Design en mode

Gegarandeerd gegenereerd – mode tussen kunst en technologie




 
 
In tijden waarin wordt gezocht naar esthetische normen voor Googles hightechdatabril “Glass” laten ontwerpers zien dat verbindingen tussen kunst, technologie en mode vaak het meest belovend zijn waar de technologie gebruikt wordt om een conceptueel idee om te zetten.

Controleverlies

Begin mei 2013 haalde Solid Gold Bomb de voorpagina. Het van oorsprong Australische modelabel, dat intussen in Massachusetts gevestigd is en tot voor enkele jaren nog in Düsseldorf en nadien in Metzingen produceerde, had via Amazon T-shirts te koop aangeboden, waarover op Twitter en Facebook wereldwijd verontwaardiging heerste. De reden: een computerprogramma had semiautomatisch spreuken uit het woordenboek gehaald en zinnen gegenereerd, die in een aantal gevallen tot moord en verkrachting opriepen. Die zinnen stonden op de shirts te lezen en waren vooraf niet gecontroleerd.

41.121.250.000.000 motieven

De in Berlijn wonende journaliste en schrijfster Kathrin Passig, die niet alleen bekend werd als winnares van de befaamde wedstrijd voor literatuur Ingeborg Bachmann-prijs, editie 2006, maar ook als medeoprichtster van het Berlijnse creatieve netwerk Zentrale Intelligenz Agentur, heeft haar voorzorgen genomen. Om te voorkomen dat iets dergelijks zich bij haar product Zufallsshirt voordoet, zijn de teksten op de door haar verkochte T-shirts stuk voor stuk afkomstig van bevriende schrijvers, en van zichzelf. Zufallsshirt werft klanten met de slogan “Dieses Shirt jetzt kaufen! Kommt nie wieder!” (Koop dit shirt nu! Het komt nooit meer terug!) en berust op een eenvoudig principe: uit een immense hoeveelheid korte teksten, lettertypes, patronen en afbeeldingen in de

 





 
onlineshop van de firma Spreadshirt genereert een software unieke motieven waarmee de shirts worden bedrukt. Volgens een “ruwe schatting” van Passig zijn er ongeveer 41.121.250.000.000 verschillende motieven mogelijk.

U hebt nieuwe berichten

Het concept van Passig is symptomatisch voor een trend in het combineren van kunst, mode en technologie. De technologie maakt geen deel uit van de kledij, komt dus niet rechtstreeks in contact met de stof of de drager van het shirt, maar speelt wel een rol bij de productie: ze zorgt voor het unieke en daarom des te kenmerkender motief. Ook het Berlijnse label Trikoton boekte de voorbije jaren succes op het vlak van generatief modedesign met interactieve productieprocessen. Het label werd in 2010 opgericht door modeontwerpster Magdalena Kohler, productontwerpster Hanna Wiesener en interactiedesigner Hannes Nützmann. Bij Trikoton bestaat het principe erin dat de klant via de website van het label zelf berichten kan inspreken of liedjes opnemen, waarvan de eigenschappen in digitale vorm worden verwerkt in het breipatroon van de kledingstukken, en er zodoende een persoonlijke toets aan geven. Het label werkt samen met plaatselijke producenten en kunstenaars. De ontwerpers noemen hun werk een bijzondere “combinatie van traditioneel handwerk en hoogtechnologische vaardigheden”.

De polsslag voelen

Een gelijkaardig generatief principe vinden we terug bij het project TK 730 (2011) van vier in Nederland actieve vormgevers, onder wie ook de Duitse kunstenares Anja Hertenberger. In plaats van de eigen stem is het hier de invoer van tekst via de toetsen van een typemachine, die het breipatroon bepaalt. De machine werd ook esthetisch omgevormd. Als (kunst)object draagt ze bij tot de zintuiglijke waarneming van product en project. Alba Prat, een jonge ontwerpster uit Barcelona die tegenwoordig in Berlijn woont, ging voor haar collectie “syn chron” minimalistischer tewerk. Aanleunend bij een gelijknamige synesthetische installatie van kunstenaar Carsten Nicolai, liet Prat haar polsslag telkens voor en na een lichamelijke inspanning registreren. Uit beide frequenties genereerde ze patronen en blauwe of rode kleurverlopen. Voor de uitwerking van dit idee won Prat de publieksprijs bij de H&M Design Award 2013. Haar collectie werd bijna van de ene op de andere dag een van de meest geblogde voorbeelden van generatief modeontwerp.

Textielcommunicatie die op speelse wijze tussen meerdere betrokkenen tot stand kan komen, was dan weer het idee van het DADAgear-team. De in Hamburg geboren mediakunstenares Anika Hirt, de in München verblijvende ontwerper Onur Sönmez uit Izmir en de Italiaanse kunstenaar Mauro Arrighi baseren zich met dit project op toevalprincipes, zoals we die ook kennen uit het dadaïsme van de 20e eeuw.

 



 
Als “technologieproject, happening en elektronisch-generatief poëtisch instrument” gebruikt DADAgear kaptruien om een heuse poetry slam te creëren. Uitgerust met druksensoren en Bluetoothtechnologie, en verbonden met een databank met klanken en ingesproken woorden, wordt de literaire tekst die in de ruimte weerklinkt des te complexer naarmate meer deelnemers elkaar aanraken –“Zufallsshirt 2.0.”, zeg maar.
Martin Conrads
is freelance schrijver in Berlijn en doceert er visuele communicatie aan de Universität der Künste.

Copyright: Goethe-Institut e. V., Internet-Redactie
Maart 2013

Vertaling: Goethe-Institut Brüssel

Hebt u nog vragen over dit artikel? Schrijf ons!
(Graag in het Duits of in het Engels – dank u.)
internet-redaktion@goethe.de

Links over dit onderwerp