerp veroorzaakte echter een storm van protesten van de Monumentenraad, Welstand, Heemschut en burgers. De zwarte kubussen bleken na realisatie inderdaad nauwelijks op te vallen en zullen weinigen nog een doorn in het oog zijn.

De kubussen zijn 5 bij 5 bij 5 meter. In de buitengevels zijn sporadisch kleine vierkante ramen aangebracht; Quist wilde deze aanvankelijk geheel gesloten houden. In de gevel grenzend aan de kerk zijn iets meer ramen aangebracht. De kubussen zijn bekleed met zwart hardsteen. De tussenleden zijn voornamelijk van glas met zwarte kozijnen. Er is een aparte entree aangebracht in één tussenlid. De middelste kubus naast de entree bevat toiletten, een garderobe en een keukentje. De twee westelijke kubussen zijn verbonden tot één ontvangstruimte. De twee oostelijke kubussen bevatten twee verdiepingen, verbonden door een spiltrap. Op de begane grond bevinden zich hier de consistorie en de kamer van de predikant en op de verdieping de administratie en een vergaderkamer. Er zijn twee transparante sluizen naar de kerkruimte. In het interieur is als contrast vooral lichtgrijze betonsteen in schoon metselwerk toegepast.

Literatuur:

  • de Architect 1982-12
  • Bouw 1982-20
  • A. van der Woud - Wim Quist, architect, 1989

Deze pagina is succesvol verzonden

Afbeelding voor het bijhouden van paginastatistieken